Snippers uit Afrika

1999-04-02
  • Jaargang 43
  • nummer 7
Juweeltjes Zo noemde Debbie, onze Directeur van Life-Line hen, juweeltjes van Afrika. Het zijn Zoeloe-jongelui zo tussen 20 en 30 jaar, die zich bij de welzijns-organisatie aansluiten waarover ik al eerder schreef. In twee talen, Engels en Zoeloe wordt er gecounseld, 24 uur per dag waarbij dan wel moet worden gezegd dat de Zoeloe-lijn voor meer dan 95% Aids-lijn is.
Op een heel kleine centrum-staf na van betaalde werkers, draait alles om vrijwilligers. Dat je daarvoor genoeg van die ’rijke’ blanken hebt, spreekt vanzelf, zal iemand ietsje schamper zeggen.
Goddank zijn ze er en dan met name Engelssprekende oudere dames.
Ik draai er nu alweer een paar jaar mee en heb alle respect voor de inzet van zo velen van hen die er al lange tijd inzitten.

Maar hoe moet het met de Zoeloelijn?
Hoe krijg je counselors uit een samenleving, die in werkeloosheid verdrinkt, bereid om voor niks hun tijd, energie en emoties te geven? Voor de opleiding moet je nog heel wat betalen ook! En je moet een behoorlijke schoolopleiding achter de rug hebben.
En die zich aanmelden wordt wel onder het oog gebracht dat ze er flink tegen aan moeten gaan om – ik noem maar niet meer – zich de nieuwe Zoeloe-
terminologie voor het hele Aidsproces eigen te maken. Je kunt nauwelijks aanmelding van oudere Zoeloes verwachten. Zonder behoorlijke kennis van Engels in de opleiding, als noodzakelijke omweg om weer bij Zoeloe uit te komen, lukt het niet. Dat schakelt meteen al een flink deel van onze oudere zwarte bevolking uit. Zij die wèl die kennis hebben, hebben dikwijls al ergens betaald werk gevonden.
Dus je moet het van de jonge mensen hebben. Ergens uit dat onnoemelijk grote reservoir van werkelozen die hun Mavo of Havo haalden en vaak de moed al opgegeven hebben om ergens nog werk te vinden.
Krijg die maar eens voor intensief onbetaald vrijwilligerswerk waarbij niet eens de reiskosten vergoed worden!
Zelfs daarvoor is eenvoudig geen geld!
Juweeltjes, noemde Debbie hen.
Juweeltjes van Afrika. Uit de ellende en uitzichtloosheid, het geweld en de corruptie van Afrika komen ze te voorschijn.
Het zijn geen grote aantallen.
Lang niet iedereen wordt aangenomen zelfs. Het is nu de derde maal dat met een opleidingscursus gestart werd nadat advertenties in de kranten verschenen waren. Na gesprekken en schiften kon elke keer weer met een 20-30-tal begonnen worden. Goed, er zullen er nog weer van hen afvallen.
Dat heb je op de blanke Engelse lijn ook. Emotioneel kan men het niet altijd aan! Maar dat er nog zoveel vrijwilligers komen, dàt vind ik nu nieuws dat ook op de TV-buis van Zuid-Afrika zou moeten verschijnen, naast de hele Afrika-ellende!
Voor mijzelf zie ik het als een eer om bij dit opleidingswerk betrokken te mogen zijn. Dat ik dit werk màg doen.
Maar er is nog een specifieke reden waarom ik van deze ervaring in Opbouw vertellen wilde. Dat is mijn ontdekking in de gesprekken met de groepjes van deze jonge mensen dat een groot deel van hen uit Christelijke motivering zich aanmeldt. Dat het voorbeeld van de Heer – er zijn er bij die Aids hebben – hen in beweging zette of ze nu van Roomse huize zijn of tot de Youth for Christ behoren of van de Methodisten-kerk afkomstig.
En dat geeft hun meteen – ook voor de Opbouw-lezer, denk ik – iets herkenbaars.
Het vreemde is eraf. Herkenbare juweeltjes!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief