Een vakantievriendje voor je leven
1998-07-10
Er is vrijwel niets van de zestiger jaren blijven hangen. Dat concluderen de sociologen in hun wat melancholieke nabeschouwing in dit jubileumjaar van de studenten-opstand in 1968. De protesten tegen het autoritaire gezag, de roep om meer inspraak en democratische openheid en de introductie van het ’relaxen’ zijn verzopen in de vloedgolf van economische groei. Maar er is een uitzondering. We hebben wel iets aan die jaren overgehouden: het ’vakantievriendje’ of liever ’de losse scharrel’.- Jaargang 42
- nummer 14
De kortstondige relatie werd mogelijk door de komst van de pil. Liggend in het Vondelpark, lonkend naar de rituele joint, blijft het tot aan het begin van de avond onduidelijk wie met wie vanavond het bed deelt. Dat is immers de ultieme bevrijding van de kleinburgerlijkheid.
Dertig jaar na die ’seksuele bevrijding’ schijnen er reisorganisaties te zijn die commercieel drijven op dit succes. In de bus vol gevorderde tieners richting zonbestemming worden weddenschappen gesloten over het aantal meisjes dat je kunt ’scoren’.
Het enige verschil tussen de jaren zestig en de busreis richting Spanje is, dat uitgerekend de kleinburgerlijkheid zich meester heeft gemaakt van de vakantieseks. Was het in de zestiger jaren nog een verzetsdaad tegen het (ouderlijk) gezag om wisselende seksuele contacten te onderhouden, tegenwoordig krijg je een steuntje in de rug van vadertje staat die je voor de reis graag een condoom aanpraat. Als ouder zou je inmiddels denken dat het kennelijk zo hoort, bij vakantie hoort een beetje recreatieve seks.
Het tegendeel is waar
De pedagoog prof. Th. Compernolle heeft een klein onderzoekje naar dit fenomeen gedaan in zijn nuchtere boekwerkje ’Ook een adolescent dat went’.
Hij meldt dat de helft van alle meisjes voor haar achttiende met een jongen naar bed gaat. Dus een echte uitzondering ben je niet als je het niet doet. Maar dan verder: vrijwel geen enkele relatie houdt het langer vol dan drie maanden. En van die meisjes gaat maar liefst 75 procent tegen haar wil met die jongen voor het eerst naar bed. Compernolle stelt daarom grote vraagtekens bij die zogenaamde mondige jeugd.
De praktijk van vrije seksualiteit is niet eens zozeer ingegeven door de jongeren zelf, maar blijkt gedrag te zijn dat zich vooral richt naar de verwachtingen van de ouders. Heb je dus ouders die verwachten dat je vakantie pas leuk wordt als je een meisje hebt gescoord of een jongen hebt toegestaan, dan schijn je je daar naar te richten.
Dat jongeren vooral naleven wat hun ouders verwachten, is afgelopen week nog eens bevestigd door het Nederlands Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek. Dit instituut concludeert dat 90 procent van de jongeren tot 24 jaar hun leven vrijwel volledig richt naar de wensen van de ouders. Willen de ouders dat je thuis blijft wonen, dan is negentig procent van de jongeren dat met hun ouders eens. Maar vinden ouders het tijd worden het huis te verlaten dan vinden de jongeren dat in acht van de tien gevallen ook. En zowel thuiswonende als uitwonende jongeren vinden dat ze er op achteruit gaan wat betreft de dagelijkse zorg en ouderlijke ondersteuning. Ze geven het misschien niet hardop toe, maar uit een anonieme enquête blijken hun werkelijke gedachten. Kennelijk lokken ouders het leef- en gedragspatroon van hun kinderen uit.
Rubberen moraal
Vlak voor de vakantie vragen veel ouders zich af of ze hun kinderen moeten dwingen mee te gaan. En minstens zoveel ouders vragen zich af of hun zestienjarige zoon of dochter een pakketje condooms in de rugzak mee moet nemen? Altijd klinkt dan het argument: ”Ze ’doen’ het toch wel, laat ze het dan maar veilig doen”. Maar de werkelijkheid van die moraal met het rubbertje is precies andersom. Ze doen het eigenlijk niet, althans ze willen het ten diepste niet, maar thuis gaan ze er vanuit dat je met een jongen of meisje in een slaapzak kruipt, dus kennelijk hoort het zo. Ouders hebben het idee dat bij vakantie ook recreatieve seks hoort. Ouders hebben het idee dat als je 17 bent je niet meer mee wilt op reis. (En dus wil je niet meer mee, want anders ben je een eitje). En ouders denken dat kinderen zo graag zelfstandig willen wonen.
Enzovoorts. Misschien dat jongeren net als in de jaren zestig hun ouders eens van die kleinburgerlijke benauwdheid kunnen bevrijden. Je vader en moeder blijken namelijk je beste vakantievriendjes te zijn en dan ook nog voor de rest van je leven.