Uw vrede in mijn hart is meer Ter gedachtenis aan Cor van der Leun
1998-07-10
Tijdens de dienst in de Jeruzalemkerk te Utrecht, die voorafging aan de begrafenis van Cor van der Leun op 22 juni jl., zongen we o.a. Psalm 4: „Laat als ik roep mij op U hopen, o God van mijn gerechtigheid.- Jaargang 42
- nummer 14
Geef mij antwoord, doe mij open, die mij, als ik ben ingesloten, ruim baan maakt en mij weer bevrijdt.” De dichter vraagt iets aan God (’doe mij open’) en weet, dat God dat doen zal. Hij is immers een God, die bevrijdt.
„Wie”, zeggen velen, „toon ons ’t goede”? Verhef dan uw gelaat, o Heer.
Gij maakt het mij zo wel te moede; hebben zij ’s werelds overvloeden, uw vrede in mijn hart is meer.’ Vrede in het hart geeft blijheid, blijdschap. Over deze vreugde schreef Prof. Dr. H.J. Jager een mooi hoofdstuk in zijn ’Kernwoorden van het Nieuwe Testament’.
Een paar regels: „Het is de HERE welbehagelijk, dat Hij door zijn volk met blijdschap gediend wordt. Het moet zich verheugen in Gods genade, in de vergeving der zonden, in het leven, dat Hij te genieten geeft.” Ik leerde Cor van der Leun kennen meer dan 50 jaren geleden, kort na de Vrijmaking. We ontmoetten elkaar o.a. toen de Arjos, de jeugdorganisatie van de A.R. Partij werd opgericht en tijdens de jeugdweekends. In politiek opzicht gingen we uit elkaar. Cor bleef bij de A.R. Partij en ik kwam bij het G.P.V. terecht.
We vonden beiden, dat we gelijk hadden, maar de vriendschap bleef. Bij het ouder worden zagen we elkaar minder, maar er waren steeds weer ontmoetingen, totdat we een aantal jaren tegelijk in het bestuur van de Reformatorische Bijbelschool (tegenwoordig De Wittenberg) zaten. Hij was toen al met pensioen en heeft voor deze school belangrijk werk gedaan.
Cor was een blijmoedig mens. Hij had vreugde in het hart. Tijdens een ernstige ziekte enkele jaren geleden wist hij zich geborgen bij God en vanuit die geborgenheid bleef hij werken aan zijn genezing en kon hij opgewekt spreken over zijn Godsvertrouwen Cor was geleerd, zelfs hooggeleerd.
Hij was bescheiden, zelfs zeer bescheiden.
Hij had gaven en wist, dat hij die had gekregen van God.
Hij was een eenvoudige, die van God wijsheid leerde.
Hij was een wijze, die eenvoudig bleef.
Daarom valt er bij dit sterven veel te danken. Die dank komt God toe.
Hij is de eerste.
Het slot van Psalm 4: „Ik kan gaan slapen zonder zorgen, want slapend kom ik bij U thuis. Alleen bij U ben ik geborgen. Gij doet mij rusten tot de morgen en wonen in een veilig huis.” Die zekerheid biedt troost en kracht aan Jenny en haar kinderen en kleinkinderen.