Een gebed van Calvijn

1998-07-10
  • Jaargang 42
  • nummer 14
We kwamen ergens het volgende gebed van Calvijn, de reformator van Genève, tegen: „Almachtige God, maak ons leergierig, waar Gij ons Uw Woord geschonken hebt en waar wij kunnen horen over de dingen van Uw Koninkrijk.
Laat ons toch geen stenen hart en een ijzeren hoofd hebben; leer ons ons aan U te onderwerpen.
Laat ons ervaren, dat Gij onze Vader zijt en sterk ons in het vertrouwen, dat Gij ons tot Uw kinderen aangenomen hebt. Schenk ons dat, zolang Gij nog door het Woord met ons spreekt, tot wij eindelijk niet alleen Uw stem horen, maar ook Uw heerlijkheid aanschouwen mogen in het hemelse rijk, dat Uw eniggeboren Zoon ons verworven heeft door Zijn bloed. Amen.”

Het eerste waarom Calvijn bidt is een bepaalde leergierigheid. Het gaat om het bestuderen van de Bijbel. Waar men de Schriftstudie verwaarloost en zich beperkt tot een fragmentarisch Bijbellezen, ontdekt men niet de rijkdom van Gods Woord. Dan ontdek je de lijnen niet, die God trekt en bejubel je dat grote Boek niet als een kostbaar en uniek geschenk van boven. Leergierigheid is trouwens nog iets anders dan nieuwsgierigheid! De nieuwsgierigheid betreffende de dingen van Gods Koninkrijk moet door de leergierigheid aangaande Gods Woordopenbaring worden gereguleerd. Het gaat erom, dat ons hart gebroken wordt. Dat stenen hart moet verbrijzeld worden door de moker van het getuigenis van Gods Geest.
Daarvoor in de plaats moet een hart komen, dat de verse indrukken opvangt van de tere omgang met God naar de norm van het Verbond. En dan dat ijzeren hoofd! Een ouderling uit Zalk (Zalk en Veecaten was de eerste gemeente, die ik als predikant dienen mocht) zei eens op een classisvergadering in het kader van een gerezen conflict: „Het is meer kopwerk dan kniewerk!” En die beste broeder had helemaal gelijk. Men zoekt vaak zichzelf en wil zich niet onderwerpen aan de HERE. Daarom zoekt men elkaar niet en/of vindt men elkaar niet. Zo staat men bovenal de doorbraak van het Rijk van God tegen (zie zondag 48 Heid. Cat.). Verder valt in het geciteerde gebed van Calvijn op, dat hij het heeft over geloofservaring.
Het is ervaring vanwege de openbaring. God is onze Vader in Christus en wij mogen dat in het geloof ervaren. Dat valt binnen het circuit van het verkeer met onze God. De HERE zoekt contact met ons via Zijn Woord en wij mogen en moeten daarop reageren via ons gebed. Wie het contact met de HERE verbreekt, beëindigt van zijn kant het gesprek. Wie God maar laat praten laadt grote schuld op zich. Want zo ontstaat er geen dialoog en mist men het doel van zijn mens-zijn. De mens is immers geschapen in volledige betrokkenheid op de Almachtige! Alleen als hij in die relatie waarachtig functioneert komt hij tot ontplooiing. En dat wil onze hemelse Vader zo graag. Daarom zond Hij Zijn eigen Zoon naar deze wereld om de door onze zonde verbroken verhouding te herstellen. Wie aanhoudend en ingespannen naar de stem van de HERE luistert door zich te verdiepen in Zijn Woord heeft het uitzicht op Zijn heerlijkheid. Want Gods majesteit legt doorslaggevend gewicht in de schaal en door Jezus Christus hebben wij de introductie tot de genade (Romeinen 5:2).
Dit is een rijk gebed! Om na te bidden!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief