Utopia en de toren van Babel
1998-07-24
Als je de wereld eens mocht inrichten zoals je dat zelf graag zou willen. Zelf wetten maken en regelingen treffen. Daar kun je soms over dromen. Als ik het voor het zeggen had....- Jaargang 42
- nummer 15
Nou ja, een hele staat organiseren dat is voor de meesten van ons wel een brug te ver. Maar een poosje de macht om de dingen naar je hand te zetten, zodat er minder dingen fout gaan – het is een droom die al heel lang met de mensen meegaat.
Een wereld waarin alles goed gaat. Een utopie noemen we dat (en bij dat woord ’utopie’ klinkt ook iets mee van onbereikbaarheid). Het woord ’utopie’ komt uit de titel van een boek dat geschreven is door Thomas More.
More leefde rond 1500. Hij was een goede vriend van Erasmus. Het genoemde boek gaat over de ideale samenleving. De helft van het boek gaat overigens over de beroerde omstandigheden van zijn eigen tijd.
Maar goed – de ideale samenleving. Die komt voor in het land Utopia. Dat betekent eigenlijk: Nergensland.
Idealisme
More was niet de eerste, die schreef over de ideale samenleving. De Griekse filosoof Plato, die rond 400 v.
Chr. leefde, heeft er ook al over geschreven in zijn boek: Politeia.
Daarin beschrijft Plato de voor hem ideale samenleving. Plato kent drie standen. De derde stand is die van de arbeiders. De tweede stand zijn de soldaten en de eerste stand dat zijn de wijzen of de deskundigen. De deskundigen zijn geselecteerd door opleiding. Een zware selectie met vergelijkende examens en de opleiding is pas voltooid rond het 35e levensjaar. Daarna volgt nog een 15-jarige training in het leger of het jeugdwerk(!) om de maatschappij goed te leren kenen. Pas op je 50e word je bestuurder, maar die bestuurders hebben dan ook absolute macht en het leger is er om die macht te garanderen. Er zijn nog meer enge ideeën in de Politeia maar dat laten we maar even rusten. Dat is trouwens opvallend bij al die ideeën over de ideale samenleving: Er zitten van die enge kanten aan. En als de idealen in praktijk gebracht worden, houd je dan maar vast. Voorbeelden te over. De Franse revolutie bijvoorbeeld. Vrijheid, gelijkheid en broederschap. Alleen de gelijkheid kwam van de grond: allemaal onder dezelfde guillotine. En we kennen de verschrikkingen van het communisme, dat begonnen is als een heilsleer met de beste bedoelingen. En voor het goede doel werden ontelbaren omgebracht. We kunnen denken aan Pol Pot met zijn ideaal van een boerensamenleving. En aan de moslim-fundamentalisten, de Taliban in Afghanistan: ernstige jonge mannen met een grote godsdienstige ijver, maar terreur is het gevolg. De culturele revolutie in China toonde idealistische jongeren met het rode boekje van Mao, maar wat een terreur had het tot gevolg.
Griezelige dingen
Zoeken naar een ideale samenleving – steeds komen er van die griezelige dingen van! Hoe komt dat toch? Als je nou eens eerlijk samen gaat zitten en je regelt de dingen goed en rechtvaardig – is dat nou zo’n heksentoer? Waarom loopt dat altijd fout? Omdat er geen rekening gehouden wordt met hoe de mens in elkaar zit. Omdat we, laten we maar zeggen: de adeldom van de mens niet kunnen rijmen met zijn beestachtigheid.
Steeds opnieuw duikt die gedachte weer op: Als je nou de goede mensen maar de leiding geeft dan komt het wel voor elkaar. Maar ja, wie zijn dat: de goede mensen? Dat er ook slechte mensen zijn, dat wordt meestal wel geloofd. Vandaar dat er veel van die utopieën sprake is van geweld en dwang.
Visie
Hoe je vindt dat je met elkaar moet samenleven, hangt sterk af van de vraag hoe je tegen de mens aankijkt.
Hoe je visie is op mens en wereld. En dat is niet neutraal, daarin worden keuzes gemaakt. En die keuzes zijn ten diepste religieus. In het onderwijs op scholen komt steeds meer tot uiting dat die keuzes niet meer christelijk zijn. Niet zo lang geleden werd ik benaderd door een jongere in het vervolgonderwijs. Hij vroeg me of ik iets wist van het Taoïsme. Daar wist ik wel iets van, maar ik vroeg hem hoe hij daar zo op kwam. Toen bleek dat hij in zijn opleiding heel vaak te maken had met een leraar, die heel veel aan het Taoïsme ontleende. Een hele sympathieke leraar, die aandacht gaf aan de leerlingen. En invloed had op hen.
De toren van Babel
De groeiende wereldbevolking van de tijd na de zondvloed had ook een droom, een utopie. De mensen wilden elkaar vasthouden. Goed idee toch?! Ja, maar wat zat er achter? De mensen wilden onafhankelijk zijn, samen sterk zijn en onafhankelijk van God. Het symbool van de éénheid moest een toren worden, die tot in de hemel reikte, zodat die overal zichtbaar was. Iedereen weet dan waar de hoofdstad is. Centralisme – allemaal één, dan zijn we onkwetsbaar. Een utopie, een wensdroom. Maar de wensdroom wordt verstoord. Want in het éénheidsstreven blijkt dat de mensen elkaar toch niet verstaan. Het wordt in de Bijbel getekend als een vloek. De mens wordt door God zelf tegengewerkt in het eenheidsstreven. Zodra de neuzen één kant heen lijken te wijzen, komt er onderling gekrakeel en ruzie en misverstand. Gelukkig, zou je haast zeggen, want stel dat het kwaad perfect georganiseerd zou zijn, dan kun je je wel bergen. In Babel mislukt de oerdroom van de éénheid. En de oorzaak daarvan is dat de mensen een éénheid willen zonder God.
Leven met gebrokenheid
Als christen leef je enerzijds met hoge idealen. Je gelooft dat er dingen mogelijk zijn. Je gelooft in nieuwe kansen. Je weet dat er herstel is in vastgelopen situaties. Aan de andere kant houd je ook rekening met de gebrokenheid van het leven. Je weet dat het heel vaak tegenvalt. Dat vooral mensen ongelofelijk kunnen tegenvallen.
Het is moeilijk om daar niet cynisch onder te worden maar om daar realistisch nee om te gaan. In onze gevallen wereld zijn er mogelijkheden. Ook in de samenleving, daar mogen we aan werken, daar mogen we aan meewerken, maar we moeten ons nooit laten verblinden door het valse licht van een utopie. De Bijbel gaat over onze wereld, over de wereld waarin ook wij mogen leven. We zijn een zoutend zout en een licht op een berg als ons leven geïnspireerd is door Gods Geest. Die wil ons een nieuwe schepping maken, ook al beseffen we dat dat vaak met horten en stoten zal gaan.
We moeten allemaal leven van genade en vergeving. Als we dat realistische levensbesef hebben dan zullen we dat ook uitstralen. Zou dat geen getuigenis zijn?! Overtuigd van de gebrokenheid in deze wereld en toch vol goede moed. Er kunnen dingen ten goede keren. Daar mogen wij aan meewerken.
Niet met marsmuziek en tromgeroffel van een utopistisch ideaal, maar met de kwetsbaarheid van hen die pas in hun zwakheid sterk zijn.