Zalig de ootmoedigen
1998-07-24
Emil Brunner opent zijn boek Gerechtigkeit met de volgende zinnen: ’Es geht ein Schrei nach Gerechtigkeit durch die Welt. Alles Leiden ist bitter, aber ungerecht leiden ist doppelt bitter.’1 Hij brengt daarmee een zeer pijnlijke waarheid onder woorden. De dood wordt door de apostel Paulus de laatste vijand genoemd, maar mag het onrecht niet onze ergste genoemd worden? In het spoor van de dood volgen verslagenheid, eenzaamheid en wanhoop; in het spoor van het onrecht volgen daar bovenop nog verbittering, machteloze woede en haat. De dood is een afgrond, het onrecht maakt van die afgrond een beerput. Onrecht ontmenselijkt nog erger dan de dood; verdrukkers zijn wilde beesten, de verdrukten worden als wormen (zie Ps.22).- Jaargang 42
- nummer 15
Hoe gaat een rechtváárdige met dit onrecht om? Hoe verweert hij zich tegen de goddeloosheid? Het is hier dat we opnieuw komen te spreken over Jezus als de lijdende rechtvaardige.
Hij immers is niet alleen de afgrond van het lijden ingegaan, maar ook de diepe, stinkende beerput van het menselijke onrecht. Waarom moest Hij van Godswege deze weg van lijden tot heerlijkheid gaan? Naar mijn indruk ook, omdat de HERE in Christus voor eens en altijd beslissend duidelijk heeft willen maken dat Hij de mens in een wereld vol onrecht op het spoor van de ootmoed wil zetten.
Ootmoed heeft perspectief
De kern van Ps.22, zo gaf ik een vorig artikel aan, is dat de anaw, dat is de mens die temidden van al het onrecht op God blijft vertrouwen, niet beschaamd uitkomt, maar verlost wordt met een verlossing die een grens- en tijdloos perspectief heeft. De doorbraak van Gods heil begint met de verlossing van de ootmoedige, de wachtende kleine. Hij is de Helper van wie geen helper heeft. Hier stuiten we op de eigen stijl van de HERE God, namelijk dat Hij in een trotse, harde wereld dáár verlossing werkt, waar een mens in volstrekte afhankelijkheid van Hem blijft leven. Dat wisten we al langer. Ja, wie de Schriften kenden, hadden kunnen weten -deze stijl van God kennende-, dat de Messias zich wel als een ootmoedige móést openbaren...
Vanuit dit perspectief gaat er van Jezus weg van lijden tot heerlijkheid een enorm appèl op ons uit om tot het alleruiterste voor de gerechtigheid te blijven leven. Een gerechtigheid die niet alleen gestalte krijgt in het naleven van Gods liefdewetten, maar heel toegespitst ook in de wijze waarop je het onrecht tegemoet treedt.
Deze wereld barst van de mensen die God en gebod aan hun laars lappen. Er zijn er, die hun medemens een hak zetten, hem om de tuin leiden, hemletterlijk en figuurlijk- de pas afsnijden, met de punten van hun ellebogen werken en tussen andermans ribben porren, soms ook met mes of bajonet of nog erger. En het gevolg? Voortdurend bots je op het kwaad, allereerst overigens in jezelf!, maar ook in je medemens en in het groot en in het klein. Hoe reageer je daarop? Hoe handhaaf je je als rechtvaardige op deze aarde? De boodschap die van het leven van Jezus uitgaat luidt: ootmoed heeft perspectief.
Ootmoed
Ootmoed, wat is ootmoed? In m’n eerste artikel uit deze reeks wees ik op Ps.37:1-11 die m.i. als geen ander omschrijft wat ootmoed is. De Here Jezus greep op deze psalm ook terug (Mt.5:52) en zelf heeft Hij ze volstrekt in praktijk gebracht. Het eerste wat me opvalt als ik deze verzen lees, is de bezwerende toon waarop gezegd wordt níet jaloers te worden op de goddeloze (1, 7b en 8b) en uit te kijken voor woede en verbittering (8a).
Uit die toon blijkt, dat het die kant maar al te makkelijk kan opgaan. Aan de ene kant gaat van onrecht een enorme aantrekkingskracht uit, omdat onrecht dikwijls de kortste weg naar ’succes’ is. In tegenstelling tot goddeloosheid levert ’mede-menselijk leven’ ogenschijnlijk niet zoveel op. Wie koopt daar wat voor? Aan de andere kant, als je ziet wat onrecht uitricht, kun je zo vervloekte kwaad worden, dat de pijn en woede vrijwel onophoudelijk steken. Voedingsbodem voor díe vorm van wraakzucht die in talloze Amerikaanse geweldsfilms verheerlijkt wordt. Maar geen van beide kanten wil de HERE in deze wereld met de rechtvaardige uit. Wat dan wel? Psalm 37:1-11 laten zich als volgt weergeven:
Psalm 37 : 1 – 11
Mens, je wordt in deze wereld omringd door het kwaad en het onrecht. Soms voel je diep in je eigen hart de trekkracht daarvan, dan weer wind je je erover op. Maar vertrouw op de HERE! Ook al zie je het niet: Hij ís Koning. En Hij heeft beloofd, dat eens alles anders wordt. Put daar je kracht uit!
Denk echter niet, dat je vervolgens passief en afwachtend in hoekje moet zitten wegkwijnen, totdat alles anders is. Nee, ga aan de slag, doe het goede. Vlucht niet uit de wereld weg, ga niet op een stil en veilig eilandje leven. Nee, woon in het land: wees trouw op de plek waar God je gesteld heeft. Bijt je vast in je roeping om mens te zijn op aarde in deze wereldtijd. Vind je vreugde bij de HERE.
Zoek naar oases van rust, waarin je genieten kunt van wie God is, van Zijn liefde, van Zijn Zoon. God heeft zoveel te bieden! Je diepste wensen zal Hij vervullen. Je honger naar geluk, je verlangen naar vrede, je dorst naar gerechtigheid zal Hij lessen. Loop daarop nu maar vast vrolijk vooruit en sterk je daarin.
En als de rottigheid van het leven je als een steen om je hals hangt, leg alles dan biddend in Gods handen.
God zal alles in orde maken door eens orde op zaken te stellen. Ga dus niet zelf voor rechter spelen. Word de goddelozen niet gelijk! Mocht het je allemaal te lang duren en de neiging je bekruipen om zelf met geweld aan alle troep een eind te maken, relax dan een beetje: Wees stil en wacht, wacht op de HERE ...
Richt je oog op Hem. Niet op jouw tijd, niet op jouw wijze, maar op zijn tijd en wijze volvoert Hij zijn plan.
Dan gaat Hij door de wereld als een tuinman door zijn tuin. Hij gaat het kwaad in de wereld wieden. Soms zie je al dat het recht zegeviert. Put daar maar moed uit. Immers: de brutalen hebben nu de halve wereld, maar de mensen die in ootmoed geleefd hebben, die zullen de hele aarde cadeau krijgen.
Leven in het licht van de toekomst
Hopelijk helpt bovenstaande parafrase enige greep te krijgen op dat moeilijke woord ootmoed. Ootmoed is leven in het licht van de toekomst, je leven nù afstemmen op die toekomst. Ootmoed is vertrouwen dat er eens recht gesproken wordt door God. Zelfs op het gebied van het recht hoeft een ootmoedige daarom hier en nu niet alles binnen te halen wat hij binnen kan halen. Als hij onrechtmatige middelen zou moeten gebruiken, of geweld tegenover geweld moet plaatsen, ziet hij liever van zijn recht af. Dat legt hij dan in Gods handen. Zo heeft Christus het voorgeleefd. Hij heeft de weg van de ootmoed tot het aller-, alleruiterste bewandeld. Hoewel Hij vals beschuldigd werd, voor schut gezet, mishandeld en uiteindelijk vermoord, ging Hij niet de weg van het verbale of fysieke geweld, maar de weg van het vertrouwen op God. Hij is de Rechtvaardige (zie Hd 3:14; 7:52; 22:14; 1 Joh. 2:1). Hij bidt zelfs voor zijn moordenaars en predikt tot het uiterste Gods liefde en trouw.
Deze geschiedenis is een appèl op ons om ook die weg te gaan in een wereld vol klein en groot onrecht. Bij huwelijksmoeilijkheden en burenruzies, in problematische arbeidsverhoudingen en als het kerkelijk leven door moeiten getekend wordt.
Zalig de zielepieten?
Nu kan ik me goed voorstellen dat iemand hier de neiging krijgt me in de rede te vallen met een kritische vraag.
Betekent ootmoed dan, dat je een zielepiet bent en als een watje door het leven gaat? Maar dan roep je het onheil toch over je af? Zulke vragen worden vanzelf opgeroepen, maar tekenen tegelijk dat er t.a.v. het woord ’ootmoed’ misverstanden bestaan.
Allereerst heeft ootmoed niets met innerlijke zwakte of een slaafse geest te maken. Ootmoed is meer een Messiaanse missie dan het wapen van het watje. Niemand kan van de Heiland zeggen dat Hij geen innerlijke kracht had. Ook in fysiek opzicht was Hij geen doetje (Mt. 21:12,13) Zelfs kan niemand van de Heiland zeggen dat Hij geen macht had. Zou Hij het gewild hebben, dan had de Vader Hem op zijn wenk aan 12 legioenen engelen geholpen om zichzelf in het onrecht staande te houden (Mt.26:53).
De ootmoedige ziet niet uit lafheid of zwakte van geweld af, maar omdat Hij kan zeggen: ’De HERE is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen?’(Ps.27:1) Ootmoed is niet in gebrek aan zelfvertrouwen verworteld, maar spruit voort uit een intens Godsvertrouwen. Het is daarom mijns inziens zelfs de vraag of iemand die uit angst of minderwaardigheidsgevoelens de moed en kracht niet heeft om van zich af te slaan, de weg van de ootmoed gewezen moet worden. Het gevaar is niet ondenkbaar, dat ootmoed en innerlijke zwakte verward gaan worden.
Het luistert hier nauw. Misschien dat sommige mensen eerst eens moeten ontdekken dat ze het vermogen hebben bevrijdend van zich af te slaan, voordat ze leren dat vermogen in Christus af te leggen. Maar dat terzijde.
Afscheid van de rechtspraak?
Ten tweede is het niet gezegd, dat een ootmoedige ’automatisch’ afziet van rechtspraak. Nee, een ootmoedige is allereerst iemand die Gods recht en gerechtigheid hoog houdt. En daarom zal hij in situaties van onrecht ook de weg van het recht mogen gaan. Dat maakt de hele Bijbel duidelijk. In het Oude Testament vinden we het grote belang van eerlijke rechtsspraak keer op keer benadrukt. En in Romeinen 13 staat geschreven dat het de taak van de overheid is om het recht te handhaven. De overheid is een instrument dat God gebruiken wil. En dat een christen niet met zich hoeft te laten sollen, mag blijken uit het leven van de apostel Paulus. Hij werd onrechtmatig aangeklaagd (Hd. 24:1- 9), maar verdedigde zich met verve (Hd. 24:10-21) en toen hij dreigde een speelbal te worden van politieke machtsspelletjes (Hd. 25:1-7), beriep hij zich op de keizer van Rome (Hd.
25:10-12). Hiervan valt te leren, dat het opkomen voor je eigen of andermans recht in principe goed is en zondermeer verenigbaar met de ootmoed. Wat mij betreft valt hiervan ook te leren dat met een functie in het politionele, politieke of juridische apparaat, niets mis is. Rechtvaardigen op die posities heeft iedere samenleving keihard nodig! Vanuit díe posities mag ook ’het zwaard’ gehanteerd worden ...
Alleen, een beroep op een rechter is niet altijd mogelijk ...
Maar waar onrecht heerst
Ootmoed is een gestalte van Gods gerechtigheid, de uitloper daarvan, die het scherpste zichtbaar wordt waar het onrecht ongehinderd woekert en waar zelfs de politionele en juridische structuren door onrecht zijn aangetast. In zo’n situatie openbaarde zich Christus’ ootmoed.
In zo’n situatie riep Petrus zijn lezers op de weg van Christus te gaan (1 Pet.2:18-25) Onder die lezers waren rechteloze slaven (2:18) en vrouwen, die door hun heidense mannen geïntimideerd werden (1 Pet.3:1 en 6).
Noch de Verenigde Naties, noch Amnesty International bestonden. Er waren ook geen blijf-van-mijn-lijfhuizen.
En wat doe je dan? En wat doe je vandaag de dag, als je terecht komt in een situatie waarin degenen die verantwoordelijk zijn om het recht te handhaven in gezin, bedrijf, kerk of natie corrupt en goddeloos zijn? En dan komen we toch weer uit bij dat woord ootmoed. Dat woord waar zo enorm veel geloof en innerlijke kracht voor nodig is: ’Laat je niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.’(Rom.12:21) Op dit spoor van ootmoedig leven worden we door het evangelie de lijdende Rechtvaardige gezet. Op ons werk. In ons huwelijk. In de buurt waarin we leven. In de talloze spanningen en conflicten die het menselijk bestaan stempelen. Christus moest van lijden tot heerlijkheid gaan, om ons te openbaren waar en hoe het heil van God doorbreekt in een onrechtvaardige wereld.
Noten
1. Emil Brunner, Gerechtigkeit. Eine Lehre von den Grundsetzen der Gesellschaftsordnung, Zürich 1943, pg. 3
2. Dat in Mt.5:5 niet van ’ootmoedigen’, maar van ’zachtmoedigen’ gesproken wordt, heeft te maken met de wijze waarop de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint, het woord ’ootmoedigen’ hier vertaald heeft. Het moge echter duidelijk zijn, dat op het hier gebruikte woord ’zachtmoedigen’ de volle inhoud van Ps.37:1-11 rust!