Gosda Mikoes
1998-08-07
Even over elven komen mijn vrouw en ik aan op het plein bij de Stopera. Een grote menigte heeft zich hier reeds verzameld. We horen ds Chris van Andel van de Hervormde Jeruzalemgemeente de mensen toespreken. Een enthousiaste tienergroep zingt. Even later geeft Peter Vlug Jr. de marsorders door.- Jaargang 42
- nummer 16
Er is een goed georganiseerde ordedienst. Programma’s worden rondgedeeld en bloemen kunnen worden gekocht om aan de omstanders uit te delen. We gaan op pad. We ontmoeten onze oude vriend en collega Karel en begroeten elkaar met een stevige omarming. Hij is vanochtend vroeg vanuit zijn dorp met een rugzak op weg gegaan naar de hoofdstad. Nog even enthousiast als vele jaren geleden toen we elkaar voor ’t eerst ontmoetten op een conferentie. We lopen langs de Amstelhof. Enkele bewoners en hulpverleners kijken vriendelijk toe met de geschonken bloemen in de handen. Sinds we enkele jaren geleden aldaar een vriendin tot haar einde hebben mogen begeleiden, weten we van de nood die daar is en de zorg die in dat huis wordt verleend.
Zegen hen allen met Uw nabijheid, o Heer.
Jezus is de goede Herder
We gaan over de Magere Brug naar de overkant van de Amstel. Twee jonge vrouwen dragen een spandoek met in het Albanees de tekst: Jezus is de goede Herder. Ze hopen op deze wijze contact te krijgen met Albanezen in Nederland. Eén van hen is pas teruggekeerd uit een dorp in Albanië, waar ze zeven maanden kinderwerk heeft gedaan. Ze spreekt met bewondering over deze Albanezen, die met hun armoede nog hulp trachten te verlenen aan hun gevluchte volksgenoten uit Kosovo. Hoe dankbaar mogen we de Here zijn voor de meer dan vijftig jaar vrede in ons land. Heer ontferm U over hen. Geef ons een hart vol mededogen met hen.
De mars stopt even. We komen terecht onder een ander spandoek met voor ons vreemde karakters.
Jezus Messias is onze Heer en Redder, betekent dat zeggen de dragers. Het zijn Iraniërs. ”Gosda mikoes” roepen ze steeds. We zeggen het hun na. God is goed, betekent dat, legt een van hen ons uit. ”Zijn jullie vluchtelingen?” vraag ik aan hem. Hij knikt en even trekt een schaduw over zijn gezicht. ”Je hoeft mij niet alles te vertellen. Jullie zijn welkom in ons land”, zeg ik. Enigen van hen hebben slechts het vege lijf kunnen redden, maar ze hebben Jezus gevonden. Dat doet hun gelaat stralen van nieuwe hoop. Wie uit het parlement sprak er onlangs zijn zorg over uit, dat deze mensen alleen ter wille van een betere verblijfsstatus christen waren geworden? Ze zouden niets liever zien dan dat de grenzen weer open gingen om ook aan hun families de blijde boodschap te kunnen vertellen. Ik krijg een uitnodiging om hun zondagse eredienst bij te wonen. Binnenkort hoop ik op hun uitnodiging in te gaan. In 1996 bracht oud-missionaire predikant Atze van de Broek een rapport uit voor de Raad van Kerken in Nederland. Daarin vermeldde hij dat toen al op 16 plaatsen in ons land het evangelie in het Perzisch verkondigd werd. In Amsterdam wordt in 30 vreemde talen het Woord gebracht, in Rotterdam zijn het er 22. Zeker het lichaam van Christus in dit land is bezig te verkleuren.
Ik zie dit verschijnsel nu voor ogen. Bijna de helft van de marsdeelnemers zijn geen blanke Nederlanders. Prijst de Heer! Of moeten we treuren om de vele blanke volksgenoten, die het geloof in Jezus vaarwel hebben gezegd?
Oecumene van het hart
Ik denk aan de vele vruchteloze besprekingen van deputaten voor de eenheid van de kerken van de kleine oecumene. Als we al deze verspilde energie eens konden besteden aan de evangelieverkondiging onder onze gekleurde medelanders. Is dat niet de oecumene van het hart, waar EOvoorzitter Arie van der Veer het steeds over heeft? Het hart van Jezus laten zien aan de verdoolde, verslaafde en verdrukte medemens? Jezus was gezonden om aan armen de blijde boodschap te brengen, aan gevangenen loslating te verkondigen, aan blinden het gezicht en om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, Luc. 4:19.
Wat hebben we met Zijn opdracht tot evangelieverkondiging in deze brede context gedaan? Heer, ontferm U over ons en onze kerken! De marsliederen worden door geluidswagens begeleid. We zingen ze in allerlei talen van de wereld. De Iraniërs zingen enthousiast mee. Wie verklaarde onlangs dat de opwekkingsliederen, qua muziek en tekst beneden de maat waren? Hier ervaren we, hoe de Heilige Geest deze eenvoudige teksten en melodieën gebruikt om een gemeenschappelijk loflied te bereiden uit alle volken en talen ter ere van het Lam. We passeren de Oudezijds Voorburgwal.
Hier in deze omgeving is 15 jaar geleden de Kruispost van start gegaan. Een initiatief van christenen uit diverse denominaties om gratis geneeskundige hulp te verlenen aan ’onverzekerden’. Ze zullen het daar nu wel drukker krijgen, nu per 1 juli de Koppelingswet ingaat en aldus vele zwervers en illegalen, het zootje ongeregeld uit onze steden, ook de primair medische zorg moet ontberen. Is dit recht? Ik schaam me voor de Bolkensteinse prietpraat die ik ook onder gelovigen moet aanhoren: Nederland is vol ! Ja, ja, zestig jaar geleden sprak een niet-paarse, christelijke coalitieregering ongeveer dezelfde woorden en de grenzen gingen dicht voor de vervolgde Joden. Zien we niet meer Gods hand in al deze dingen? Volken die eeuwenlang het evangelie ontbeerden, omdat ze hun grenzen sloten voor de christelijke predikers, kunnen nu vrij op onze straten en pleinen over Jezus horen.
Gebruiken we deze kans? Is het heden niet de uitgesproken gelegenheid, de kairos, om dit te doen?
Gebed voor de lijdende kerk
We naderen de Dam. Daar staat een tent met een podium opgesteld. Een grote groep juichende, swingende, klappende Surinamers verwelkomt ons, het Maranatha Mass Choir.
”De Heer regeert,
dat de aarde juicht
Dat het volk zich verheugt,
want Hij regeert”
We ontmoeten een echtpaar uit de V.S. Ze wonen al jaren in de Pijp. Ze spreken goed Nederlands, hebben ook Arabisch geleerd en trachten tegenwoordig contact te krijgen met Berbers. Dit volk mag nu in hun eigen, door de Marokkaanse overheid onderdrukte taal, het evangelie van Jezus horen. Zegen, Here, hun arbeid en zorg.
Ruud van Eyle gaat ons voor in gebed voor de lijdende kerk. Met name wordt gebeden voor de Soedanese evangelist Faisal Abdallah en de bekeerde moslim Al Faki uit Khartoem. Ook de gevangen genomen Filippijnse gelovigen in Saoedi-Arabië worden in eenparig gebed bij de Here gebracht.
Ds Steve van Deventer bidt voor land en volk van Afghanistan; voor vrede en veiligheid voor de bewoners, voor de slachtoffers van de aardbevingen, voor hulp in de rampgebieden en open grenzen voor het evangelie. Tenslotte spreekt ds Arie van der Veer. ”Gij zijt het zout der aarde”, zegt Jezus tot ons. Dat zijn we dus. O wee ons, als we smakeloos zout worden. Om ons allen hieraan goed te herinneren, wordt aan iedere aanwezige een zakje zout uitgereikt. De gebeden van de voorgangers worden door de toehoorders luide herhaald.
Dan klinkt het slotlied:
”Heer, Uw licht en
Uw liefde schijnen,
waar U bent zal
de nacht verdwijnen.
Jezus, licht van
de wereld,
vernieuw ons.
Levend Woord,
ja Uw waarheid
bevrijdt ons.
Schijn in mij,
schijn door mij.”
Amen, zo zij het!