Als alles religie is, is niets religie
1998-08-07
Het valt niet te ontkennen dat er op het eerste gezicht iets aantrekkelijks ligt in de krachten-religie van Afrika die J.H.Bavinck ”godsdienst zonder naam” noemde. Wij in het Westen hebben het leven opgedeeld als een ouderwetse trein met zijn vele aparte coupés, één voor de economie, één voor de school en heel veel anderen en achteraan ook nog één voor de godsdienst. Maar in Afrika is het hele leven één.- Jaargang 42
- nummer 16
Daarin zit iets heel aantrekkelijks dat voor ons besef ook veel dichter bij de Bijbel komt dan onze coupé’tjes-maatschappij.
Wij zijn die levenseenheid kwijtgeraakt. Want alle leven is Gods leven, nietwaar? Zo houden in de ”godsdienst zonder naam” de krachten het bonte leven bij elkaar. Er is geen deurtje in het leven waarvoor een boze of een goede kracht blijft stilstaan. Landbouw, huwelijk, begrafenis, op kantoor, overgaan op school of het wereldkampioenschap-voetballen, overal kom je dezelfde krachten tegen die je bedreigen of begunstigen. Alles is religie en religie is alles. Prachtig, zeggen we in Europa, je moet naar Afrika terug om het holisme van de Bijbel terug te krijgen. Maar nu ben ik zo blij om als simpel exzendelingetje een steuntje in de rug te krijgen van Bavinck die een vijftig jaar geleden al prachtig verwoordde wat ik altijd al wel aanvoelde maar wat vandaag nogal onpopulair is om hardop te zeggen.
Hij zegt in ”In de Ban der Demonen” dat op deze wijze de religie zich oplost in het gewone aardse bestaan en een zuiver aardse bezigheid wordt. De horizon ligt niet verder dan het eigen leventje of de eigen stam. Omdat de godsdienst in heel het leven is opgesmolten, daarom kan de mens ook nergens meer er boven uitreiken. Godsdienst blijft plat-aards en het geloof in goden of geesten brengt daarin geen enkele verandering. Want uiteindelijk zijn de goden niet meer dan een verlengstukje van de mens zelf met zijn eigen wereldje. De mens raakt opgesloten in zijn eigen krachtenwereld en raakt zo in de ban ervan dat ze hem tot demonen worden. Je kunt er niet meer uit want hoe hard je ook roept er is daarbuiten niemand die je horen kan. Het ”zonder hoop en zonder God in de wereld” (Ef 2:12) is de verschrikkelijke tragedie van de ”godsdienst zonder naam”.