Een nieuw seizoen

1998-09-04
  • Jaargang 42
  • nummer 18
Een nieuw seizoen begint. Niet alleen op de scholen, maar ook in het kerkelijk leven. Na de zomer gaat alles weer draaien en wat komt daar veel werk bij kijken! Niet alleen van de predikanten voor wie het hun werk is, maar ook van zoveel anderen. De koster en de organist hebben geen laagseizoen gehad: hun werk ging door. De preekvoorziener gaat haar (of zijn) drukste tijd tegemoet. Probeer maar eens het juiste midden te vinden tussen vriendelijkheid en taaie vasthoudendheid... De kerkenraad komt in nieuwe samenstelling bij elkaar, de kinderclubs en het catecheseteam, de commissies, de gebedskring en de bijbelkringen, ze wachten allemaal op uw inzet.
Nu is het vrij gemakkelijk om wat sceptisch over al deze activiteiten te doen en te verzuchten: och, wat maken we ons toch allemaal druk! Maar daar heb ik nu eens even geen zin in. Ik wil om te beginnen gewoon eens zeggen, hoe fantastisch ik het vind dat zoveel mensen ook nu weer bereid zijn om hun tijd en hun krachten te geven voor het werk in de kerk. Want ik weet zèlf al, hoeveel andere dingen je aandacht vragen. Hoeveel te meer geldt dat voor mensen, die een volledige dagtaak in de maatschappij hebben en die daarnaast zich inzetten in het werk van God.

Warmte en frustraties
Wat levert al dat kerkenwerk op? Aan de ene kant de mooiste momenten van warmte en steun voor elkaar, en vooral: van geborgenheid bij God. Het is zó heerlijk om samen te ervaren, dat God dichtbij is. Om mee te maken, dat God mensen helpt en uit de modderpoel omhoog trekt. Of om door je tranen heen te leren zingen: ”Ja, God is goed voor Israël, is waarlijk goed, ik weet het wel”.
Aan de andere kant levert ook de kerk de grootste frustraties en spanningen op. Ik sprak van de week een zuster, die nòg gebukt ging onder de verdachtmakingen tegen haar man, dertig jaar geleden. En ik kreeg daar onlangs zelf ook mijn deel weer van. Daarnaast kun je ook zo teleurgesteld raken in wat mensen ervan maken, van de kerk. Als je kwade trekjes opmerkt onder vrome woorden. Moeilijk!
Menselijk gezien is deze combinatie heel verklaarbaar. De kerk zit dicht op je huid, net als het gezin. Het gezin is de mooiste leerschool in vertrouwen en verantwoordelijkheid. Maar het is ook de plaats, waar mensen wonden oplopen die vijftig jaar later nog schrijnen. Door fouten en zonden, zeker. Maar ook gewoon door onvermogen, door het menselijk tekort. Die dingen spelen ook mee in mijn relatie tot de bakker, maar dat zit niet zo dicht op mijn huid als het gezin en de kerk.

Mensenwerk
Het zal goed zijn om deze dingen te bedenken in het nieuw begonnen seizoen. Kerkenwerk is mensenwerk. Veel van wat de Bijbel over de kerk leert, is helemaal niet zo hoog gestemd, maar eerder op de toonhoogte van ”verdraagt elkaar, vergeeft elkaar”. Zelfs het beste wat we proberen, is maar stukwerk. Mij leert dat in elk geval om me van m’n eigen werk niet te verbeelden, dat het de enige goede weg is.
En tegelijk: tegelijk is kerkenwerk helemaal geen mensenwerk. Ik leef er dagelijks van, dat het Christus’ werk is. Dat Hij zijn gemeente blijft vergaderen en dat Hij me telkens weer verbaast, hoe Hij ook mijn gebrekkige werk en dat van zoveel anderen blijft gebruiken om goede dingen te doen, echt goede dingen.
Wat ik iedereen zou willen meegeven, die weer aan het nieuwe seizoen begint: doe het biddend, bij voorkeur samen biddend. Leg de Here voor, dat het zijn werk is en dat jij er alleen maar aan mee mag doen. Bij dat bidden kun je gerust je ogen sluiten. Maar minstens zo belangrijk is, dat je ze daarna weer open doet. Echt open, voor verhoringen die soms uit een andere hoek komen dan je gedacht had. Dan beginnen we het nieuwe seizoen met een open hand en een open hart.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief