Gestremde beweging en Lijnenspel
1998-09-04
Dr. Th. Peppink, Gestremde beweging. Een theologisch onderzoek naar de verhouding tussen geloof en kunst bij Prof.dr.G.van der Leeuw. Mondiss, Kampen 1997.- Jaargang 42
- nummer 18
Idem, Lijnenspel. Aspecten van geloof en kunst vandaag. Mondiss, Kampen 1997.
Op 15 mei vond de promotie plaats van drs. Theo Peppink, christelijk gereformeerd predikant te Kampen, tot doctor in de theologie aan de Rijks Universiteit te Utrecht. Ds. Peppink is, na 5 jaar in de gemeente te hebben gestaan, in 1978 naar art. 6 van de D.K.O. vrijgesteld voor het geven van godsdienstonderwijs aan de Christelijke Hogeschool voor de kunsten ’Constantijn Huygens’ in Kampen.
Dit gegeven heeft alles te maken met de keuze van het onderwerp van zijn proefschrift. Peppink beweegt zich als docent zowel op het terrein van de theologie als op het terrein van de kunst. En die twee wil hij heel graag met elkaar verbinden, wat naar zijn oordeel veel te weinig gebeurt in de kerk. Hij is, en dat blijkt ook uit zijn proefschrift, gefascineerd geraakt door de persoon van Prof.dr. G. van der Leeuw, die in zijn publikaties voortdurend bezig geweest is met de verhouding geloof en esthetiek, geloof en kunst. Die daar zijn hele leven mee bezig is geweest; de zeer uitgebreide bibliografie, die in dit boek een kleine 50 pagina’s beslaat, getuigt daar ook van. Toch is de invloed van Van der Leeuw in brede kring beperkt gebleven, ondanks het werk van de ’Prof.dr. G. van der Leeuw-Stichting’, een ontmoetingsplaats tussen kerk en theologie. Dat Van der Leeuw en zijn werk in gereformeerde kring geen ingang heeft gevonden, hangt samen met zijn theologische uitgangspunt, dat radicaal verschilt met het gereformeerde uitgangspunt: het Woord waarin God zich openbaart.
Van der Leeuw gaat uit van een natuurlijke theologie, d.w.z. de kennis van God komt op uit de geschapen werkelijkheid. De theologie van Van der Leeuw is onder ons meer bekend geworden onder de naam sacramentstheologie, waarmee hij wil uitdrukken dat de mens van huis uit een Godzoeker is en dat komt tot uiting in tal van verschijnselen, die een sacramenteel karakter dragen. Bij Van der Leeuw is het sacrament geen goddelijke instelling, maar een zaak, die diep in het wezen van de mens verankerd ligt.
Ook de kunst heeft bij van der Leeuw een sacramenteel karakter, beter gezegd een magisch-religieus karakter. Een uiting van de mens dat doorkruist en herschapen wordt door het goddelijke. In de kunst wordt Gods heilswerkelijkheid zichtbaar, beleefd en gevierd. Kunst is bij Van der Leeuw dan ook harmonieus.
Peppink heeft aanvankelijk grote waardering voor Van der Leeuw, omdat deze de kunst weet te verbinden met het christelijk geloof, maar hij neemt afstand van de wijze waarop dit theologisch door Van der leeuw wordt uitgewerkt. In Lijnenspel, dat aanvankelijk deel uitmaakte van het proefschrift, sluit hij aan bij de calvinistische traditie, m.n. bij H.R. Rookmaaker en O. Jager. En in zijn proefschrift staat hij uitvoerig stil bij de visie van Calvijn op de esthetica, en brengt diens opvattingen in stelling tegenover Van der Leeuw.
De schrijver geeft een helder portret van Van der Leeuw, die als theoloog (hoogleraar in de godsdienstwetenschappen en liturgiek), schrijver en politicus (lid van de Tweede Kamer en minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen in het eerste na-oorlogse kabinet Schermerhorn) van zich heeft laten spreken. Peppink geeft in zijn boek een grondige analyse van het werk van Van der Leeuw. Hij gaat minutieus te werk, met veel aandacht voor (soms onnodige) details, maar is jammer genoeg wat kort in een eigen beoordeling en waardering van Van der Leeuw. De opzet en de indeling van het boek heb ik als hinderlijk ervaren. Te veel hoofdstukken, paragrafen en samenvattingen, wat het lezersplezier niet bevordert. Ik had stilletjes gehoopt dat hij deze opzet in Lijnenspel zou loslaten en uitvoeriger zou zijn ingegaan op de confrontatie van gereformeerde theologen en kunstenaars met het werk van Van der Leeuw. Ook voor Lijnenspel geldt dat een duidelijker eigen plaatsbepaling de studie aan kracht had doen winnen.
Voor wie geïnteresseerd is in de bezinning op de liturgie is dit een studie die niet ongelezen mag blijven.