Over de schuldvraag bij rampen
1998-09-04
Er komen mensen bij Jezus met het bericht dat Pilatus een aantal Galileeërs op het tempelplein heeft laten ombrengen en ze knopen er een vraag aan vast: waren die Galileeërs zondiger dan de andere (Luc. 13:1vv). Hoe reageert Jezus op dat bericht? Hij ontkent niet dat die Galileeërs zondaars waren. Maar Hij ontkent wel dat ze groter zondaars waren dan de andere Galileeërs.- Jaargang 42
- nummer 18
En Hij noemt zelf nog een andere gebeurtenis die het onderscheid tussen Galileeërs en Judeeërs helemaal nivelleert: achttien inwoners van Jeruzalem worden gedood door een instortende toren. Waren die achttien extra schuldig en trof hen daarom die ramp? Welneen, zegt Jezus. Ze zijn wel schuldig, maar niets schuldiger dan de overige inwoners van Jeruzalem. En jullie zijn niet minder schuldig dan die achttien. Als jullie je niet bekeren, zullen jullie allemaal, zonder uitzondering, op dezelfde manier omkomen.
Ik denk dat wij heel anders gereageerd zouden hebben dan Jezus. Wij zouden gezegd hebben: natuurlijk hebben die Galileeërs geen zware zonden op hun kerfstok. Wat hun overkomen is, is geen straf van God. God heeft hier de hand niet in maar Pilatus. Iedereen weet toch dat Galilea de brandhaard is van het ondergrondse verzet tegen de Romeinen. Pilatus was bezig een verzetsgroep op te rollen. Maar laat hun dood niet tevergeefs zijn. Neem de fakkel van hen over. Weg met de Romeinen! Zo zouden wij gereageerd hebben.
Wij zouden er een aanleiding in zien om de haat en het verzet tegen de Romeinen aan te wakkeren.
En op het voorbeeld dat Jezus aandroeg, zouden we zeggen: dat de toren instortte, was geen straf van God, geen act of God, maar de schuld van de aannemer. Die heeft indertijd slecht werk afgeleverd en ondeugdelijk materiaal gebruikt. En het is ook de schuld van de autoriteiten. Want die wisten allang dat de toren op instorten stond, maar ze hebben er niets aan gedaan en alle waarschuwingen in de wind geslagen.
Het wordt hoog tijd dat de verantwoordelijke autoriteiten werk maken van de veiligheid van openbare gebouwen.
Zo zouden wij gereageerd hebben, want zo wordt er immers altijd gereageerd.
Er worden beschuldigende vingers uitgestoken naar de bemanning en van het rampvliegtuigen en veerboten, naar luchtvaartmaatschappijen en rederijen, naar vliegtuigfabrikanten en scheepsbouwers, en naar de politici die de regels niet streng genoeg aanhaalden.
Zo reageren wij. Maar Jezus reageert anders. Hij haalt niet uit naar Pilatus. Hij wijst niet met een beschuldigende vinger naar de politieke onderdrukkers. Hij laat geen protest horen tegen de verantwoordelijke instanties.
Hij maakt hun geen verwijt vanwege hun falend beleid inzake krotopruiming en sanering van oude stadswijken.
Niets van dat alles. Hij stoot door naar een dieper niveau.
Wanneer zulke dingen gebeuren, zegt Hij, dan gaat het er niet om met een beschuldigende vinger te gaan wijzen naar de veroorzakers of de slachtoffers ervan. Niet de graad van zondigheid en van schuld van ánderen moet je dan bezig houden. Denk aan jezelf, aan je eigen schuld en zonde. Laat je door wat er gebeurd is, met een schol tot jezelf brengen en je aan je eigen schuld ontdekken. Bekeer je. Kijk niet naar anderen maar naar jezelf. Laat je door zulke dingen tot verootmoediging voor God brengen. Want het gaat Jezus om de redding en verlossing van de mensen uit hun diepste nood en verlorenheid.
Het gaat Hem erom, dat ze het waarachtige, eeuwige leven ontvangen. En dat is van een andere orde dan politieke vrijheid. Veronderstel nu eens dat het mogelijk is – dat is het niet, maar laten we het eens even aannemen – door verscherping van controles, procedures en regels uit te sluiten dat er ooit nog eens weer een vliegtuig neerstort of een veerboot zinkt en dat er nooit meer mensen bij zo’n ramp omkomen. Dan heb je de mensen daarmee nog niet van het eeuwige leven verzekerd en nog niets afgebrokkeld van de fundamentele nood van de mens, van zijn verlorenheid. De diepste nood van een mens is zijn vervreemding van God. En die kan niet worden opgeheven door politieke omwentelingen of strenge veiligheidsnormen.
Van God vervreemd zijn kan alleen maar worden opgeheven door bekering. Daartoe roept Jezus op. Want alleen dan wordt het grote, definitieve oordeel afgewend. De boodschap van de slachtpartij op het tempelplein en van de ingestorte toren bij Siloam en ook van moderne rampen is: bekeer u. Neem uw toevlucht tot Jezus. Breek met alle ongerechtigheid. Alleen als dat gebeurt, komen veiligheidsmaatregelen die ook nodig zijn, in het juiste perspectief te staan.
Daarmee heeft Jezus geen antwoord gegeven heeft op de vraag: waarom nu juist deze slachtoffers en geen andere? Hij zegt wel: de slachtoffers zijn niet slechter en zondiger dan de anderen. Wie met een beschuldigende vinger naar hen wijst, weet niet wat hij doet. Maar waarom nu juist zij getroffen zijn, is een vraag die niet beantwoord wordt, ook vandaag niet. Er is niemand die dat vertellen kan, zelfs Jezus niet. Hier geldt wat de Prediker zegt: als soms een wijze mocht zeggen dat hij het weet, geloof hem maar niet, want hij weet er echt niets van (Pred. 8:17).
Leven is leven met onopgeloste vragen, met vragen die heel kwellend kunnen zijn en je naar de keel kunnen grijpen. Dan is er maar één weg open: via Jezus naar God. En maar één troost: dat dankzij Jezus niets ons kan scheiden van Gods liefde, ook rampen en onopgeloste vragen niet.