En de moraal van dit verhaal komt een volgende maal

1998-09-04
  • Jaargang 42
  • nummer 18
Dit is het verhaal van Dudu, zoals er duizenden verhalen van Dudu’s in Afrika zijn, het verhaal dat uitloopt op een vraag.

Zij woonde op Mahlalini, waar we een kerkje hadden met doordeweeks een schooltje erin, nu alles helaas door stamgevechten verlaten, en slechts bewoond door slangen en jakhalzen. Dudu was een mooi meisje dat van elders uit een niet-gelovig gezin kwam maar de jonge vrouw trouwde in de Mncunu-familie dat al jaren bij ons in de kerk kwam en deed van het begin aan enthousiast mee. Haar man, midden twintig, heb ik alleen maar oppervlakkig gekend omdat hij in Johannesburg werkte. Het gezinshoofd was de krasse oude weduwe Milika die in de zestiger jaren in dat toen nog helemaal heidense gebied, voor de Heer koos. Ze had vier zoons. In de tijd dat Dudu trouwde waren er nog twee van over; één was immers zomaar vermoord, de ander in een gevecht doodgestoken.
Na een paar jaar had Dudu twee kindertjes die samen met moeder gedoopt werden maar Milika had toen alweer een zoon minder. Want we zaten toen net in de gevechten van de clan onder bij de Umkomaas op Mahlalini en de clan boven op de berg. Alleen de man van Dudu was nu nog over van Milika’s zonen maar die liet zich helemaal niet meer zien en bleef waar hij was in de grote stad. Hij was bang voor wraak want de Mahlaliniclan had zich ook niet onbetuigd gelaten. Toch was hij ook daar ver weg niet veilig want de berg-clan wist hem daar in Johannesburg te vinden. En hoe! Toen had Milika geen zoons meer, alle vier dood.
Uiteindelijk werd de Mahlalini-clan verslagen en spatte overal heen uit elkaar. De oude moeder Milika kwam ergens in de binnenlanden bij Umzinto terecht, ver over de 100 kilometer hier vandaan waar ze nu heel oud al, nog in leven schijnt te zijn, samen met wat andere Mncunu’s én niet te vergeten de kinderen van Dudu.
En Dudu zelf? Ze begon ergens achter Richmond te werken. Ze moest toch leven, nietwaar? Trouwen kon ze niet opnieuw want door haar huwelijk was zij voorgoed een Mncunu geworden en zou dat altijd blijven. De Mncunu-familie had voor haar immers bruidsschat betaald? Ze zou alleen met een Mncunu kunnen trouwen maar Milika had immers geen jongens meer. Moest ze dan op de kleinzoons van de broers van Milika’s overleden man wachten soms? Het werk verplaatste zich naar ergens achter Pietermaritzburg en we zagen haar niet meer in de kerk. Maar Dudu was ook mooi. Wat zullen vele mannen jacht op haar gemaakt hebben! Ze was nog niet eens 30. Een jaartje verder was er dan ook weer een man en een jaartje verder ook een kind. Maar Dudu was ook trouw. Ze bleef bij de vader van het kind wat tot gevolg had dat er nog weer een kind kwam. Het leek toch weer mooi te worden al was het dan geen echt huwelijk. Een goede man! Maar op een dag verdween hij spoorloos, zoals zo velen in Afrika Dudu had nu dus vier kinderen; de eerste twee zijn Mncunu’s bij Milika, maar die andere twee, waar zijn die terechtgekomen? Ze konden niet bij Dudu blijven daar waar ze werkte. Dus bracht zij nummer drie en vier bij haar ouders onder. Want ziet U, die kinderen kunnen niet bij Milika’s Mncunu’s worden ondergebracht want het zijn immers geen Mncunu’s. De clan zal zeggen: wij kennen die kinderen niet.
De feitelijke ouders van drie en vier zijn nu Dudu’s vader en moeder die helemaal onkerkelijk zijn. Dudu bezoekt ze de ene maand een weekend om er geld te brengen zoals ze de andere maand haar Mncunu-kinderen bezoekt om Milika geld te brengen. Af en toe zie ik Dudu nog wel eens; ze zegt dat ze wanneer ze haar eigen ouders bezoekt, naar onze kerk gaat die daar een uurtje lopen vandaan is.
Maar de kinderen zijn er nooit geweest. Dat vinden die ouders helemaal niet nodig. Dudu zelf is een gelovige vrouw gebleven en zal wel een andere kerk gevonden hebben. Ik heb haar aangeraden om te proberen naar ’onze’ kerk in Pietermaritzburg te gaan die daar eenmaal per maand dienst heeft. Dat zal ze doen, heeft ze gezegd. Dit was een heel gewoon Afrika-verhaal.
En nu de vraag: behoorden haar kindertjes (drie en vier) gedoopt te worden? Het was op één van mijn laatste kerkenraadsvergaderingen en wij nog contact met Dudu hadden, dat het verzoek van haar op tafel kwam: kan mijn kind (nummer drie) ook gedoopt worden? Nee, was het antwoord? Wat vindt U? Was het een goed antwoord?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief