Werk van Jacob van Maerlant

1998-09-04
  • Jaargang 42
  • nummer 18
Jacob van Maerlant leefde van ongeveer 1230 tot het einde van de dertiende eeuw. Zijn eerste boek is van ± 1255 en daarin vertelt hij de geschiedenis van Alexander de Grote.
Zijn laatste werk is van 1291; het heet Van den lande van overzee en is een oproep tot een nieuwe kruistocht na de val van de laatste christenstad Acre. Daartussen ligt een respectabele rij van boeken zoals een Britse ridderroman, een boek met informatie over allerlei zaken uit de natuur, een bijbel op rijm, een heiligenleven en een grote geschiedkundige kroniek. Knuvelder schrijft in zijn Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde: „Een oeuvre van imposante omvang, deze verzamelde werken.
Hun auteur was een man met een helder verstand, een hart dat warm klopte voor de armen en verdrukten, een strijdbare natuur die niet schroomde te wijzen op misstanden waar hij die meende aan te treffen. Een idealist die tegenover het ideaal de schaduwen zich des te donkerder zag aftekenen.
Een hard werker in dienst van zijn Kerk en zijn maatschappelijke idealen, die trachtte te dienen door de lezers nuttige kennis op godsdienstig en ander terrein bij te brengen. Een encyclopedische figuur van grote culturele, minder van strikt letterkundige waarde.” Het is nog maar kort geleden dat er een nieuw boek over deze boeiende figuur en zijn tijd verscheen: Maerlants wereld, geschreven door professor F. van Oostrom. Dat boek heeft grote waardering geoogst; de schrijver vertoont zelf een zekere overeenkomst met het voorwerp van zijn studie, want net als Maerlant brengt hij wetenschap op een aantrekkelijke en begrijpelijke manier bij de mensen. En nu zaten we eigenlijk gewoon te wachten op een nieuwe bloemlezing uit het werk van die beroemde Middeleeuwer. In het boek dat voor me ligt, staan gedeelten uit negen werken. Ze zijn ontleend aan vroegere wetenschappelijke uitgaven; de spelling van namen, de interpunctie en het gebruik van hoofdletters zijn aangepast hetgeen de leesbaarheid ten goede komt. Toch zal het lezen van Middelnederlands wel wat problemen opleveren; achterin het boek staan enkele nuttige aanwijzingen en ik raad iedereen aan daar kennis van te nemen. Verder biedt de vertaling in hedendaags Nederlands op elke bladzij veel hulp. Maar ik had wel graag hier en daar een toelichting gezien bij moeilijke passages.
Het boek begint met een inleiding over Jacob van Maerlant, zijn leven, zijn werk en zijn betekenis. Het staat wel vast dat hij uitstekend onderwijs heeft gehad; hij beheerste het Frans en het Latijn en hij moet geweldig veel gelezen hebben, want hij bezat een enorme kennis. Die kennis heeft hij in dienst van anderen gesteld, onder wie graaf Floris de Vijfde. In de bloemlezing vinden we een neerslag daarvan, elk fragment wordt weer voorafgegaan door een inleiding. Uiteraard kan ik niet op alles ingaan; ik beperk mij tot wat ik altijd het interessantst heb gevonden: ’Der Naturen Bloeme’, dat betekent zoveel als: het mooiste uit de natuur.
Zijn kennis heeft Maerlant geput uit een Latijnse bron, geschreven door Thomas van Cantimpré en die had weer van alles ontleend aan tientallen andere geleerden. De onderwerpen in Der Naturen Bloeme zijn alfabetisch (naar de Latijnse termen) geordend. De das vindt u bij Daxus, de hond bij Canis. Ik vind het jammer dat voor Der Naturen Bloeme niet wat meer plaats is ingeruimd; ik had u bijvoorbeeld wel eens kennis willen laten maken met de vreemde wezens die ergens op aarde leven, half mens, half dier. Misschien doen we dat nog wel eens. Ik neem nu een gedeelte over uit de Fenix, een vogel die zo groot is als een arend en wel 340 jaar oud kan worden. Als hij zijn einde voelt naderen, zoekt hij een mooie boom bij een bron en daarin maakt hij een nest van welriekende takken. En dan...

Alse die sonne heete scijnt, So waiet hi danne ende pijnt Dat hij also ontsteket dat out Dat soete roke gevet menechfout. Dan valt hij selve int soete vier Ende wert te asschen, dus lesemen hier.
In arde corte tijt dar naer Wasset l worem in dasschen daer, Die cortelike te vogele diet: Dus wert fenix verniet.
(De Vlaming laat de h weg: out = hout, arde = harde; pijnt = spant zich in, harde = heel erg, dasschen = de as, diën = uitgroeien).

Vertaling: Wanneer de zon haar grootste kracht heeft, klapwiekt hij met zijn vleugels en probeert daarmee het zoet geurende hout te ontsteken. Dan valt hij in het zoet ruikende vuur en wordt hij tot as verbrand, zoals wij lezen. Heel snel hierna groeit er een worm in die as, die in heel korte tijd tot een vogel uitgroeit; zo wordt de fenix herboren (letterlijk: vernieuwd).

Maerlant vertelt dan verder dat deze Fenix het symbool van Christus is. De 340 jaar van de Fenix komen overeen met de 34 jaar dat Jezus op aarde geleefd heeft! De fenix heeft geen vader en moeder, Jezus heeft als mens geen vader en als God geen moeder. De boom is het kruis en de bron komt overeen met het doopsel dat ons van zonden reinigt (!). En Van Maerlant ziet nog meer parallellen die ik nu maar achterwege laat. Het is een heel bijzonder boek waarvan de bezitter volgens mij jaren plezier kan hebben. Het is ook een heel móói boek! Sommige boeken kunnen je al blij maken, als je ze uitpakt. Zo verging het mij: Maerlants werk, Juweeltjes van zijn hand. Het is een genot weer eens een echt boek in handen te hebben: stevig gebonden in een blauwe linnen band met de titel in gouden letters op de rug. De tekst is in een duidelijke letter gedrukt op goed papier en het geheel is omgeven door een fraaie stofomslag. Een feest voor boekenliefhebbers.

Omvang 596 bladzijden.
Uitgever: Ambo, Amsterdam. Prijs ƒ 69,50


Deze bloemlezing uit het werk van Maerlant maakt deel uit van de Delta Reeks waarin literaire teksten zullen verschijnen uit de tijd van de Middeleeuwen tot het midden van onze eeuw. Het moeten uitgaven worden van een verantwoord wetenschappelijk niveau en tegelijk moeten ze aantrekkelijk zijn voor een ruim publiek. Er werken verschillende uitgevers aan mee, maar de delen zullen duidelijk herkenbaar één reeks vormen. Bij Ambo verschijnt behalve Maerlants werk een bloemlezing religieuze poëzie uit de 17e eeuw, ’Het hart naar boven’. Bij Atheneum-Polak & Van Gennep verschijnen: ’Camera Obscura’ van Hildebrand en ’Kleine gedigten voor kinderen’ door H. van Alphen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief