Het voordeel van de twijfel, of beter nog, het oordeel der liefde (2)

1998-10-02
  • Jaargang 42
  • nummer 20
In het vorige nummer schreef drs. De Jong over het eerste voorbeeld – Ex. 21:20 en 21 –, in dit nummer komen het tweede en derde voorbeeld ter sprake. Aan de hand van deze voorbeelden toont De Jong aan dat het christelijker is om te spreken over ’het oordeel der liefde’ dan over ’het voordeel van de twijfel’.

Exodus 22:2 en 3a
Laten we nu naar het tweede voorbeeld gaan. „Indien een dief bij een inbraak betrapt en zo getroffen wordt dat hij sterft, dan rust daarop geen bloedschuld (dat wil zeggen: dan is dat geen moord of doodslag); indien de zon was opgegaan, rust daarop wel bloedschuld.” We moeten weten dat vermogensdelicten in de wet van Mozes nergens met de doodstraf worden vereffend. Geld en goed staan in vergelijking met het leven zelf duidelijk op het tweede plan. Maar zich gewapenderhand verdedigen tegen inbraak mocht wél. Dat kon betekenen dat een burger een inbreker per ongeluk doodsloeg. Het was immers donker (de wetgever gaat er terecht van uit dat de meeste inbraken ’s nachts gepleegd worden) en dan kon je niet zien waar je sloeg. Zo kon je de dief zonder opzet ongelukkig raken, met de dood als gevolg. Was het evenwel licht, dan kon je gericht slaan en de dief bijvoorbeeld een been stuk breken zodat hij niet weg kon lopen. Sloeg je hem echter bij daglicht dood dan ging de rechter ervan uit dat er opzet in het spel was en dat je je geld en goed zo hoog schatte, dat daar het leven van een medemens bij in het niet zonk. Dat kan natuurlijk niet, zegt nu de wetgever, dit is ordinaire doodslag. Ook deze bepaling kun je weer niet waterdicht noemen. Ook in het donker kon je immers zo slaan dat de kans dat je de dief doodde zeer groot was. Je kon dan zelfs deze bepaling gebruiken om ongestraft de inbreker een kopje kleiner te maken. Niemand kon ooit bewijzen dat je met opzet te werk was gegaan.

Het oordeel der liefde
Maar waterdicht of niet, opnieuw moeten we spreken van een zachte bepaling, gerekend tenminste naar de normen van toen. Men ging uit van de goede trouw van de man die zijn huis en haard tegen diefstal verdedigde. Hij slaat de dief van zijn erf (daar is niets op tegen), maar hij slaat hem natuurlijk niet dood. Daar gaat de wetgever van uit. Tenzij de aanwijzingen voor opzet al te sterk zijn. Ik heb in het voorafgaande gesproken over het voordeel van de twijfel, maar wat de wetgever doet gaat eigenlijk nog iets verder. Je kunt toch nog beter spreken van een zo lang mogelijk uitgaan van de goede trouw van de ander die onder verdenking valt.
’Voordeel van de twijfel’ kan iets cynisch hebben, heb ik onderweg bedacht. Ik zocht naar voorbeelden daarvan, maar ontdekte dat het hele begrip toch niet zo bijbels is. Bij het voordeel van de twijfel heb ik het beeld voor me van mannen, twee advocaten bijvoorbeeld, die tegen de bar aanhangend een geval als dit bespreken en ten bewijze dat ze nog helemaal nuchter zijn tegen elkaar zeggen: nee, de schuld van die arme drommel is niet waterdicht te bewijzen.
’t Is ellendig genoeg, man, wanneer je zo iets stoms overkomt, maar hij kàn die dief per ongeluk hebben doodgeslagen. Let wel: kàn. De bijbel is veel positiever en gaat er zonder meer van uit dat hij het zonder boos opzet gedaan heeft. De Schrift gaat uit van de goede trouw van de mens. De goede trouw van de heer die zijn slaaf tuchtigt en hem dan per ongeluk doodslaat en de goede trouw van de man die zijn huis en haard tegen diefstal verdedigt en daarbij per ongeluk de dief zo ongelukkig raakt dat hij sterft. En de goede trouw dan van de ongehoorzame slaaf en de dief? Nee, daar gaat de wetgever niet van uit. Dat laat hij over aan ons moderne mensen die het vertrouwen in de samenleving zo zeer verloren hebben dat we haast geen verschil meer durven maken tussen goeien en kwaaien.
Maar toch, de goede trouw van wie dan ook – is de bijbel zo naïef of mens-optimistisch, dat hij daarvan uit kan gaan? Zegt hij zelf niet dat het gedichtsel van ’s mensen hart te allen tijde alleen maar boos is (Genesis 6:5)? Dat gaat toch ook op voor die straffende heer en die burger die zijn huis en haard verdedigt? Zeker, maar Mozes spreekt tot een volk dat uit Egypte bevrijd is, dat Gods genade geproefd heeft en daar verwacht hij veel van. Mozes is niet mens-optimistisch maar hij denkt groot van de genade van de verlossing. En precies zo’n sfeer moet er ook in de christelijke gemeente hangen. En in de gezinnen. De Geest van God woont in de ander. Dat verhindert je, als het goed is, om aan de goede gezindheid van die ander te twijfelen. En verplicht je om daar zo lang mogelijk van uit te gaan. Wij zijn zo gemakkelijk kwaaddenkend.
’Hij zal wel ...’, en dan komen de verdachtmakingen. Het spreekwoord zegt daar terecht van: zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten. De wet van de Here door Mozes gegeven, moet u onthouden, gaat ons daar niet in voor.
Zij gaat ons integendeel voor in het oordeel der liefde.

Deuteronomium 22:23-27
En tenslotte ons derde voorbeeld. Het langste van de drie, maar veel uitleg heeft deze bepaling niet nodig. We letten weer niet (zoals we afgesproken hebben) op de buitengewoon zware straf die de wetgever hier oplegt. We voelen ons daar niet door aangesproken.
Waar het ons om gaat is het aardige onderscheid dat gemaakt wordt tussen de verkrachting van een ondertrouwde vrouw in de stad en op het veld. In de stad staat het meisje even schuldig als de man, omdat ze niet om hulp geroepen heeft. Dat zou immers door de buren zijn gehoord. Op het veld heeft ze dat wel gedaan, maar is het niet opgemerkt. En dus gaat ze vrijuit.
Ook hier herhaal ik: waterdicht is anders. Van een wet in eigenlijke zin kun je niet eens spreken. Daarvoor zitten er teveel mazen in. Het meisje zou immers ook in de stad hebben kunnen roepen zonder dat iemand het hoorde, – om maar iets te noemen. Het gaat dan ook meer om een gezindheid die ons hier wordt bijgebracht.
Ga niet voetstoots uit van de schuld van de zwakkere partij. Zeg bijvoorbeeld niet: je zult het er wel naar gemaakt hebben, – zoals tegenwoordig tot zelfs op politiebureau’s schijnt voor te komen. Laat je eerste argwaan uitgaan naar de man die niet alleen sterker, maar ook seksueel agressiever is. En ja, wat voor de wetgever ook meetelt is het feit dat de vrouw ondertrouwd is en door een belofte van trouw aan een andere man is verbonden.
Daar wordt niet cynisch over gedaan (zoals wij geneigd zijn te doen, omdat we niemand meer vertrouwen), maar dat wordt serieus genomen. „Ze heeft om hulp geroepen”, zegt daarom deze wet, ze is in de volle zin des woords slachtoffer. Nog eens, dat gaat toch verder dan dat ’voordeel van de twijfel’. Dat zegt: ze kàn om hulp hebben geroepen. De wet van Mozes hanteert een oordeel der liefde: ze hééft geroepen. Dat is meer.

Herenaccoord
Vaak hoor je onder christenen wel spreken over die strenge wet van Mozes. Nu, dat is niet helemaal uit de lucht gegrepen. Er worden nogal eens doodvonnissen verlangd, ook op misdragingen die wij lichter zouden bestraffen.
Ik ga het voor die doodvonnissen niet opnemen, ik ga ze ook niet veroordelen.
Het was gewoon een andere tijd. Je moet voorzichtig zijn met het overbrengen van regels van een andere tijd naar die van jezelf. Het kan meestal niet. Maar waar je wel op mag letten en zelfs op móet letten: waar betrap je die oude wetten op hun eigenlijke gezindheid? Scheppen ze er vreugde in te oordelen en te veroordelen?
Heerst er een zure geest van kleinzieligheid en verdachtmaking of regeert de liefde en de goede trouw?
Vaak kun je een wet van Mozes typeren als een gentleman’s agreement, een herenaccoord. Dat is misschien wel een humanistische term, maar die valt zeker christelijk in te vullen.
Mozes’ wet doet een beroep op de goede gezindheid van de betrokkenen, op de liefde. Paulus schrijft van de liefde: „Zij is niet blijde met de ongerechtigheid maar zij is blijde met de waarheid” (I Korintiërs 13:6).
Welnu, dat komen we in de bekeken bepalingen precies zo tegen. Als het even kan, uitgaan van het goede van je medemens, dat is hier de boodschap. Dat zijn we verplicht aan de genade die God eerst in de uittocht uit Egypte en nog veel meer in de verlossing door Jezus Christus aan zijn volk, aan ons bewezen heeft. We zijn niet mens-optimistisch maar we geloven in de Heilige Geest.

Minimum of maximum
De lezer zal dus begrepen hebben dat ik gaandeweg toch wat dubbel ben komen te staan tegenover datgene wat door de uitdrukking ’het voordeel van de twijfel’ wordt uitgedrukt. Wat mij er blijvend in aanspreekt, is de terughoudendheid in het oordelen. Maar als bejegeningsnorm is het toch meer een minimum dan een maximum.
We blijven er wat aan de zuinige kant mee. Wat zou u er bijvoorbeeld van denken als ik beweerde dat toen de Heer tegen Petrus zei: Hoed mijn schapen!, Hij hem voor zijn toekomst als apostel het voordeel van de twijfel gaf? Ieder voelt toch aan dat dat te weinig is? De wereld zou zich zo kunnen uitdrukken, ja, maar wij toch niet? Werelds redenerend zeggen we: Petrus had de Meester verloochend, erg genoeg, maar de Here Jezus gaf zijn apostel een herkansing, op grond van het voordeel van de twijfel. Maar het was meer.

De Heiland vergáf Petrus zijn verloochening en de kracht van die vergeving was in zijn ogen zo groot dat Hij dáárom de schapen en de lammeren opnieuw aan de zorgen van zijn geliefde leerling durfde toevertrouwen.
Want aan wie veel vergeven is, die heeft veel lief, zoals de Heiland zelf het eens zei (Lucas 7:47). Israël mocht een volk zijn en wij mogen een gemeente zijn, waar de vergeving en dus de liefde regeert, ook in het oordelen.
Het voordeel van de twijfel blijft daarbij ten achter.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief