Landelijke Vergadering 1998 in Doorn afgesloten
1998-10-02
De studiecommissie ’Vrouwelijke ouderlingen en predikanten’ van de Nederlands Gereformeerde Kerken gaat toch alléén de landelijke besluitvorming ten aanzien van vrouwelijke ouderlingen en predikanten voorbereiden. Christelijk gereformeerde of gereformeerdvrijgemaakte broeders of zusters worden daarvoor in eerste instantie niet uitgenodigd. Wel zullen de uitkomsten van de werkzaamheden voor commentaar worden voorgelegd aan de zusterkerken. Dat heeft de Landelijke Vergadering tijdens de achtste en laatste zitting in Doorn besloten.- Jaargang 42
- nummer 20
Het besluit lag een beetje moeilijk. Immers, al tijdens een eerdere zitting had de Landelijke Vergadering besloten een studiecommissie ’Vrouwelijke ouderlingen en predikanten’ in te stellen. Maar de afgevaardigden hadden toen óók ingestemd met het ingediende amendement dat deze studie zo mogelijk samen met de Christelijk Gereformeerde Kerken (CGK) en Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) (GKV) moest worden uitgevoerd. Dit bleek bij nader inzien een innerlijke tegenstrijdigheid.
Rapportage van de commissie op de volgende Landelijke Vergadering (D.V. voorjaar 2001) is dan immers haast onmogelijk omdat pas na de synode van de GKV midden volgend jaar bekend is of ze willen deelnemen aan de studiecommissie.
Royale uitvoering
Een eerdere poging van het moderamen om het innerlijk tegenstrijdige besluit aan te passen, strandde. De afgevaardigden wezen een alternatief besluit van het moderamen af. Deze trok bovendien het voorstel in, nadat afgevaardigden kritiek uiten op het moderamen omdat het zich van stemming had onthouden. Zaterdag 19 september waagde het moderamen een laatste poging om het besluit aan te passen. Zonder slag of stoot gebeurde dat niet. Ouderling W. van Rheenen uit Utrecht pleitte voor „een royale uitvoering” van het oorspronkelijke besluit. Hij vond, „zeker in het licht der eeuwen”, dat niet te zwaar getild moest worden aan eventuele vertraging. Bovendien zou aanpassing van het besluit bij de zusterkerken over kunnen komen als het intrekken van een uitgestoken hand. „Dat zou heel jammer zijn”, aldus Van Rheenen.
Ds. W. Smouter uit Breukelen die het moderamenvoorstel verdedigde had echter moeite met die opstelling, zo zei hij. Vooral omdat de gemeente van Utrecht zelf al vrouwelijke ouderlingen heeft. „U zegt dat het niet geeft als het uitbrengen van het rapport een aantal jaren duurt, terwijl uw eigen gemeente geen tijd heeft om het besluit van ons eigen kerkverband af te wachten.
Waarom dan nu wel járen wachten?” Daarop stelde Van Rheenen echter dat hij op de LV als belangenbehartiger van alle kerken aanwezig is. „De positie van Utrecht speelt daarin geen rol en mág daarin ook geen rol spelen.” Volgens Smouter is het nieuwe moderamenvoorstel voor de zusterkerken „goed te verstaan”. Er gaat „een signaal vanuit dat we naar ze willen luisteren”, omdat in het voorstel is opgenomen dat de uitkomsten van de werkzaamheden aan de kerken worden voorgelegd. Het commentaar dat bedoelde deputaten leveren, zal bovendien worden meegenomen in het rapport aan de volgende Landelijke Vergadering.
Kerkrechtelijk bezwaar
Overigens had ook ds. W.J. van der Linde uit Barneveld bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit. Dat lag op kerkrechtelijk gebied, „niet onze sterkste kant”. Volgens Van der Linde was de kans groot dat het Nederlands Gereformeerde verzoek door de synodes onontvankelijk zou worden verklaard. Daar mogen namelijk alleen zaken besproken die vanuit de eigen plaatselijke gemeenten naar voren zijn gekomen. Ouderling S. Huizinga uit Arnhem sloot zich daarbij aan. „Het primaire punt van het besluit was de wens van een plaatselijke gemeente dat een commissie zich zou buigen over vrouwelijke ambtsdragers. Laten we ons niet verder intern bemoeien met de vraag hoe de zusterkerken het gaan doen. Wij leggen onze zaak neer bij de deputaten waarmee wij contact hebben.” Het nieuwe moderamenvoorstel werd tenslotte met 32 stemmen voor, zes stemmen tegen en vier onthoudingen aangenomen. Later op de dag keurde de vergadering de samenstelling van de nieuwe studiecommissie goed.
Unaniem
Tijdens de laatste zittingsdag van de Landelijke Vergadering kwam verder de rechtspositie en het pensioen van predikanten aan de orde. Besloten werd een commissie in te stellen die zich hierover gaat buigen. Het was overigens een van de weinige besluiten die ’Doorn’ unaniem heeft genomen.
Tijdens de middagzitting werd de door het moderamen voorgestelde samenstelling van de commissies geaccordeerd. Ook stemde de vergadering in met het voorstel dat de gemeente van Amersfoort over D.V. drie jaar de Landelijke Vergadering opnieuw samenroept.
Geleide democratie
Tijdens een afscheidswoord bedankte voorzitter A. Wattél de afgevaardigden voor de goede, broederlijke sfeer tijdens de acht zittingen. „Het was soms zwaar. Maar ik heb de nabijheid van God ervaren. Daar ben ik dankbaar voor.” Wattèl signaleerde de „beetje on-Nederlands-Gereformeerde trend van een grotere bereidheid tot het treffen van landelijke regelingen”. Als voorbeeld noemde hij de diaconale commissie die in Doorn is ingesteld.
„We beseffen dat deze regelingen onze regionale zelfstandigheid niet aantasten, en daar ben ik niet ongelukkig mee. Het betekent dat we ons verleden aan het te boven komen zijn. En dat is goed”, aldus Wattèl. Daarna bedankte ouderling C. van der Kerk uit Maasland spitsvondig de voorzitter. „Ik heb zelden een beter voorbeeld gezien van de ’geleide democratie’ waarover De Gaulle eens sprak.” Namens alle afgevaardigden bedankte hij ook de drie andere moderamenleden: ds. W. Smouter, ds. M.H.T. Biewenga en ds. K. Muller. „We hebben een heel goed moderamen gehad.”