Herstel van identiteit door genezend gebed
1998-10-02
Ik probeer me nog eens voor te stellen hoe het was voordat ik Leanne Payne voor het eerst las. Maar het lukt me niet meer. Een jaar of tien geleden zou ik haar boeken na het lezen van enkele bladzijden geërgerd terzijde hebben gelegd. Zij staat in de Anglicaanse traditie (de Episcopaalse kerk van Amerika) en dat merk je in allerlei dingen die in eerste instantie op een gereformeerd mens een schokkende indruk maken, zoals het gebruik van wijwater, of van een crucifix. Zijn wij er niet juist trots op dat we in de reformatie terug zijn gegaan naar de kracht van het gepredikte woord?- Jaargang 42
- nummer 20
Juist op die onwrikbare basis van het Woord heeft zich in mijn denken een verschuiving voor gedaan, misschien niet alleen veroorzaakt door, maar wel van een theoretische basis voorzien door Leanne Payne. Mijn ogen zijn open gegaan voor allerlei teksten in de Bijbel, die er altijd al stonden, maar die op een of andere manier aan me voorbij waren gegaan. Teksten over ’luisteren’ (bijvoorbeeld Habakuk 2:1 „ik wil uitzien wat Hij tot mij spreken zal”). Of teksten over de krachtige werking van de Geest (zoals Galaten 2:5 „die u de Geest schenkt en krachten onder u werkt ....”). Ook heb ik van weinig mensen meer geleerd voor de praktijk van pastoraal werk in de gemeente dan van haar. Als ik het in één woord moet samenvatten dan is het ’verwachting’.
Ik heb geleerd te bidden met mensen in de verwachting dat God hoort, en dat Hij er iets mee doet. God kan veel dichterbij komen dan ik wist. Zijn Aanwezigheid is hier en nu te ervaren. En Gods Tegenwoordigheid geneest. Geloven in God is een stuk spannender geworden.
Ik zie nu uit naar blijken van Gods genezing en van vernieuwing, niet alleen bij de mensen met wie ik bid, maar ook in mijn eigen leven en in het leven van de gemeente als geheel. Zo vaak hebben we van de christelijke hoop iets gemaakt dat alleen geldt voor later als Christus terugkomt. Onderwijl geloven we dat we nu maar moeten zien vol te houden, terwijl de zaken in de kerk en in de wereld om ons heen steeds slechter worden.
Het zou onjuist zijn te verwachten dat alle pijn en moeite hier en nu al tot een oplossing komen. Inderdaad, het beste komt nog. Maar het evangelie wil wel degelijk nu een kracht tot bevrijding zijn in het leven van mensen. Er is echte vernieuwing mogelijk, mensen kunnen vrij raken van dingen die hun jaren lang gebonden hebben. Misschien kan ik het verschil als volgt aangeven: als ik voorheen bad voor mensen die ziek waren, lichamelijk of psychisch (en wie is dat niet?), dan verwachtte ik eigenlijk geen herstel. Misschien wel dat ze beter in staat zouden zijn om hun toestand te dragen. Nu begin ik met te geloven dat God wil genezen en bevrijden, en daar strek ik me naar uit. En zo wil ik ook blijven bidden totdat ik ’van de overkant’ te horen krijg dat Gods wil voor dit moment anders is. Zoals ook Paulus pas na aanhoudend bidden te horen kreeg: Mijn genade is u genoeg.
Het evangelie dat Jezus kwam brengen is goed nieuws voor de totale mens. En met die boodschap van genezing en bevrijding heeft Hij ook zijn discipelen de wereld ingestuurd. Hij onderwees, Hij verkondigde het Koninkrijk en Hij genas. Hij gaf hen de opdracht hetzelfde te doen (zie bijv. Mat. 10, Luk. 9, Mk. 16). En die opdracht heeft Hij nooit ingetrokken. Is het geen overmoed te beweren dat Christus ook vandaag zo door zijn volgelingen wil werken? Ik zou daartegenover de vraag willen stellen: is het misschien kleingeloof dat beweert dat Hij dat niet meer doet? Het zou hoogmoedig zijn als we beweerden dat het ons geloof is dat mensen moet genezen. Christelijk geloof is niet een menselijke prestatie.
Het is de aanwezigheid van een nieuw, een ander Leven in ons. Niet meer mijn ik maar Christus leeft in mij. Dat is de realiteit die ik mij voortdurend moet te binnen brengen. Een realiteit waarvan het Nieuwe Testament vol staat. En daarbij ben ik enorm geholpen door de boeken van Leanne Payne. Boeken die zijn geschreven vanuit een rijke ervaring met het bidden met mensen en met de wonderen die God ook nu nog wil doen.
Gods Tegenwoordigheid praktiseren, de misschien wat ongelukkige vertaling van het Engelse practicing the Presence: daar gaat het om. Christus komt dan met zijn macht en zijn liefde en doet in en door kleine, kwetsbare mensen wat ze uit zichzelf nooit zouden kunnen of durven. Juist als we aan ons zelf twijfelen en aan het einde zijn van onze eigen mogelijkheden, dan krijgt God de mogelijkheid te doen wat Hij wil doen. Toen ik pas begon als predikant heeft een tijd lang aan de muur van mijn studeerkamer een citaat uit een van de boeken van Leanne Payne gehangen: „your inadequacy is your first qualification”: je onvermogen is het voornaamste bewijs van geschiktheid.
Het Woord is vlees geworden
Een sleutelbegrip in haar boeken is het begrip ’Incarnational Reality’, de werkelijkheid van de vleeswording. God veracht de materie niet. Maar in de persoon van zijn Zoon is Hij werkelijk in deze wereld binnengegaan. En daarmee heeft hij de wereld opgetild tot in Zijn heilige Tegenwoordigheid. „Zijn souvereine Aanwezigheid over ons, met ons, in ons: incarnationele werkelijkheid.
Dat is waar dit boek over gaat.” (pag. 10) Door Zijn Geest is Christus werkelijk in ons midden. En als we het evangelie prediken in de kracht van de Geest, dan komt Hij zelf naar mensen toe om ze te genezen en compleet te maken in Hem. Mannen en vrouwen mogen hun werkelijke identiteit verwachten in Hem, in Zijn Tegenwoordigheid worden we steeds meer onszelf, zoals we bedoeld zijn.
„We leren de Tegenwoordigheid van Jezus praktiseren van binnen (onze lichamen zijn de tempel van de Heilige Geest), van buiten (Hij wandelt naast ons als vriend en broer), en overal om ons heen (Hij is hoog verheven en we verhogen Hem als de soevereine God). We vragen Hem om door ons heen van de wereld te houden. We leren met Hem samen te werken. We doen wat we Hem zien doen. We leren te handelen door de gaven van de Heilige Geest, die in ons werken omdat Hij echt met ons is. Ons geloof is niet meer alleen intellectueel, maar het gaat ieder aspect van ons leven raken.” (pag. 12)
Meer dan verstand
Christus die naar ons toekomt in mensen van vlees en bloed, ik vrees dat we in onze kerken ons maar nauwelijks hebben gerealiseerd wat dit betekent.
In veel gereformeerde kerken lijkt het alsof geloof alleen op ons verstand gericht is. Kerkgangers zouden zonder bezwaar hun hoofd op de stoel kunnen leggen terwijl de rest weer naar huis ging, want dat is het enige dat wordt aangesproken. Beseffen we hoe belangrijk een blik, een aanraking, een symbolisch voorwerp, een stilte, kunnen zijn in de communicatie van het evangelie?
De Here Jezus raakte constant mensen aan, legde ze de handen op, gebruikte voorwerpen of zelfs speeksel en slijk om iets over te dragen. En dat niet alleen als communicatiemiddel, ter ondersteuning van het gesproken woord (zoals een predikant een overhead projector kan gebruiken in de preek). Maar als wezenlijk onderdeel van Zijn bediening. Er ging kracht van Hem uit, als mensen Hem aanraakten.
Als je erop gaat letten zie je het overal in de Bijbel terug. Dat mensen, maar ook voorwerpen, kanalen zijn waardoor Gods kracht kan stromen. Dat zijn niet de resten van een magisch wereldbeeld, maar het is onderdeel van de belijdenis dat God in deze stoffelijke werkelijkheid is binnengegaan. Doe de schoenen van uw voeten, want de plaats waarop u staat is heilige grond. Vanuit een reformatorische achtergrond heb ik altijd geloofd: dat is achterhaald. Er zijn in het Nieuwe Verbond geen bijzondere heilige plaatsen en tijden meer, want de hele werkelijkheid en ons hele bestaan is heilig voor God. Dat laatste geloof ik nog steeds, dat we de roeping hebben de hele wereld in al haar aspecten opnieuw aan Hem toe te wijden. Maar van het eerste ben ik niet zo zeker meer. Wat betekent het als er van Jezus gezegd wordt: Hij kon daar geen enkele kracht doen vanwege hun ongeloof; of ergens anders: er was kracht des Heren zodat Hij kon genezen?
Wat betekent het als zieken genazen doordat alleen de schaduw van Petrus op hen viel, of dat men zweetdoeken van Paulus nam en aan de zieken bracht, zodat hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren?
Kunnen heel gewone dingen uit onze dagelijkse werkelijkheid soms toch een ’sacramentele’ lading krijgen, zodat ze kanalen worden waardoor Gods werkelijkheid op een bijzondere manier ons leven raakt?
Religieuze ervaringen
Als God overal is dan is Hij nergens meer. De belijdenis van Gods alomtegenwoordigheid (hoe waar ook) kan alles plat slaan. Ik meen dat de Bijbel beide dingen tegelijk zegt: Hij is er, en Hij komt. Niet alleen straks, maar nu.
We zouden moeten leren om veel meer naar Hem uit te zien, dat Hij hier en nu Zijn Aanwezigheid en Zijn kracht openbaart. Dit heeft alles met geestelijke ervaring te maken. En geestelijke of religieuze ervaringen vinden niet plaats in een luchtledig, die zijn in de meeste gevallen verbonden met hele aardse tastbare zaken en met een interpretatiekader daaromheen. In iedere kerkdienst gebeurt in feite hetzelfde, als we zingen of bidden, of de zegen wordt uitgesproken. De een merkt niets op, terwijl de ander overduidelijk de hand van God bespeurt.
Is dat laatste inbeelding? Of is het gaan staan op de beloften van Christus zelf, en dan ook ontdekken dat die waar zijn? Onze moeite als moderne christenen is, dat we, al of niet openlijk, de kaders van de omringende cultuur zijn gaan overnemen. In feite zijn we net zo rationalistisch als de mensen zonder God, en dus ook net zo vatbaar voor allerlei vormen van irrationalisme en bijgeloof, die welig tieren om ons heen.
Eén van de grote bijdragen van Leanne Payne is, dat ze onze ogen weer opent voor wat ze noemt de echt bijbelse wereldbeschouwing, het joods-christelijke symbolische systeem dat je in de Bijbel vindt en dat tot aan het begin van de moderne tijd ook de Westerse cultuur bepaalde. We zijn vergeten dat we niet moeten stil staan bij wat we zien, want alleen het onzichtbare is eeuwig.
We zullen weer moeten leren kijken met de ogen van het hart, met een geestelijk gescherpte intuïtie en met een bijbels gevormde verbeeldingskracht. Iemand die door Leanne Payne heel veel wordt geciteerd is C.S. Lewis. Bij hem vindt ze het joods-christelijke symbool systeem nog volledig intact. De grote werkelijkheden van hemel en hel en van de geestelijke strijd die zich tussen beiden afspeelt, en waarin mensen betrokken zijn, of ze het zich bewust zijn of niet, ze zijn voor Lewis geleefde werkelijkheid, en niet slechts onderwerp van zijn fictie. De werkelijkheid is te groot en te diep om haar te kunnen vatten in proposities, in stellingen waar je ja of nee tegen kunt zeggen. We hebben behoefte aan beelden en symbolen ’that bind up reality for us’ (de Ned. vertaling zegt: die de werkelijkheid voor ons verwoorden, p. 132). Mensen worden veel meer bepaald door hun fantasieleven of door de negatieve cassettebandjes die er onbewust in hun hoofd spelen, dan door wat ze op een intellectueel niveau wáár vinden. „Een ongezond fantasieleven is dodelijk.” Schrijvers als Lewis en ook Tolkien kunnen door hun romans ons de beelden teruggeven die we nodig hebben om iets van de transcendente dimensie van de dingen te vatten.
Man-vrouw-identiteit
Een gebied waar meer dan waar ook symbolische verwarring bestaat, is dat van de seksuele identiteit. Vroeger kregen kinderen bij het opgroeien een besef van wat man-zijn of vrouw-zijn inhoudt, ze zagen voorbeelden om zich heen. In onze tijd is dit wezenlijke onderscheid in Gods schepping als niet ter zake doende terzijde geschoven, mede in reactie (dit moet er wel bij gezegd) op allerlei misstanden die er ook waren. De beelden die kinderen vandaag met zich meedragen worden geleverd door de televisie en de reclame en die zijn op schokkende wijze misvormd. Speciaal mannen zijn in onze tijd in verwarring over hun rol, niet alleen over wat er van ze verwacht wordt, maar ook wie ze ten diepste zijn. (Een andere titel van Leanne Payne die momenteel vertaald wordt is ’Crisis in masculinity’). Vaders spelen een cruciale rol in de opvoeding, speciaal in het proces van loskomen van de moeder en het verwerven van een eigen, ook seksuele identiteit van het kind.
Mannen, die in verwarring zijn over wie ze zelf zijn, doordat ze nooit bevestiging hebben ontvangen van hun vaders, kunnen die ook niet aan hun kinderen geven. Als dit proces van bevestiging gestoord is, kan dat een reden zijn voor het ontwikkelen van een homoseksuele gerichtheid in het kind.
Er kan genezing optreden als iemand als het ware gehersymboliseerd wordt.
„Ons vermogen om de ogen van ons hart te richten op God en alles wat echt is buiten onszelf, ervan te houden, het in ons op te nemen, is beslissend.” (pag. 147) In dit proces van komen in Gods Tegenwoordigheid kunnen mensen elkaar terzijde staan. Zieke mensen hebben iemand naast zich nodig die ze leert om zich af te keren van hun ongezonde en ziekmakende beelden en om zich te richten op God en te luisteren naar wat Hij zelf zegt over mens-zijn, man-zijn, vrouw-zijn.
Ik heb tot zover slechts enkele dingen aangestipt van een ongelooflijk rijk boek. Ik lees het zeker al voor de vijfde keer en elke keer leer ik weer nieuwe dingen, zoals trouwens van al Leanne Payne’s boeken. Het is een verheugende zaak dat deze boeken nu vertaald worden in het Nederlands, hoewel ik ze in het Engels sprekender vind, vanwege het grote aantal haast niet te vertalen uitdrukkingen en citaten uit de Engelse literatuur die ze gebruikt. Voor mensen van wie de belangstelling is gewekt, wil ik wijzen op de grote internationale conferentie met Leanne Payne op De Bron in Dalfsen, 25-30 okt. 1998. Speciaal bestemd voor pastores en anderen die mensen willen helpen te groeien in heelheid van geest, ziel en lichaam.
Aanmelding kan door te schrijven naar: Pastoral Care Ministries, p.a. P. van Wijgerden, Koraalstraat 9, 1339 BX Almere.
Naar aanleiding van:
Leanne Payne, Gods Tegenwoordigheid geneest, Kok Voorhoeve: Kampen, 1997, 256 pag., prijs ƒ 34,90