Gezalfd

1998-10-02
  • Jaargang 42
  • nummer 20
„Te gek, weet je. Ik ben helemaal veranderd. Moet je ook doen!” Aldus Marco, die een kiosk beheert bij een station, tegen een kennis. Op dat moment vindt mijn zoon een briefje van 25 gulden op straat. Hij zegt: „Het geld ligt hier op straat, zeker een rijke gemeente.” Dat kan ik niet ontkennen, deze plaats is één van de rijkste gemeenten van Nederland.
Marco kijkt op en zegt: „Dat is van mij.
Ik heb het net gekregen. Ik denk dat het wegwaaide toen de trein passeerde.
Ik had het hier liggen.” Mijn zoon aarzelt. Heeft die jongen wel gelijk? Hij mompelt: „Dat kan iedereen wel zeggen.” Logisch. Bovendien: zo’n onverwacht briefje extra in je portemonnee is natuurlijk nooit weg. Hij vervolgt: „Hij zei dat hij het open had liggen, ik vind het hier opgevouwen. Dat kan dus niet!” De vrucht van regelmatig naar Baantjer of Derrick kijken op de televisie...
Marco zegt: „Ik lieg nooit. Ik ben helemaal veranderd. Want ik ben gezalfd door de Koning.” Ik overleg even met mijn zoon en zeg: „Geef dat briefje toch maar aan hem.” Hij twijfelt nog, maar is zeker de kwaadste niet.
Tegen Marco voeg ik eraan toe: „Jij dat briefje van 25 gulden, hij een blikje cola.” Mik zoon en Marco voegen zich beiden in deze ruil.
Dan gaat het gesprek verder. „Helemaal te gek joh! Echt! Moet je doen! Vanavond ga ik weer.” De kennis mompelt wat en is, zo te zien, verlegen onder het enthousiasme. Marco vervolgt: „En jij moet je ook laten zalven door de Koning. Dan ben je in één klap helemaal anders!” Ik taxeer de wederzijdse blikken. Wat begrijpt de kennis van deze woorden?
Met mijn kerkelijke achtergrond kan ik het enthousiasme wel plaatsen, maar een buitenstaander? Het moet voor de kennis volledig geheimtaal zijn.
Marco ziet dat de gesprekspartner niet direct overloop van enthousiasme.
„Leuke mensen daar, joh. En iedereen is blij!” Het helpt allemaal weinig. Nu wordt het gesprek over een andere boeg gegooid. „Alleen vorige week zondag, toen waren we weer bij elkaar. We zouden naar Amsterdam.
Te gek, met de hele groep. Maar eerst hadden we samenkomst. En toen heb ik gezondigd. Ik ben niet naar voren gekomen toen de leider dat zei. Ik heb toen echt gezondigd! Ik durfde niet! Te gek hè, je bent gezalfd door de Koning en je komt niet naar voren. Maar morgen wel hoor, dan ga ik wel naar voren!” Ik vraag aan Marco of dat ’zonde’ was.
„Was je niet gewoon een beetje verlegen omdat het allemaal nieuw was?” „Nou u het zo zegt”, antwoordt deze, „ja, misschien was dát het wel.
Gewoon verlegen. Ja, dat zou best eens kunnen. Maar morgen ga ik wel naar voren hoor. Want ik ben gezalfd!” Dan richt hij zich weer tot de kennis.
„Ja joh, gaaf! Toffe vrienden krijg je daar. De hele wereld verandert als je gezalfd bent door de koning. Ga je morgen mee?” Op dat moment komt de trein eraan.
De kennis zegt: „Nou, hou je haaks!” en stapt in de trein. Of hij later ook gezalfd zal worden? Van deze binnenkerkelijke taal heeft hij vermoedelijk niets begrepen. Het was eenrichtingsverkeer. In communicatief opzicht sloeg hij de plank volkomen mis. Ik hoop maar dat de kennis toch nog iets geproefd heeft van het enthousiasme van Marco. Soms gebruikt de Here Jezus immers ’kromme’ middelen om mensen tot Hem te brengen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief