Laat zien wat het geloof voor je betekent!

1998-10-30
  • Jaargang 42
  • nummer 22
”Ik denk dat onze generatie ervoor uit moet kijken om neerbuigend over het geloof en de geloofsbeleving van de vorige generatie te spreken. Onze ouders groeiden op in een heel andere tijd dan de onze. Elke tijd stelt z’n eigen vragen. Onze ouders hadden de oorlog achter de rug, en stonden voor de opgaaf om ons land weer op te bouwen. Vanuit hun geloof staken ze de handen uit de mouwen, en op allerlei gebied hebben ze veel offers gebracht. Vandaag komen er andere vragen op ons af. Onze tijd vraagt om authentieke geloofservaring.
Meer dan vroeger doen onze kinderen een appèl op ons om ons geloof in God te verwoorden.
Daarop zullen we in moeten gaan. Niet krampachtig, maar ontspannen. Laten zien wie God voor je betekent in het leven van alledag. Als kerken, als christenen, in ons geseculariseerde Nederland is het meer dan ooit nodig dat we heel concreet laten zien wat het geloof in de Here God voor ons betekent. Niet dat we dan moeten denken, dat het in onze macht ligt om Nederland te bekeren. Maar wel om in afhankelijkheid van de heilige Geest te laten zien aan onze kinderen en onze omgeving waarom het evangelie ons bezielt. We zullen ook meer ruimte moeten bieden aan het vieren van ons geloof...”

Aan het woord is ds Erik de Boer. Hij is predikant van de Geref. Kerk (vrijg.) in Krimpen a/d IJssel. Hij diende van 1985 tot 1990 de Geref. Kerk (vrijg.) te Amsterdam Zuid-West, en vervolgens enige jaren de Vrije Gereformeerde Kerk te Pretoria. Na zijn Amsterdamse jaren schreef hij een indringend boek onder de titel Absalom, mijn zoon, mijn zoon! Daarin bundelde hij zijn gedachten rond het thema kerkverlating en de vervreemding die daaraan voorafgaat. We waren benieuwd hoe hij bijna tien jaar later denkt.

Meer ruimte om te vieren
De eerste vraag is natuurlijk: Is er voor jou veel veranderd de afgelopen tien jaar?

Wat mijn persoonlijke situatie betreft is er het nodige veranderd. M’n eerste gemeente van Amsterdam was heel anders qua samenstelling dan de gemeente waarvan ik nu predikant ben.
Amsterdam was en is een kleine stadsgemeente waarvan relatief veel jongeren deel uitmaken. Jongeren, studenten die het ouderlijk huis hebben verlaten en dan ”in den vreemde” allerlei vragen op zich af zien komen. En dan is het als het ware erop of eronder... Nu ben ik als predikant verbonden aan een gemeente met veel jonge gezinnen, die bewust christen zijn. En bijna alle jongeren doen heel bewust belijdenis van hun geloof. Daarna heb ik vaak geen zicht meer op hen, omdat ze naar elders vertrekken voor verdere studie of werk. Dus ik kom hier veel minder kerkverlaters tegen dan in Amsterdam. Maar ze zijn er wel.
Maar overigens denk ik, dat de in mijn boekje beschreven problematiek van kerk- en Godverlating de afgelopen jaren alleen nog maar groter geworden is. Ook binnen de kerken van de zogenaamde ”kleine oecumene” groeit het aantal kerkverlaters. In een bepaalde zin is dat niet alleen maar negatief te noemen. Vroeger kon je wat makkelijker mee hobbelen, vandaag vraagt het lidmaatschap van een kerk meer om committment, een duidelijke keuze voor en toewijding aan de Here Jezus Christus. En ik denk dat die positieve keuze weliswaar niet afhankelijk is, maar wel beïnvloed wordt door de manier waarop ons geloof zichtbaar wordt. We zullen ook volgens mij meer ruimte moeten bieden aan het vieren van ons geloof.

Als ik denk aan ’vieren van het geloof’, denk ik al gauw aan meer personen. Iets vieren kun je nauwelijks in je eentje. Dus het gaat om samenkomsten van de gelovigen, de kerkdiensten...?

Daar kun je inderdaad aan denken. Kerkdiensten, de samenkomsten van gelovigen zijn ontmoetingspunten waarin duidelijk moet worden dat we ons geloof in de Here Jezus vieren.
Daarmee bedoel ik dat zichtbaar moet worden, dat ons leven in zijn hoogteen dieptepunten gedragen wordt door God. Ik heb het idee dat we het element van vieren teveel missen.
Als ik denk aan het Oude Testament, zie ik allerlei feesten die het leven van de gelovigen stempelen. En als je denkt aan feesten, zie je mensen die met elkaar een praatje maken, die hun leven delen en die met elkaar vrolijkheid maken en dat voor het aangezicht van de HERE. Dat zijn elementen, die je in onze (kerkelijke) cultuur niet zoveel tegenkomt.

Hoe zou je dat dan kunnen vormgeven in onze kerkdiensten?

Dat kun je natuurlijk niet allemaal een plaats geven in de diensten. Maar wij hebben in onze traditie het accent binnen onze kerkdiensten wel erg eenzijdig gelegd op de bediening van het Woord door die ene man. In onze kerkdiensten draait het om de preek. Daaromheen staan de liederen en gebeden, ingekaderd tussen votum en groet aan het begin en de zegen aan het eind van de dienst, die niet veel langer dan een uur mag duren. Alsof de eredienst voor de Here pas echt begint of totaal voorbij is, als de zegen uitgesproken is.
Vervolgens gaan we gauw weer naar huis om in de kring van het gezin of de familie verder de zondag door te brengen.
Waarom doen we het niet eens anders? Ik denk bijv. aan een preekbespreking waarin je ook met elkaar nadenkt over de toepassing van de evangelieverkondiging. Waarom is er niet ook meer ruimte voor andere stemmen in de eredienst dan alleen de stem van de voorganger? Ik denk bijv. aan het dankgebed na de preek. Het zou volgens mij veel beter zijn, wanneer de dienstdoend ouderling dit gebed uitspreekt.
Dat bedoel ik niet als aardig nieuwigheidje, maar het lijkt me veel gepaster als hij dat doet. In de preek heb ik als predikant Gods Woord vertolkt, en dan is het veel sprekender wanneer iemand anders het antwoord op dat verkondigde Woord onder woorden brengt. Waarom ook is het onder ons niet meer gewoonte om de gemeenschap met elkaar te vieren door samen koffie te drinken? Waarom ook is er zo weinig ruimte voor liederen en muziek, die meer dan de ons vertrouwde muziek een appèl doen op ons hart?

Je pleit dus voor een positief-kritisch doordenken van onze huidige kerkdiensten. Daarin ben je toch ook een beetje kind van onze tijd. Als je om je heen kijkt in kerkelijk Nederland is er veel aandacht voor de kerkdienst. Een beetje kerk heeft tegenwoordig een liturgiecommissie. Wat dat betreft zie je ook, dat de Ned. Geref. kerken en de Vrijg. Geref. kerken elkaar niet veel ontlopen. Binnen de Ned. Geref. keren zijn er ook, die met jaloerse ogen kijken naar wat er allemaal in Vrijg. Nederland gaande is, ook in landelijke studierapporten. Maar soms bekruipt me het gevoel, dat we er teveel van verwachten. Hoe zie jij dat?

Van dat gevoel herken ik wel iets. Het gevaar is inderdaad aanwezig, dat we ons teveel fixeren op de zondag. Dat mensen alles verwachten van de zondag, daar moet ’t als het ware gebeuren. Nu vind ik ook dat de zondag echt een stimulans moet zijn voor ons geloof. Dus we mogen ook wel wat verwachten van onze samenkomsten op zondag. Maar het moet wel aansluiten bij wat er thuis gebeurt. Soms komen er jongeren of ouders bij me met de vraag, of we niet ’ns wat uit Opwekkingsliederen kunnen zingen. Dan vraag ik altijd: zing je er thuis ook uit?
Bijna altijd wordt het dan stil...

Bidden
Hoe doen jullie dat zelf thuis?

Als ik terugkijk, zie ik dat we in het begin van ons huwelijk minder vaste patronen hadden als het gaat om bijv.
bidden en bijbel lezen. Nu hebben we het standaardpatroon, zoals ik dat vroeger thuis ook heb meegekregen. We bidden vóór de maaltijd, en na de maaltijd lezen we een stukje uit de Bijbel en danken we. In het verleden baden èn danken we ook wel vóór de maaltijd, terwijl we daarna een lied zongen, e.d. Maar de kinderen hadden toch behoefte aan duidelijkheid. Dus daar hebben we in de loop van de jaren maar voor gekozen.
Waar ik erg blij mee ben, is dat we al vroeg -dus ruim vóórdat de kinderen de puberteit bereikten- de gewoonte hebben opgebouwd om zondagavond na de maaltijd in de woonkamer allerlei soorten liederen te zingen. We gebruiken daarvoor de E&R bundel, en iedereen mag dan een lied kiezen. We vragen dan ook vaak waarom ze een bepaald lied kiezen, en zelf proberen we dat bij onze eigen keus ook onder woorden te brengen.

In je boekje pleitte je ervoor, dat er in de gezinnen bij plotselinge gebeurtenissen ook spontaan gedankt of gebeden wordt. Waarom?

Ja, dat vind ik een belangrijk iets. In onze traditie beperken we het gebed vaak tot de omlijsting van onze maaltijden en vergaderingen, en bij het naar bed gaan. Daarnaast zijn er eigenlijk minstens evengoede of betere mogelijkheden. Als er een telefoontje komt, dat een goede vriend is overleden ligt het toch eigenlijk voor de hand, dat we er dan niet alleen over praten met elkaar maar dat we ons verdriet dan ook bij de Here God neerleggen. Soms ook heb je een diepgaand gesprek met vrienden, waarin je heel wat deelt met elkaar. Het zou dan toch goed zijn om elkaar ook op te dragen aan de Here? Ik moet eerlijk zeggen, dat het mij zinvoller lijkt dan het plichtmatig openen van de een of andere vergadering met gebed.

Niet iedereen voelt zich vrij om te bidden. Er zijn ook gezinnen waar nooit hardop gebeden wordt, ook omdat men het vroeger niet geleerd heeft...

Ja, dat is waar. Maar bij alle begrip die ik ervoor heb, vind ik het wel een ernstige zonde. Je doet niet alleen jezelf, maar ook je kinderen tekort. Van wie zullen je kinderen anders leren om te bidden? Ik ben nog altijd ontzaglijk dankbaar voor de gebeden van mijn vader. Er zaten geijkte woorden bij, de gebeden verliepen vaak volgens vaste patronen, maar tot op de dag van vandaag ken ik de items nog. Ik hoor nog de eerbied van zijn stem. En ik heb van jongs af aan gezien hoe je de dingen uit je leven bij de Here kunt brengen. Gemeenteleden stimuleer ik dan ook altijd om ermee te beginnen. Gewoon in eigen, misschien gebrekkige, woorden je leven bij de Here brengen. Al doende leer je. Dat geldt op allerlei gebied, maar dat geldt ook voor het bidden.

God ervaren
Zit een belangrijke oorzaak van de moeite niet ook hierin, dat we vandaag veel behoefte hebben om de realiteit van de levende God te ervaren en tegelijkertijd zo weinig die realiteit ervaren. Anders gezegd: hoe kun je elkaar nu helpen daarbij?

Met het verlangen om de Here concreet te ervaren is natuurlijk niks mis mee. Integendeel. Ik denk dat ook van belang is om te voorkomen, dat we wel een religie hebben maar geen relatie.
Daarmee bedoel ik dat christen-zijn meer is dan het hebben van een aantal bijbels gefundeerde levensbeschouwelijke standpunten. Het gaat erom, dat we een levende relatie met de Here hebben door zijn stem te leren herkennen en tot Hem te spreken in ons gebed. Ik stel aan belijdeniscatechisanten altijd de vraag: Jullie hebben nog nooit God gezien, vinden jullie dat geen probleem? Nee hoor, zeggen ze dan, we hebben de Bijbel toch! En dan denk ik: ja, dat is wel waar. Maar ik zou graag een vervolg op het antwoord willen zien. Zo van: we hebben de Bijbel, en daarin hebben we God ontmoet.
Daarin heb ik de Here horen spreken tegen mij. God houdt van mij, heel persoonlijk, en daarom hou ik van Hem.

Maar er zijn ook mensen, die wel die ervaring zouden willen hebben en er al hun best voor doen, ook door te lezen in de Bijbel en toch die geloofservaring missen. Wat raad je hen aan?

Om het lezen in de Bijbel minder letters lezen en meer meditatie te laten worden.
Ik probeer mensen het patroon te leren: eerst een stukje lezen, dan er in gebed met de Here over spreken. Hem zeggen wat je gedachten zijn. Hem vragen je duidelijkheid te geven. En waarom zou je na dat bidden niet meteen een stukje herlezen of verder lezen? Hij kan ter plekke door de Geest te gebed verhoren.
Daarnaast: zo ook samen met Gods Woord om te gaan door meer Gods stem te beluisteren en biddend in gesprek te gaan. Met een lied te reageren. We zijn meer op studie van de Bijbeltekst gericht, minder op luisteren, met de bede: Spreek, Here, want uw knecht hoort. Gebrek aan geloofservaring heeft vaak z’n grond in een niet weten wat je voelen moet. Vraag eens simpel of iemand een lievelingslied heeft, of een Bijbeltekst van speciale waarde. Laat hem dan verwoorden waarom dat lied of die tekst hem zo bijzonder raakt. Het gevoel dat daarbij hoort ís geloofsbeleving. Bijna iedereen kan dan iets noemen en léren te weten met je hele hart, in plaats van alleen te denken. Haal een bijzondere belevenis aan en roep de herinnering aan die aanraking Gods wakker. Dat is gedenken van Gods grote daden in je persoonlijk leven. Houd dat in de diepte vast als Góds gave.

Kerkverlating
Het is prachtig om te zien, als jongeren heel bewust kiezen voor een leven met de Here. Maar het komt helaas in toenemende mate voor, dat niet iedereen door het evangelie gegrepen wordt.
Wat vind jij belangrijk als het gaat om hun ouders, broers en zussen?

Naast het geweldige wonder van het geloof heb je inderdaad het raadsel van het ongeloof. Dat is intens verdrietig om mee te maken. Wat ik tot nu toe gezegd heb kan bij de lezer misschien de suggestie wekken, dat als je maar de juiste recepten toepast, bijv. inspirerende kerkdienst, een voorbeeld zijn van levend geloof, het allemaal goed komt. Ik weet uit eigen ervaring beter! Wel zullen we zoveel mogelijk obstakels om te komen tot persoonlijk geloof uit de weg moeten ruimen. Ingaand op je vraag: ik denk dat het erg belangrijk is, dat we ons verdriet, onze moeiten, onze vragen, eerlijk onder ogen zien. Dat we ze werkelijk onderkennen. Wat ik vaak zie bij ouders van kinderen die niet meer geloven is de neiging tot ontkennen. We proberen het te verdoezelen. Ik herinner me iemand, die zijn zoon regelmatig een nieuwe vertaling van de bijbel gaf. Elke keer weer had hij de hoop, dat zijn zoon nu eindelijk de bijbel zou lezen en opnieuw tot geloof zou komen. Maar hij liet z’n ogen niet toe te zien, dat in de boekenkast van zijn zoon een groeiende rij in-het-cellofaan-verpakt-gebleven bijbels stond.

Wat is daar zo bezwaarlijk aan?

Het bezwaar is niet alleen dat je jezelf voor de gek houdt, maar ook dat het je belet om je pijn met anderen, bijv. je echtgenoot of echtgenote te delen. Als je man of vrouw erover praten wil, geef je niet thuis want er is toch geen probleem?! Je zoon neemt nog steeds die bijbels aan, dus... Het maakt ook dat je niet goed je verdriet bij de Here brengt. Laat het verdriet maar toe, dan kan je het delen.

Maar wat heb je als troost te bieden aan ouders en grootouders, wanneer hun (klein)kinderen het geloof in God vaarwel zeggen?

Eerlijk gezegd, als het erop aankomt, heb ik geen troost te bieden. Elisabeth Schaeffer heeft een aantal jaren geleden een roman geschreven, gewijd aan de thematiek van kerkverlating. Zij gaf het de treffende titel mee Waar geen troost voor is. Ik denk dat dat waar is. Ik kan familie van kerkverlaters niet troosten met beloften uit het evangelie. Wel kan ik met hen lezen uit het evangelie. Dan ontmoeten we onze Vader die nog meer dan wij verdriet heeft om weggelopen kinderen. Denk maar aan de gelijkenis van de verloren zoon. Wat heeft die vader het er moeilijk mee gehad, dat zijn zoon hem verliet. Zó is onze God, Hij voelt tot op de bodem met ons mee. Hij is barmhartig en rechtvaardig in zijn oordeel. Aan Hem kunnen we onze verloren zonen en dochters overlaten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief