Liever niet apart
1998-10-30
”Eén ding is zeker, als ouders en andere betrokken christelijke volwassenen niet van het begin af aan voor de jongeren klaarstaan – om te voorzien in een gezonde opvoeding, in vriendschap en steun – dan staat de jeugdcultuur - Jaargang 42
- nummer 22
klaar om ongezonde alternatieven te bieden.” 1
Vroeger gingen jongeren en volwassenen natuurlijk en gemakkelijk met elkaar om. Na verschillende ontwikkelingen in de afgelopen eeuwen is er een breuk ontstaan in de omgang tussen de generaties. Deze breuk komen we ook tegen in de kerk en heeft consequenties voor de overdracht van het geloof. Is dit is een hopeloze zaak of kunnen we er iets mee doen?
1. Samen doen.
Bij de overdracht van het geloof wordt een zeer belangrijke bijdrage geleverd doordat heel ons leven doortrokken is van het evangelie. Als wij hiervan overtuigd zijn, betekent dit dat wij in de gemeente moeten sámenleven en veel samen moeten doen. Want waar wij sámen leven is er contact en hierin leven wij de liefde en de barmhartigheid van het evangelie, naar en tot elkaar. Het is dus goed dat er in een gemeente gestreefd wordt naar samendoen en er contact is tussen jong en oud, trouwe leden en ontrouwe leden, willige en lastige leden, enthousiaste en teleurgestelde leden en waar mogelijk tussen broeders en zusters midden in en broeders en zusters aan de rand van de gemeente. Het zoeken naar concrete mogelijkheden hiervoor kan leiden tot versterking en bemoediging van elkaar in geloof en liefde.
2. Iedereen is uniek.
Onderdeel van de bijbelse leer is – en als dit bijbelse leer is, is dat de werkelijkheid van ons leven! – dat God een ieder van ons als uniek mens geschapen en in het leven geroepen heeft.
Dat Hij een intense belangstelling heeft voor een ieder van ons, Hij wil intens betrokken wil zijn bij het leven van een ieder van ons (al de haren op ons hoofd zijn geteld). Hij heeft ons aangenomen als Zijn kinderen en wil met ons leven in de intimiteit van een Vader (Abba, Papa) met zijn kind. Hij houdt van ons, Hij heeft ons lief. Hij heeft het beste met ons voor. Wij zijn welkom bij Hem. Hij zal ons niet afwijzen.
Hij wil ons leven. Wij mogen er zijn, voor Zijn aangezicht, onder Zijn ogen. Basis voor dit leven is de verzoening in Christus Jezus.
Dit zal dan ook onze houding moeten zijn naar elkaar, naar de kinderen en de jeugd, naar de leden in de rand van de gemeente. De houding van: Wees welkom, jij mag er zijn, jij hoort er bij, wij hebben interesse in jou, echte belangstelling voor jou. Wij willen samen met jou leven, wij willen je trouw zijn, niet in de steek laten. Jij bent een uniek schepsel, een kunstwerkje uit Gods hand, geweven door Zijn vingers met toegewijde tederheid.
Wij willen niet dat jij verloren gaat. Wij zullen je niet veroordelen maar vergeven, bij ons mag je geborgen zijn. In wat jij moeilijk vindt willen wij het jou voor doen in ons eigen leven. Wij zullen voor je bidden zonder te verslappen.
Je twijfels en je vragen mag je uiten. Kom ga met ons en doe als wij.
”Wie een kind (gastvrij) ontvangt in mijn naam, die ontvangt Mij.” zegt Jezus. (Marc 9:37) Een houding van ’jij mag er zijn, jij hoort er helemaal bij’, betekent dat wij kinderen en jongeren zoveel mogelijk een plaats geven in de gewone dingen (integratie) en niet alleen in bijzondere diensten of diensten met bijzondere aandacht voor de kinderen of de jeugd. Bijzondere diensten voor jongeren betekent dat wij hen apart behandelen.
Overdreven gezegd, zeggen wij daarmee tegen hen: ”Jullie passen niet zo goed in ons midden(!!), maar omdat jullie er toch wel een beetje bij horen, willen we zo nu en dan jullie je zin geven in een speciale dienst. Dan mag je je uitleven maar toch ook weer niet te erg, want jullie moeten rekening houden met onze tere gevoeligheden.” Kinderen en jongeren er echt laten zijn, in ons midden betekent dat wij ook de liederen die zij graag zingen een vaste plaats geven in gewone diensten. Hun leefwereld wordt meegenomen in de preken en de gebeden, in voor hen aansprekende bewoordingen. Dit sluit bijv. een kindernevendienst of jeugddienst niet uit, maar kinderen en jongeren mogen zich ook thuis kunnen voelen in de gewone kerkdienst.
3. Volwassen worden.
Opvoeden betekent kinderen en jongeren leren verantwoordelijkheid te dragen en hen die stukje bij beetje geven in hun eigen leven. Dit geldt voor volwassen worden in het algemeen en volwassen worden in geloven.
God neemt ons en ons handelen serieus. Het is verbazend hoe groot de verantwoordelijkheid is die Hij ons geeft en hoe groot de gevolgen daarvan kunnen zijn. Zo zullen wij moeten leren in de gemeente jongeren verantwoordelijkheid te geven en hen verantwoordelijk te houden. Als het om geloven gaat willen wij daar nog wel eens voor terug schrikken, ’als ze maar niet afdwalen ...’. Uit angst willen we hen klein houden en zo lang mogelijk bij de hand vast houden. Maar opvoeden kan niet zonder risico’s.
Concrete mogelijkheden (waarvan sommigen een must zijn en anderen een mogelijkheid).
a. Houding.
- De algemene houding van álle volwassen gemeenteleden zal er één zijn van vriendelijke gastvrijheid: ’jij mag er zijn’.
- Volwassenen leren rondom de kerkdienst de kinderen, de jongeren te groeten (liefst bij naam), wat met hen te babbelen en te dollen; ook tijdens het koffiedrinken na de dienst.
- Volwassenen leren aan, kinderen en jongeren van de gemeente te groeten waar ze hen maar tegen komen, in het zwembad, in de sporthal, in de winkel en de winkelstraat.
- Volwassenen leren af, kinderen en jongeren kritisch oordelend en onderzoekend aan te kijken.
b. Gedrag en leefwereld.
- Erger je niet en word niet boos over kinderlijk en puberaal draag. Pubers in de kerk gedragen zich soms ook puberaal, dat nemen we dat op de koop toe. Dat vergeven en verdragen we, zoals Christus ons, ons irritante en soms kinderlijke gedrag vergeeft en verdraagt.
- Volwassenen zouden echte interesse kunnen tonen voor de leefwereld van jongeren, voor school, sport, hun vrije tijd, hun muziek, hun soms vreemde gedachten en oplossingen. Zij zijn waardevolle schepselen van God, wat zij denken, doen, voelen, vragen en twijfelen is waardevol. Ook als het niet klopt en misschien zondig is, neem het serieus. Vraag, vraag: ’Hoe bedoel je dat? God leert ons dit, hoe ga jij daar mee om?’
c. Inschakelen.
- Volwassenen leren jongeren serieus te nemen, zoveel mogelijk verantwoordelijkheid te geven en zoveel mogelijk verantwoordelijk te houden. Zij kunnen meer aan dan volwassenen denken. Waarom zou een jongere bijv. geen Schriftlezing verzorgen?
- Organiseer doe-dingen waarin volwassenen samen doen met jongeren Bijv. zeilweekenden voor iedereen, maaltijden, een dagje klussen, een middagje zwemmen. Een bijbelkring verzorgt twee keer in het jaar iets, waar ook de kinderen en de tieners aan mee kunnen doen (als ze niet willen, niet dwingen), wandeltocht, fietstocht met maaltijd, maaltijd met spelletjes. Als de jeugd een sing-in organiseert komen de volwassenen ook en doen mee. enz. enz. Heeft de jeugd een SOOS, laten jong-volwassenen daar ook regelmatig komen, om te tafeltennissen, biljarten, te kletsen en een pilsje te drinken.
- Hou gespreksgroepen en Bijbelkringen in leeftijd naar beneden toegankelijk voor jongeren, nodig hen uit.
- Bezoek jongeren vanaf 14 jaar jaarlijks in de vorm van interesse bezoeken. Sfeer en houding: wie ben jij, wij willen je leren kennen, wij hebben interesse in jou, namens de gemeente want de gemeente heeft interesse in jou want God heeft in interesse in jou. Dit is ook een mogelijkheid voor het contact met randkerkelijke jongeren, waarbij het dan vooral gaat om de interesse.
d. De vorm van de kerkdiensten
- Liederen van kinderen en jongeren een vaste plaats geven in de gewone kerkdiensten. Dus regelmatig, een lied uit Hanna Lam, één, twee of drie liederen uit Opwekking. Dit niet zingen als een kinderlied of een jeugdlied maar als liederen voor iedereen, op gelijk niveau naast de liederen en de psalmen uit het liedboek.
- Begeleiding ook met andere muziekinstrumenten. Muziek tijdens de collecte door andere instrumenten. Muziek tijdens de collecte een combinatie van orgel en andere instrumenten.
- In gewone kerkdiensten zoeken naar delen van de preek waarin leefwereld van kinderen en jongeren betrokken wordt.
- Bij regelmaat zou er ook een kinderpreekje voor, tijdens of na de preek, gehouden kunnen worden, dit kan ook gedaan worden door andere gemeenteleden dan de dominee.
- In de gebeden kan ook regelmatig de leefwereld van jongeren betrokken worden, bidden voor hun werk op school, bidden voor goede vrienden, bidden dat het hen goed mag gaan, bidden voor goede banden met hun ouders.
- Gebeden, votum en groet, zegen, avondmaal-formulier, doop-formulier kunnen gezegd en gelezen worden in duidelijker en toegankelijker taal.
1 Wim Rietkerk (red.), Platzak bij de wensput., blz.31.