Jeugdpastoraat in Maassluis
1998-10-30
In het Informatieboekje vinden we onder Maassluis ’Pastorale zorg voor de jeugd’. Met telefoonnummer, dus maar eens informeren wat deze zorg inhoudt.- Jaargang 42
- nummer 22
Een enthousiaste Koert Ros staat mij te woord. Samen met zijn vrouw Weia is hij verantwoordelijk voor een deel van de contacten met jongeren in de gemeente.
Hoe is deze zorg ontstaan?
Over het algemeen verliep het contact met de jeugd tijdens huisbezoeken vanuit de kerkenraad vrij moeizaam.
We kregen in onze gemeente de indruk dat de jongeren een aparte benadering nodig hadden. We kozen de jongeren in de leeftijd van 13 tot ongeveer 22 jaar, om die leeftijdsgroep binnen het jeugdpastoraat te benaderen. Deze jongeren hebben vaak een individuele aanpak nodig. Je kunt niet zeggen: zo moet het altijd met deze groep. Destijds zijn Weia en ik ermee begonnen, als een soort gastgezin.
Maar inmiddels hebben we in Maassluis 65 jongeren in deze leeftijdsgroep, dus dat werd teveel. Daarom rust het werk nu op meer schouders.
Hoe ’verdelen’ jullie in Maassluis de contacten? Is dat per wijk, of doe je dat anders?
We hebben onderling wel een bepaalde verdeling gemaakt, maar die verdeling hoeft niet helemaal vast te liggen. Bij zo’n eerste contact bel je bijvoorbeeld iemand uit de gemeente op met de vraag: “Heb je zin om eens een avondje langs te komen?’’ Dat contact moet natuurlijk ook klikken met die persoon; het kan zijn dat je uiteindelijk denkt dat een ander beter met iemand overweg kan. Wat de contacten met de randkerkelijke jongeren betreft, daar is onze predikant, ds. Van der Veer, nauw bij betrokken.
Nodig je de jongeren in groepen uit, of individueel?
We zijn groepsgewijs gestart, maar al snel merkten we dat het individuele contact het beste werkt. Zo’n ontmoeting verloopt trouwens iedere keer weer anders. Als je hebt gepeild of iemand een gesprek op prijs stelt, is je volgende vraag bijvoorbeeld: “Kom jij bij mij of moet ik naar jou toekomen?’’ Daar zit al een groot verschil in. In het contact zelf streef je naar een ontspannen sfeer.
Heeft Weia contact met de meisjes en heb jij de contacten met de jongens?
Meestal doen we die gesprekken gezamenlijk, maar het kan ook zijn dat we het gesprek alleen doen. Soms overleggen we ook met elkaar. Meestal gaat het vanzelf; degene met wie het op dat moment in het gesprek het beste klikt, neemt het voortouw. Je moet je natuurlijk realiseren dat een jongen kan blokkeren in het gesprek met mij, en een meisje in het contact met Weia. Met die verhoudingen moet je dus flexibel omgaan.
Waar heb je het dan over op zo’n avond?
Je probeert natuurlijk aan te sluiten bij wat jongeren bezighoudt. Dat is bijvoorbeeld de school, een sollicitatie, vrienden. Je moet proberen om in de huid van jongeren te kruipen. Laatst heb ik een hele avond naar hip-hop geluisterd. In die muziek zitten bepaalde teksten en daar krijg je dan een gesprek over. Soms heb je het tijdens gesprekken veel over de kerk en het geloof, soms ook weer helemaal niet.
Heb je ook contact met de ouders?
Ja, maar we kiezen als ingang voor de kinderen. Natuurlijk ontmoet je de ouders wel, dat is onvermijdelijk, een kind leeft in een gezin. Maar we nemen niet de problemen van de ouders als ingang. Wel vind ik dat de jongeren er van op aan moeten kunnen dat hun verhaal bij ons veilig is.
Hoe vaak heb je contact met de jongeren?
Daar hebben we geen vaste afspraak over. Als er aandacht nodig is heb je vaker contact. En jongeren weten je hopelijk ook wel te vinden als dat nodig is.
Valt het werk je zwaar?
Soms realiseer je je niet van de buitenkant, hoe het met de binnenkant van jongeren is. Als je zelf met een aantal moeilijke omstandigheden te maken hebt en je ontmoet een aantal jongeren met forse problemen, dan kan het best zwaar zijn. Maar een voordeel van het werk als echtpaar is, dat je elkaar kunt bemoedigen, dat je elkaar ook kunt afwisselen. Soms heb je even tijd voor jezelf nodig, om daarna weer verder te kunnen. Maar ik ervaar dit werk niet echt als een voortdurende ’druk’. Het is heerlijk werk. Je moet er dingen voor opzij zetten, maar het is ook erg belangrijk en waardevol om jonge mensen tot steun te kunnen zijn.