Geen toegang voor gelovigen
1998-12-25
Hoe bereik je als gemeente jongeren van zeg 15 tot 25 jaar die het in de kerk voor gezien houden?- Jaargang 42
- nummer 26
Die misschien nog wel eens meegaan om de lieve vrede wil, maar wie de hele dienst niets zegt? Die niet willen geloven; of het wel wìllen, maar niet kùnnen. Het zijn jongeren voor wie een drumstel in de kerk of een jongerendienst niet meer dan lapmiddelen zijn die niets uithalen.
Rob Kuipers en Wouter Rozema zijn op zoek gegaan naar een vorm van alternatieve diensten die de genoemde groep jongeren wèl aanspreekt. Ze doen dat met volledige steun en onder voortdurend gebed van de NG gemeente van Zwolle (II), waarvan ze respectievelijk jeugdouderling en jeugdpastoraal medewerker zijn. In een boeiend boekje, dat ieder die met kerkjeugd te maken heeft zou moeten lezen, doen ze er uitvoerig verslag van. Van tien bijeenkomsten geven ze een volledige beschrijving.*
Radicale breuk
De breuk met jongerendiensten zoals we die kennen is heel radicaal: onderzoek heeft de beide jeugdleiders ervan overtuigd dat een halve aanpak geen oplossing biedt.
Ze richten zich op jongeren die het in al hun eerlijkheid niet op kunnen brengen de saaie, voorspelbare diensten zonder veel afwisseling, uit te zitten. De preken zijn te lang, te moeilijk en niet praktisch genoeg. Van de liederen spreekt de tekst ze niet aan en boeit de muziek ze al helemaal niet. Bovendien schamen ze zich voor hun vrienden en vriendinnen die je met goed fatsoen toch niet naar zo’n kerkdienst kan meenemen, waarin een dominee een verhaal afsteekt waarop zij niet zitten te wachten, met antwoorden op vragen die zij helemaal niet hebben, ’waar je het slepende gevoel hebt je tijd uit te zitten.’1) Maar het zijn wel gedoopte gemeenteleden, ’onze eigen kinderen, die onze God nauwelijks kennen’.
Er echt bijhoren
Met dergelijke negatieve gegevens als uitgangspunt hebben de jeugdwerkers samen met een aantal van de jongeren geprobeerd een vorm te vinden van bijeenkomsten die voor hen wèl boeiend is; een vorm waarbij de jongeren zich binnen de grote kudde veilig kunnen voelen en die hen de indruk geeft er echt bij te horen; o.a. omdat ze mogen zeggen wat ze vinden: dat je soms van God baalt, dat je Hem niet snapt en dat je niet bidt, omdat je er toch niets bij ervaart. Een vorm die uitgaat van de behoeften van de jongeren, waarbij gezocht wordt naar antwoorden op hun vragen. Bijeenkomsten, waar ze wezenlijk contact hebben met leeftijdgenoten; waar ze zonder schaamtegevoel vrienden mee naar toe kunnen nemen omdat ze er echt worden aangesproken; waar ze niet steeds een vermanende vinger voor zich zien, maar vriendelijke mensen waarmee ze zich identificeren kunnen.
Geselecteerd publiek
Al zoekend zijn ze gekomen tot wat in Zwolle JOIN-bijeenkomsten heten.2 Ze vinden één keer per maand plaats, gelijktijdig met de avonddienst van de gemeente, maar in een ander gebouw. Per keer komen er 20 tot 25 jongeren. Meer zijn er eigenlijk niet welkom, want elke bezoeker moet erbij betrokken worden en tot zijn recht komen. Ook in ander opzicht is het een geselecteerd publiek: gelovigen, zelfs gelovige leeftijdgenoten worden niet toegelaten. Met hun getuigenissen zouden de vragen van tafel geveegd worden zonder dat ze echt beantwoord zijn.
Betrokkenheid
Het zijn inderdaad alternatieve diensten: zonder gebed (tijdens de dienst tenminste), zonder zang (van de deelnemers althans, via de cd klinkt er genoeg), zonder orgelspel (maar met videoclips, stukjes tv-programma en popmuziek); en met de vragen van de deelnemers als uitgangspunt. Alternatief ja, maar uit de verslagen blijkt dat de betrokkenheid groot is; de aanwezigen doen echt mee, het gaat over wat hèn bezighoudt. Elke bijeenkomst wordt samen met twee jongeren voorbereid; het zijn ook de jongeren die het thema bepalen.3 De meeste diensten beginnen met wat Rozema en Kuipers webberen noemen: ze leiden een gesprek waarbij alle jongeren aan het woord komen, en proberen dat zo te leiden dat op een bepaald moment een overstap mogelijk is naar een bijbelgedeelte dat logisch aansluit bij wat de jongeren opmerken.
De ervaringen van de deelnemers vormen altijd het uitgangspunt en er is volop ruimte voor tegenspel: de verslagen van de webbersessies laten zien hoe dat in zijn werk gaat.
Krabpaal
Een ander wezenlijk onderdeel van de dienst is de ’krabpaal’, waarin een van de twee leiders een speech houdt – het woord preek is hier taboe –- die soms onderbroken wordt door een stukje video ( een clip), een pop-liedje (’Kom maar bij mij’ van Marco Borsato, ’Ik kan het niet alleen’ van De Dijk,e.a.) of een stukje tv-uitzending. Dit gedeelte heeft als doel de kloof tussen de leefwereld van de jongeren en de bijbel te overbruggen en wil bovendien het gevòèl van de jongeren raken.
De voorbeelden van de speeches – waarvan ik er sommige nog behoorlijk pittig vind4 – en de verslagen van de reacties laten overtuigend zien dat de bedoeling meermalen gehaald wordt. Maar wat vergt het een grote kennis van enerzijds de jeugdcultuur en anderzijds de bijbel!
De afwisseling in de bijeenkomsten is groot, er zijn veel verrassingen die als zodanig ook aangekondigd worden. Bij het thema ’Waarom Jezus’ bijvoorbeeld krijgt iedere bezoeker een ’antidiscriminatie-ballonnetje’ dat opgelaten moet worden als een van de leiders in de fout gaat.
Zegen
Wie spectaculaire resultaten wil zien in de vorm van grote aantallen ’bekeerden’, hoeft geen aandacht aan de JOIN-bijeenkomsten te besteden, maar het doel dat de jeugdwerkers voor ogen hadden en waar ze samen met de gemeente voor gebeden hebben, is zeker bereikt. Als iemand een duidelijk voorbeeld wil hebben van het verschil tussen succes hebben en gezegend worden dan kan hij hier terecht: De bezoekers komen, ze zijn betrokken en reageren emotioneel.
Hoge eisen
Ik lees het allemaal met grote bewondering en raak ervan overtuigd dat de methode werkt. Kunnen andere gemeenten de werkwijze overnemen? De schrijvers bieden hun boekje wel met dat doel aan.
’De lezer kan in eigen gemeente hiermee aan de slag’. De complete inhoud van de bijeenkomsten mag gebruikt worden, inclusief de vaak prachtige of ontroerende verhaaltjes die erbij horen. De beschrijvingen zijn zo natuurgetrouw dat er inderdaad ook door anderen mee gewerkt kan worden. Aan de andere kant wordt daardoor ook duidelijk dat de eisen voor de leidinggevenden hoog zijn. Het vergt namelijk een grote kennis van het moderne leven en in het bijzonder van de jeugdcultuur; en dat betekent: de top-40 bijhouden, tv-series kennen, naar TMF kijken; goed met dwarse jongeren kunnen omgaan en niet schrikken als er over God gesproken wordt op een manier die allesbehalve eerbiedig is; gesprekken kunnen leiden, jeugdigen uitlokken tot deelname, veelpraters op een vriendelijke manier afremmen.
Complete handleiding
Overigens, en dat is nu juist een van de aspecten die het boekje zo waardevol maken: Alle problemen die zich daarbij voordoen zijn Kuipers en Rozema zelf ook tegengekomen en ze laten zien hoe ze die opgelost hebben.5 Daarnaast geven ze uitvoerig aan hoe je op de hoogte kunt komen (en blijven) van de jeugdcultuur: Ze noemen hiervoor meer dan 25 mogelijkheden!
Ze vertellen heel precies hoe ze iedere keer te werk gaan, waar je om moet denken, wat er fout kan gaan.
Ook in ander opzicht is het een leerzaam boekje: uit de getrouwe verslaggeving van de bijeenkomsten blijkt hoe goed-organiseren in zijn werk gaat; de schrijvers wijden er in aparte hoofdstukken aandacht aan, met veel teksten literatuurverwijzingen. En daarmee is Join ook een complete handleiding geworden.
Voor iedere jeugdwerker
De waarde van het boekje gaat dan ook ver uit boven die van een levendig verslag van jeugddiensten in Zwolle en hoe je die in elkaar zet. Door Join leer je in het algemeen een aanpak kennen van de randkerkelijke jeugd; je wordt vertrouwd gemaakt met de jeugdcultuur en krijgt gedemonstreerd hoe die gebruikt kan worden.
Het boekje laat zien hoe moeilijk bereikbare jongens en meisjes geboeid kunnen raken tot diep in hun hart soms, heel emotioneel. Wie moeite heeft met jongeren in gesprek te komen, vindt hier aanknopingspunten.
Daardoor is het ook een zeer waardevol boekje voor iedereen die met kerkjeugd te maken heeft: clubleiders, jeugdleiders, jeugdouderlingen en ’gewone’ ouderlingen, dominees en leraars, ze zullen er allemaal veel bruikbaars in vinden.
En voor iedereen
Graag wil ik nog even kwijt dat los van alles wat JOIN biedt aan materiaal voor de omgang met kerkjeugd er ook veel in staat dat mij persoonlijk geraakt heeft. Wat spreken ze me aan, de speeches en de verhalen – ’Doodnormaal’ bijvoorbeeld – en wat ben ik door het boekje vaak aan mezelf ontdekt –- bij het thema kleur bekennen o.a.: tegenover anderen laten uitkomen waar je voor staat. En er is veel meer, want in Join vind je heel essentiële dingen verzameld over wat geloven eigenlijk inhoudt; en dat op een zeer leesbare manier verteld. Tot in opmerkingen bij het webberen toe. Ik denk trouwens dat sommige ’speechjes’ het als preek in een reguliere dienst heel goed zouden doen, zelfs in een speciale dienst voor ouderen. Want, uiteindelijk de vorm mag verschillen, de Goede Boodschap is dezelfde. Dat de verpakking daarbij wel een belangrijke rol kan spelen, laat JOIN overtuigend zien.
Noten
* Rob Kuipers en Wouter Rozema, JOIN, 10 eigentijdse jongerendiensten in detail. Uitg. Voorhoeve, Kampen, 1998; 96 blz., ƒ 18,50
1 ’Wie van u durft trouwens een vriend/collega meenemen zonder last te hebben van een gênegevoel’ vragen de auteurs van het boekje de lezer.
2 Join = Doe mee! Sluit je aan! De klankassociatie met joy - blijdschap kan ik maar niet kwijtraken.
3 Waarbij de schrijvers de waarschuwing doorgeven dat je de thema’s niet moet interpreteren vanuit je eigen referentiekaders, maar moet checken wat de jongeren bedoelen.
4 Bijvoorbeeld: Boze geesten bestaan niet; Waarom Jezus ?
5 Een mooi voorbeeld vind je op blz 45: ’Hier dreigt de welles/nietes valkuil’. Die wordt voorkomen door...’ En dan vertellen de schrijvers hoe ze het probleem opgelost hebben.
Rob Kuijpers en Wouter Rozema zijn beiden 33 jaar. Op een leuke manier stellen ze zich aan het begin van hun boekje voor. Daar pikken we uit dat Rob Kuipers lessen methodiek, groepsdynamica en pedagogiek geeft op een mbo-school voor Sociaal Pedagogisch Werk en daarnaast catechiseert voor jongeren die nog geen keuze voor God gemaakt hebben.
En dat Wouter Rozema theologie gestudeerd heeft in Kampen en binnen de gemeente waar hij Jeugdpastoraal Medewerker is het ontwikkelen van jongerenbeleid, het structureren van het jeugdwerk en het toerusten van jeugdwerkers als hoofdtaken heeft; dat ook hij catechisatie geeft en verder actief is bij Youth for Christ Zwolle.