Kerstfeest
1998-12-25
Als u kinderen, of kleinkinderen hebt die op de basisschool zitten, zult u deze maand al verschillende kerstfeesten hebben gevierd. Al een jaar of vijf maak ik dat niet meer mee. Eerst dacht ik: „ziezo, dat hebben we tenminste gehad”. Maar vreemd genoeg mis ik het nu een beetje, een kind dat ’kleine kaars, ik steek je aan’ prevelt.- Jaargang 42
- nummer 26
In de loop van de jaren heb ik zo veel kerstfeesten meegemaakt dat ik moeiteloos de volgorde van een programma voorspel: Komt allen te samen, kaarsenspel, gedicht, een kerstverhaal of een kerstmusical, en dat ene ding dat fout loopt. Want er gaat altijd iéts mis. Denkt u maar terug aan uw laatste keer. Als u zegt: ’er ging niets fout’ hebt u òf zitten slapen, of de mantel van uw liefde is zo enorm sterk geweven dat u niets hebt willen zien. Als iemand die er vijfentwintig jaar kinderkerstfeestviering (is echt één woord) op heeft zitten, mag ik dat rustig zeggen. Sterker, een kerstfeest was niet compleet als er niet minstens een staldeur van het decor in het kribbetje viel. Zo herinner ik me een kerstmusical waar een paar kinderen van ons aan meededen. Twee zonen liepen in oude, bruine gordijnen van oma die ik met vooruitziende blik had bewaard.
Onze dochter was engel en gekleed in vitrage, ook uit oma’s inboedel.
Onze oudste was de heraut van keizer Augustus. Hij beklom als eerste het podium en schreeuwde onbekommerd in de microfoon: Mensuh... ik heb jullie wat te vertelluh... De meester trok hem verschrikt achteruit, zodat de rest van de boodschap wat beschaafder door de zaal ging. Jozef en Maria stonden trappelend van ongeduld te wachten tot ze op mochten komen. De snor van Jozef zakte telkens af en Maria zei vinnig: „Jozef, je snor!” voor ze neerzakte naast het kribje waarin een babypop op lag.
Wij zaten vertederd te kijken naar de wisseling van de bedrijven die chaotisch verliep. Maria en Jozef sleepten ijverig met de kribbe en blokkeerden de opkomst van de herders. Een leerkracht greep in en zette ze achter een decor van sterrenhemel en schapen neer. De stok van een van de herders richtte schade aan bij een engelenjurk waarop de engel verontwaardigd zei: „kijk uit, rotjoch”, en hem een por in zijn rug gaf. Onze middelste zoon deed ook mee. Hij was herder en struikelde over de zoom van zijn herdersjas toen hij opkwam, zodat hij voortijdig bij nachte lag. Nors keek hij naar de engelen die sierlijk trippelend in hun vitrage de blijde boodschap kwamen vertellen. Terwijl ik wist wat er kwam, ontroerde me toch weer de boodschap die één van de engelen luid en duidelijk de stampvolle zaal inriep: „Zie, ik verkondig u grote blijdschap. Heden is de Heiland geboren!” Misschien dat ik daarom al die jaren met genoegen naar kerstvieringen ging. Want die vreugde sprong er, ondanks de voorspelbaarheid, toch altijd uit.
Als u dus een serie kerstfeesten achter de rug hebt en ’Stille Nacht’ spuugzat bent, bedenk dan dat u het later misschien nog wel eens zult missen.
Hoewel... Voor de boodschap: zie, ik verkondig u grote blijdschap, hebt u geen schoolkerstfeest nodig. Die klinkt evengoed door