Spiegeltje, spiegeltje...
1998-12-25
Onlangs is er een boek verschenen, met als titel: ’Gereformeerd zijn en blijven, een wankel evenwicht?!’ Schrijver ervan is dr. J.E. Post. Vanuit sociologisch perspectief heeft hij onderzoek gedaan naar de manier waarop een aantal kerken in deze eeuw getracht heeft de eigen identiteit te bewaren. Behalve de Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Bond in de NH Kerk, heeft hij ook onze Christelijke Gereformeerde zusterkerken in zijn onderzoek betrokken. Geen wonder dus dat er vanuit die kerken reacties komen. Zo las ik in het CG Kerkblad voor het Noorden van 20 november een boeiend artikel van professor H.J. Selderhuis over dit boek. Je kunt rustig zeggen dat Post een boek geschreven heeft waar opmerkelijke zaken in staan. Dat geldt zeker ook voor Nederlands Gereformeerde lezers, zo kort nadat de CG synode het besluit heeft genomen om de gesprekken met ons te beëindigen, althans voorzover die gesprekken gericht waren op het bereiken van eenheid tussen onze kerken. Opmerkelijk, ja zeker. Zo vermeldt professor Selderhuis – na zich geëxcuseerd te hebben voor het sociologisch jargon – een paar vragen die Post stelt: - Jaargang 42
- nummer 26
Hoe is ’de leiding’ omgegaan met bepaalde ontwikkelingen? Welke strategieën heeft zij daarbij gebruikt?
En Selderhuis schrijft dan: Resultaat is dat volgens Post de CGK een duidelijke keuze hebben gemaakt voor bescherming en handhaving van de gereformeerde identiteit, maar dat de wijze waarop die keuze vorm heeft gekregen betekent dat er steeds nieuwe discussies zullen komen. ’De leiding’ heeft er namelijk voor gekozen om in de afgelopen jaren een terugtrekkende beweging te maken ten opzichte van een vroegere koers naar meer openheid, samenwerking en vernieuwing. Veel vragen zijn bewust onbeantwoord gelaten in de hoop misschien dat ze vanzelf zouden verdwijnen. Post legt deze indringende vraag neer: „Zal de leiding van de CGK overgaan tot eliminatie van ongewenste stromingen of kiest zij voor de tactiek van negeren, in de hoop dat ongewenste ontwikkelingen een stille dood zullen sterven?”
En Selderhuis vervolgt dan: De socioloog kan begrippen gebruiken die een theoloog niet passen. Toch, ook al gebruiken theologen ze niet, de praktijk achter deze begrippen komt bij theologen en andere kerkmensen wel degelijk voor. Post geeft een sociologische analyse, maar het treft mij dan hoe sociologisch en weinig theologisch wij met elkaar in de kerk omgaan. Hebben wij de theologie al ingeruild voor de sociologie? Ik bedoel: hebben wij de gemeente ingeruild voor de groep, hebben wij de uitleg van de Schrift ingeruild voor het beleidsmatig verdedigen van standpunten?
„Spiegeltje, spiegeltje...” staat er boven dit stukje. Dat heb ik niet zelf bedacht, maar dat staat ook als opschrift boven het verhaal van Selderhuis. Hij doelt daarmee natuurlijk op het sprookje van Sneeuwwitje, waar de jaloerse stiefmoeder-koningin uit dat sprookje de keus heeft uit drie mogelijkheden, als haar spiegeltje blijft volhouden dat Sneeuwwitje toch echt mooier is dan zij: zich bij de feiten neerleggen, haar eigen uiterlijk mooier maken, en als laatste: haar rivale uit de weg ruimen. Dit boek van Post, zegt Selderhuis, is ook een soort spiegel. Maar ga nu wel op de goede manier om met wat je daarin te zien krijgt:
De spiegel van Post is ontdekkend, maar wie in de spiegel van Post kijkt moet niet - als de koningin in het sprookje - kwaad worden op die ander, maar op zichzelf. () Net als de koningin van het sprookje hebben ook wij drie mogelijkheden. De eerste, het boek na lezing gewoon aan de kant leggen, is al afgewezen. Blijven er dus twee mogelijkheden over. Je kunt je rivalen uit de weg ruimen.
Dat doen wij niet, want dat is niet christelijk. Nochtans moeten wij zo langzamerhand wel oppassen in ons oecumenisch beleid niet de indruk te wekken de enige ware kerk in Nederland te zijn. Dat is ook een elimineren van ’rivalen’. Ik heb soms dat akelige gevoel alsof wij ons nu schuldig maken aan waar wij de gereformeerd-vrijgemaakten zo lang van beschuldigd hebben. Ik kies voor mogelijkheid drie, die in het sprookje niet voorkomt en dus wel eens geen sprookje zou kunnen zijn en het naar mijn mening ook maar niet moet worden. Doe wat aan je uiterlijk! Niet dat wij er knapper uit moeten zien om anderen de loef af of de ogen uit te steken. Maar zouden we ons als koningin niet aantrekkelijker maken voor de Koning en op die wijze ook anderen tot het Koninkrijk lokken? Of moet er een zwart laken over de spiegel komen te hangen?