”Soms breekt het ijs nooit”
1999-04-16
Hij is gewoon lid van de kerkenraad.- Jaargang 43
- nummer 8
Maar heeft een heel eigen doelgroep. De jeugdouderling verovert de kerkbanken: ”Je wilt iets voor ze betekenen: een aanspreekpunt in de gemeente zijn, laten zien wat geloven voor je betekent en door het gesprek ook in hùn hart kijken.” In Emmeloord kreeg hij hulp van de JJP’er.
”Ben, jij werkt iedere dag met jeugd.
Je redt je maar.” Ben Vinke (52) is docent Nederlands. En met een enkele onderbreking bijna tien jaar jeugdouderling in de Nederlands Gereformeerde Kerk in Emmeloord.
Terugblikkend, zegt hij: ”Je werd in het diepe gegooid. Daar werd verder niet over nagedacht en vervolgens deed je maar wat.” En hij denkt dat dit in de meeste gemeenten nog steeds de dagelijkse praktijk is. En dat terwijl jeugdouderling-zijn nu niet direct het makkelijkste ’baantje’ binnen de kerkmuren is. Jongeren zitten in een bijzondere levensfase en leven voor een groot deel in hun eigen wereld. ”Het is een kwetsbare leeftijd, waarin ze makkelijk afhaken.” Het is dan ook de nobele taak van de jeugdouderling ze ’erbij’ te houden. ”Nobel, ja”, zegt Ben ”maar met alleen wat extra aandacht red je het niet.” Want de praktijk is weerbarstig. ”In de eerste jaren werkte het bij ons zo dat alle adressen over de jeugdouderlingen werden verdeeld.
En dat betekende dat je blij mocht zijn als je iedereen één keer per jaar kon bezoeken. Het waren er teveel voor te
weinig mensen. Het was geen onwil, maar onmacht.”
Schakel
En tevreden over de situatie was niemand.
Toen ze dan ook hoorden van het ’JJP-systeem’ zoals dat bij de christelijke gereformeerde broeders en zusters functioneerde, hadden ze daar wel oren naar. Het systeem van Jeugd- en Jongeren Pastoraat voorziet in een aantal JJP’ers: jonge gemeenteleden in de leeftijd van 25 tot 35 jaar. Deze mensen ondersteunen het werk van de jeugdouderling en helpen om de drempel vanuit de gemeente naar jongeren te verlagen.
”Het gaat om het contact”, zegt Ben.
”We hebben een negental mensen benaderd om contact te leggen en te onderhouden met de 72 jongeren in onze gemeente. Iedere JJP’er inclusief de twee jeugdouderlingen heeft dus zes of zeven jongeren in de leeftijd van 16 tot 23 jaar ’onder zich’.” De JJP’er is een gemeentelid die door de kerkenraad wordt benoemd en niet wordt gekozen. Het is geen ambt, maar een functie voor onbepaalde tijd.
Functie-eisen zijn onder meer belijdend en actief lid van de gemeente zijn, geduld hebben, invoelend-zijn en kunnende luisteren. Ben: ”Jongeren kennen zo hun eigen vragen, problemen en moeilijkheden. Een JJP’er probeert een schakel te zijn tussen jongeren en de kerk.” En soms zijn ze daarmee tevens een laatste schakel. Met name voor de randkerkelijke jongeren.
Die blijken deze vorm van contact met de kerk echter bijzonder te waarderen, zo is zijn ervaring. De JJP’er probeert de jongere te laten merken dat hij echte belangstelling voor hem heeft.
Dat zit ’m vooral ook in kleine dingen, zoals het in de gaten houden van wat er gaande is: geslaagd voor een examen, een verjaardag, maar ook contact zoeken als één van de ouders ziek is.
Verdiepen
Ben: ”We proberen ons te verdiepen in wat jongeren beweegt. Als je weet dat iemand van bepaalde muziek houdt,
verdiep je er dan eens in. ’Weet u daar ook iets van’, zo luidt dan de verbaasde reactie tijdens een bezoek.
Maar zo kun je wel laten zien dat je interesse echt is. En het voordeel van werken met een groot team is dat je hier nu ook tijd voor hebt; tijd om je ergens in te verdiepen.” Bens gemeente in Emmeloord draait sinds september met de JJP’ers. Hij zegt dat het eigenlijk nog te kort is om echt te kunnen zeggen of het functioneert.
Wel is wat hij er totnogtoe van ziet en hoort positief. ”De jongeren zijn bijna allemaal in ieder geval één keer bezocht. Als jeugdouderling was je blij als je er één maal per jaar kwam.” Dat is echter onvoldoende om een echt contact en een band met zo’n jongere te krijgen, geeft Ben toe. ”Je blijft toch een vreemde.” et de komst van de JJP’er is er echter meer tijd en ruimte gekomen om aan een relatie te bouwen.
Ben: ”Het is wel heel erg afhankelijk van de persoon, maar je praat met ze over wat ze op dit moment doen, hoe het gaat, of ze zich thuis voelen in de gemeente, wat ze van catechisatie vinden, of ze merken dat ze iets aan God hebben enzovoort.
Maar ik kom ook bij jongeren die zeggen dat ze niet meer geloven, maar het wel goed vinden als ik langskom.
En dat doe ik dan ook. Dan praten we overal over, behalve over het geloof.
Maar ik blijf wel komen en probeer het lijntje met ze in stand te houden.
Anderen zijn weer heel open over hun geloof. Zó, dat ik me wel eens beschaamd voel als ik eraan denk hoe
ik op die leeftijd was. Ik ben er dan verbaasd over dat het leven vanuit het geloof voor hen zo vanzelfsprekend kan zijn.”
Ziekenhuis
Hij steekt het niet onder kerkstoelen of -banken: Ben is enthousiast over deze nieuwe vorm van jongerenpastoraat: ”Het is een opluchting dat je zo alle jongeren kunt bereiken en erbij kunt betrekken. En je deelt je ervaringen met een team. Dat is fijner dan er met z’n tweeën of vieren over te praten.” Hij doelt op het feit dat je elkaar kunt bemoedigen als het moeilijk is. ”Want het is niet altijd zo eenvoudig. Je wilt resultaat zien en dat is er niet altijd.
En dat terwijl je ze er zo graag bij wilt houden; dat het geloof iets voor ze betekent. Maar dat lukt gewoon niet in alle gevallen. En natuurlijk weet je dat wel, maar in de praktijk is dat best moeilijk om te accepteren. Contacten moeten groeien. Er is veel tijd nodigom het ijs te laten breken en soms breekt het nooit.” Het is dus geen ’wondermiddel’, bevestigt hij. ”De jeugdouderling kon er niet voor zorgen dat mijn oudste zoon naar de kerk bleef gaan. En ook de JJP’er zal daar niet altijd in slagen.
Maar het is wel een middel dat je kunt gebruiken. Iedereen hoopt dat zijn kind bij de kerk en bij de Here zal blijven, maar dat heb je niet in de hand.
Sommigen vertrekken en dat is erg.
Maar het is nog erger als ze weggaan, omdat er niet naar ze omgekeken is.
Omdat ze zes weken in een ziekenhuis lagen zonder dat ze iets van de gemeente hoorden.” ”En natuurlijk zouden we het zonder JJP’ers moeten kunnen stellen; zou er in de gemeente plaats en ruimte moeten zijn voor dingen die jongeren bezighouden. Ik wou dat het zo was”, verzucht Ben. Maar daar wil hij niet op wachten, zeker niet als hij met behulp van JJP’ers iets van dat doel kan verwezenlijken.
De JJP’er
Taak: Het zorg-dragen voor jeugd uit de gemeente en het doen uitvoeren en bewaken van het beleid dat ten aanzien van jongeren gevoerd wordt met verantwoording aan de kerkenraad.
Positie: De JJP’er staat onder leiding van de jeugd-ouderling(en). En staat daarmee weer onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Hij of zij is daarom niet helemaal vrij in het ventileren van zijn ideeën als hij een jongere opzoekt. Hij gaat namelijk niet op persoonlijke titel, maar als een soort ’verlengstuk’ van de kerkenraad op bezoek.
Activiteiten: In principe bezoekt de JJP’er iedere jongere minimaal twee keer per jaar. Verder probeert hij het contact te onderhouden bij ontmoetingen, zoals tijdens kerkdiensten en andere activiteiten. Daarnaast vergadert het JJP-team vier keer per jaar onder voorzitterschap van een jeugdouderling.
Tijdens die vergadering komen punten aan de orde als toerusting, uitwisselen van ervaringen, organisatorische aspecten, relevante informatie uit de kerkenraad enzovoort.
Indiensttreding: Een JJP’er is JJP’er voor onbepaalde tijd. Hij wordt door de jeugdouderling voorgedragen en door de kerkenraad benoemd. Het contact met de kerkenraad verloopt via de jeugdouderling. Eén keer per jaar worden de JJP’ers op een kerkenraadsvergadering uitgenodigd.
Mariecke (15): ”We zien elkaar best wel regelmatig; een keer in de drie maanden of zo. Soms ga ik zelf bij haar langs, soms komt ze bij mij. Het is een ’haar’ ja. Dat maakt voor mij al wel verschil. En verder is ze wat jonger. Daardoor is het leeftijdsverschil niet zo groot. Ik praat met haar over allerlei dingen: school, dingen die je doet en ook wel over het geloof.
Dat is toch anders dan bij een jeugdouderling. Die zie je weinig, je moet er zelf contact mee zoeken, het is gewoon wat oppervlakkiger.
Doordat zo iemand er is, heb je wel het idee dat ze je in de kerk zien staan. Want verder moet je het in de kerk toch
vooral zelf doen: naar club, catechisatie, de kerkdiensten.”
Cees (19): ”Ik ben vorig jaar een keer bij de jeugdouderling geweest; met een groep jongeren voor een gezellige avond. Dat was best leuk. Je leert elkaar wat beter kennen. Maar niet goed genoeg om nou zo maar op zo iemand af te stappen. Nou doe ik dat toch niet. Nee, ook niet bij een JJP’er.
Hij is nu een keer geweest en dat was best interessant. Maar om er nu geregeld mee te maken te hebben, nee dat hoeft van mij niet. Ik voel me wel thuis in de gemeente; trek wel met andere jongeren op. En als ik over dingen wil praten, ga ik wel naar mijn ouders of naar mijn vrienden. Ik zou me wel voor kunnen stellen dat het een oplossing is, als je dat niet kunt. Maar momenteel is er eigenlijk ook niets waarover ik met zo iemand zou willen praten.”