In dat huis daar woont een vrouw

1999-04-16
  • Jaargang 43
  • nummer 8
Dave
In één van zijn columns in de zaterdag bijlage van het ND, schrijft A. Kamsteeg onder het kopje ’Wilt u mij misschien omarmen’ het waar-gebeurde verhaal van een bekende Amerikaanse prediker.
Op zekere dag komt deze man een dakloze tegen, die hem een slok koffie uit zijn bekertje aanbiedt. De prediker weigert de koffie, maar terwijl hij dat doet, bedenkt hij wat Jezus in zo’n geval zou hebben gedaan. Dus drinkt hij toch maar wat van de aangeboden koffie, en als hij vraagt: ’Kan ik soms ook iets voor u doen?’ zegt de dakloze: ’Wilt u mij misschien omarmen?’ Ook dat doet de bekende predikheer, terwijl hij ontroerd denkt: ’Ik heb Jezus in mijn armen!’ In de kleuterbijbel van Anne de Vries, staat van zo’n tafereeltje een plaatje, getekend door Tjeerd Bottema.
Een arme voddige bedelaar staat voor een keurig huis en strekt zijn handen verlangend uit naar de dikke boterham die een aardige moeder en haar kleine dochter hem aanbieden.
Door de figuur van de bedelaar heeft de tekenaar de gestalte van Jezus geschetst. ’In zoverre gij één van mijn minste broeders hebt geholpen, hebt gij het Mij gedaan.’ Dit tafereeltje en deze tekst, speelden zo ongeveer door de hoofden van het predikantsechtpaar, toen de dakloze Dave zijn tragisch verhaal in hun huiskamer deed.
Zij, het plaatje van de kleuterbijbel voor ogen, bood een dak en een boterham aan. Hij, door ervaring voorzichtiger, probeerde telefonisch contact te krijgen met de collega die Dave naar hen toegestuurd zou hebben. Zonder resultaat.
Intussen had Dave háár duidelijk gemaakt dat hij met 75 gulden het weekend wel door zou komen. Hij sliep liever bij het Leger des Heils. En terwijl haar man telefonisch de onderdakmogelijkheden in de regio onderzocht, en te horen kreeg dat de jongeman zich de volgende dag mocht melden bij het opvanghuis, vervaagde voor de ogen van de domineesvrouw de gestalte van Jezus hoe langer hoe meer.
Ze gaven hem geld voor één nacht onderdak. De volgende dag kon hij immers in het opvanghuis terecht. Hij zou het terugbetalen, vast en zeker.
Ze hadden je willen omarmen Dave. Je was zo’n aardige jongen. Niet eens een vieze bedelaar, maar een vent waar je je dochter aan zou toevertrouwen.
Men zegt, dat je liever een naald in je arm steekt.
Misschien zou Tjeerd Bottema, als hij nog leefde, een tekening van je hebben gemaakt, terwijl je dat doet. Jouw arm, en de arm van Jezus daarachter. Snap je, Dave?

Ytje Veefkind - Eenkhoorn, Amersfoort

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief