Voor de kinderen

1999-04-16
  • Jaargang 43
  • nummer 8
Van de volgende vragen is maar één antwoord goed. Welke is dat? Achter elk antwoord vind je een letter. Als je de letters van de goede antwoorden achter elkaar zet weet je hoe lang Salomo geregeerd heeft. De vragen gaan over 1 Koningen 9 en 10. Alleen vraag 1 is over 1 Koningen 3.

1. Twee vrouwen komen Salomo raad vragen over een kind waarvan beide zeggen de moeder te zijn. Wat zegt Salomo?
1. Geef beide moeders een helft van het kind. ( v )
2. Geef het kind aan iemand die geen kinderen heeft ( s )
3. Geef het kind aan de rechtse vrouw ( t )

2. God verscheen voor de tweede maal aan Salomo. Wanneer zou God voor het volk zorgen?
1. Als ze dagelijks offerden? ( a )
2. Als het volk dagelijks bad tot de Here. ( o )
3. Als ze Gods geboden deden. ( e )

3. Wanneer zouden Salomo en zijn kinderen op de troon mogen blijven.
1. Als ze dagelijks naar de tempel gingen en offerden. ( n )
2. Als ze God vertrouwden en Zijn wil deden. ( e )
3. Als ze de priesters voldoende geld gaven ( r )

4. Wat kreeg Chiram, de koning van Tyrus, behalve voedsel en olie, voor de levering van het hout en het goud?
1. 2000 stuks vee. ( a )
2. 20 steden in Galilea. ( r )
3. 200 vrouwen. ( t )

5. Hoe noemde Salomo zijn paleis?
1. Woud van de Libanon ( t )
2. Kroon van Jeruzalem ( u )
3. Paleis van de vrede ( g )

6. De koningin van Sheba hoorde van Salomo en kwam op bezoek. Wat deed zij ?
1. Kijken of ze handel konden voeren. ( p )
2. Kijken of ze zwak genoeg waren om oorlog mee te voeren. ( o )
3. Salomo met raadsels op de proef te stellen of hij echt zo wijs was. ( i )

7. Ze bracht als geschenk specerijen mee. Wat zijn dat ?
1. Edelstenen ( a )
2. Kruiden ( g )
3. Zeldzame dierenhuiden ( i )

8. Salomo liet een ivoren troon overtrokken met goud maken. Hoeveel leeuwen stonden bij de troon?
1. 6 ( g )
2. 12 ( o )
3. 14 ( j )

9. Eens in de drie jaar kwam de vloot uit Tarsis binnen. Wat voor dieren bracht deze mee?
1. Apen en pauwen ( a )
2. Papegaaien en vissen ( r )
3. Olifanten en pelsdieren ( s )

10. Hoeveel vrouwen en bijvrouwen had Salomo?
1. 100 en 100 bijvrouwen. ( p )
2. 500 en 200 bijvrouwen. ( o )
3. 700 en 300 bijvrouwen. ( a )

11. Hoeveel wagen en ruiters had Salomo?
1. 1400 wagens en 12000 ruiters? ( r )
2. 1200 wagens en 14000 ruiters? ( e )
3. 14000 wagens en 1200 ruiters? ( n )

De oplossing van de paaspuzzel is: De Heer is waarlijk opgestaan.

G. Wijkhuizen- van Vuuren, Den Helder

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief