Terloops
1999-04-30
Geen partijvorming- Jaargang 43
- nummer 9
In het Nederlands Dagblad van 14 april stond de brief, die een aantal reformatorische studenten hebben geschreven aan een groot aantal kerkenraden. Ze wijzen op de kerkelijke verdeeldheid, terwijl Gods Woord in bv. Efeze 4:4 e.v. spreekt over ’één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen...’. Ze constateren, dat jongeren de ’geërfde kerkelijke verdeeldheid’ niet begrijpen.
Deze studenten staan niet alleen in hun klacht. Dezelfde opmerking is al vaker gehoord. De roep om samenwerking in en door verschillende kerken wordt steeds duidelijker. Velen willen van die genoemde erfenis af. Terecht.
Jongeren klagen over de verdeeldheid.
Ouderen doen het vaak ook. De laatsten kunnen er vaak nog steeds niet bij hoe het allemaal zo is gekomen. Ze vragen zich nog steeds af, hoe het mogelijk was, dat zo’n dertig jaren geleden enkele tienduizende kerkleden, gelovigen, buiten het ’vrijgemaakte’ kerkverband raakten.
Waar vrijheid moest zijn, was de onvrijheid.
En zo hebben jongeren en ouderen voor een deel dezelfde vragen. Jongeren willen de erfenis van zich afschudden, ouderen dragen de erfenis met zich mee.
In 1967 sprak ik op de bondsdag van de ’jongensbond’ over ’Mens of massa?’ Ik wees er op, dat de massavorming niet ophoudt bij de deuren van Gods gemeente. Vanuit het liefdegebod moeten we bij de ander niet speuren naar het verkeerde bij hem, maar letten op het goede bij hem.
’Het is nodig, dat we dit aan elkaar voorhouden. Want we leven met elkaar – ook als jongens en meisjes – in een moeilijke kerkelijke situatie, die op verschillende plaatsen ook ons verenigingswerk raakt.
Zullen we onze dankbaarheid voor alles wat de Here in de loop van de geschiedenis heeft gedaan in de bewaring van Zijn kerk ... uiten door deze waarachtige, schriftuurlijke, gelovige liefde aan elkaar te bewijzen?
Dat betekent, dat we vandaag niet gaan denken in groepen en partijen. Dat betekent, dat we ons niet laten indelen in groep zus of groep zo. Het betekent, dat we de Kerk blijven geloven om zó de broeder en zuster, de door God gemaakte mensen, te kunnen blijven zien. Het betekent, dat we niet willen behoren bij een groep of partij.
Wat is het juist in de tijd rondom de Vrijmaking weer duidelijk geworden, welke verwoestingen in de kerk worden aangericht, als partijgeesten de overhand krijgen. Wanneer in de kerk groepsvorming een rol gaat spelen, wordt de gemeenschap der heiligen tot een onpersoonlijke, anonieme massa, waarvan geen werfkracht meer kan uitgaan.
Zullen we dit onthouden? Massavorming en groepsvorming in de kerk maken de gemeente van de levende God tot een zoutloos geheel. Het brengt de dood in pot, omdat het leven er uit is.’ Zullen we de erfenis nog kwijtraken?
P.C. van Wijk, Zaltbommel