Persschouw
1999-04-30
Ruim duizend kerkverlaters; waar zijn ze gebleven?- Jaargang 43
- nummer 9
Wegblijven
Er is geen enkele reden de cijfers te bagatelliseren.
Vrijwel gelijktijdig met het verschijnen van het Handboek berichtte de Leeuwarder Courant dat uit een onderzoek blijkt dat jonge kerkverlaters vrijwel nooit naar de kerk terugkeren. De socioloog Manfred te Grotenhuis is onlangs op dit onderzoek gepromoveerd (Nijmegen).
Hij ondervroeg in totaal 30.000 mensen.
Daaruit bleek dat mensen tussen hun 18e en 46e gaandeweg minder kerkelijk worden.
Ze komen niet terug als de wilde haren voorbij zijn. Het is volgens Te Grotenhuis niet zo, dat mensen religieuzer worden als ze ouder worden en meer met ziekte en tegenslag geconfronteerd worden.
Eerder geldt: het ongeloof komt met de jaren... Een op de vijf kinderen die naar de kerk gaan verlaat de kerk voor het twintigste levensjaar. Meestal haken ze al af op zestienjarige leeftijd. De kans dat ze later terugkomen is bijna nul.
Uit het onderzoek blijkt wel dat gereformeerden trouwere kerkleden zijn. De kans dat een hervormde of rooms-katholieke jongere afhaakt is vijf keer zo groot. Maar of dat gereformeerde ouders van afhakers veel troost biedt is de vraag.
Oorzaken
Ook de oorzaken van kerkverlating heeft de promovendus onderzocht. Een opvallende conclusie van zijn onderzoek is: de modernisering trekt harder aan jongeren dan het ’warme bad’ van hun vertrouwde omgeving (ouders, vrienden). Thuiswonende jongeren bleken niet veel godsdienstiger dan jongeren die op kamers gaan.
Te Grotenhuis ziet een overeenkomst met de politieke partijen. Die hebben ook met een leegloop van leden te maken. Alleen professionals en actieve vrijwilligers blijven over. Velen vinden de kerk wel een goede instelling, maar ze worden er geen lid van.
De kerken worden voor grote groepen mensen minder geloofwaardig. Om de leegloop te stoppen moeten kerken zich aanpassen aan de snel veranderende maatschappij, volgens Manfred te Grotenhuis.
Remedie
Is aanpassing de beste remedie? Dat lijkt me zeer de vraag. Juist de kerken die zich al vergaand aangepast hebben aan de hedendaagse maatschappij verliezen de meeste leden. Misschien dat zijn stelling meer opgaat voor de Rooms-Katholieke kerk, die vanouds traditioneel ingesteld is en het minst aan verandering onderhevig.
Je aanpassen aan de cultuur is geen remedie. Maar het vasthouden aan bijbelse normen en waarden is ook geen garantie voor het vasthouden van jongeren.
De mens van deze tijd denkt heel goed zonder God te kunnen.
Overigens is de analyse van Te Grotenhuis wel het overwegen waard. Mensen hechten soms wel waarde aan geloof, terwijl ze geen behoefte hebben om lid te zijn van de kerk. Met het gegeven dat jongeren al op zestienjarige leeftijd (innerlijk) kunnen afhaken, moeten we onder meer bij de catechisaties rekening houden. Hoe zijn we met de jongeren bezig? Is er ruimte voor de wezenlijke vragen die ze soms hebben? Daar liggen uitdagingen voor catecheten en jeugdleiders.
Er zijn al vaker onderzoeken gehouden naar de geloofsbeleving van jongeren.
Het is niet vreemd dat ze kind van hun tijd blijken te zijn. Maar in hoeverre houden we daar rekening mee in de kerk?
Verdwijnen de onderzoeken in de kast en gaan we gewoon op de oude voet verder?
Ik pleit niet voor aanpassing van de kerk aan de maatschappij, maar wel voor aanpassing van methodes en inspelen op de belevingswereld van jongeren.
Onder bovengenoemde titel schreef ds.
R.Th. de Boer, vrijgemaakt gereformeerd predikant te Ureterp, in de ’Gereformeerde Kerkbode’ voor de drie noordelijke provincies een instruerend en inspirerend artikel waarvan wij hierbij een gedeelte overnemen. Hij plaatst daarin kanttekeningen bij het jaaroverzicht van Dr. W.G. de Vries in het pas verschenen Handboek van de gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Er zou heel wat over te schrijven zijn, maar wij doen dat nu niet.
Maar ik blijf ervan overtuigd, dat een bezielende schriftuurlijke prediking, die up to date en to the point is en jong en oud aanspreekt en uitstraling ontvangt in het praktische leven in de werkweek in allerlei relaties, door God ook vandaag gebruikt wordt om een dam op te werpen tegen de stroom van de secularisatie. En voorts: Wie kijkt nog naar kerkverlaters om? Ook hier geldt: Ora et labora – Bid en werk!
Enschede, O. Mooiweer