Dit was de Opbouwdag 1999
1999-05-14
In 1997 werd de jaarvergadering van de persvereniging Opbouw in een nieuw jasje gestoken. Een programma met een aantal korte inleidingen, een bijbelstudie, en verder veel muziek en samenzang. De dag trok toen veel belangstelling.- Jaargang 43
- nummer 10
Hoe zou het in 1999 worden?
Een voorbereidingsgroep, bestaande uit leden van het bestuur en van de redactie, had de plannen voor 1999 uitgewerkt. Ze hadden er zin in. Hoe de dag uiteindelijk ervaren zou worden door de bezoekers, dat was een andere vraag. Trouwens: hoeveel bezoekers zouden er komen? Geen idee. Een geruststellende gedachte was dat de beheerders van de Jeruzalemkerk heel wat mans (vrouws) zijn.
Crisis of ankerpunt?
Als dr. Ruard Ganzevoort om kwart over tien de dag opent, zijn er een kleine 200 bezoekers aanwezig. De 50-plussers overheersen, maar er zijn ook enkele jongere Opbouw-lezers. In de crèche één jong, nog niet Opbouwlezend, Amsterdams gemeentelid.
Ds. Ganzevoort gaat kort in op het nulpunt in ons leven. Want wat is een nulpunt eigenlijk? Misschien vinden we dat nulpunt in de Bijbel wel bij Elia.
De stem van de stilte, de ondergrens van het waarneembare. We denken vaak bij een nulpunt aan een crisis.
Maar je kunt ook denken aan een ankerpunt: een plek in je leven, een boodschap van God die jou houvast geeft. En dat punt hoeft niet zo groot, zo overweldigend te zijn, misschien is het wel te klein voor grote woorden.
Zingen
Psalm 139 sluit prachtig aan bij het thema van de dag. Heer, die mij ziet, zoals ik ben, dieper dan ik mijzelf ooit ken. God als anker voor ons leven. Na het zingen van een aantal verzen uit deze psalm kunnen de bezoekers van de Opbouwdag enkele minuten nadenken over de vraag of ze zelf bepaalde momenten in hun leven herkennen, waardoor hun geloof is gegroeid.
Vervolgens geeft ds. Ganzevoort het woord aan Joke de Vin, die hij aankondigt als onze hofzangeres. Ze is gewend om met geoefende en minder geoefende zangers en zangeressen te ’werken’. Ook het in goede banen leiden van de Opbouw-bassen en -sopranen gaat haar goed af. Al vrij vlot lukt het haar om het qua melodie niet altijd zo eenvoudige lied ’Glorie aan Vader, Zoon en Geest’ aanvaardbaar te doen klinken.
Lééf het Evangelie
“Hebt u wel eens overwogen te stoppen met bidden en danken voor het eten, want wat is daar eigenlijk het nut van? Wat heeft God met ons eten te maken?“ Zo begon ds. Bert Lakerveld zijn meditatie met als thema: ’Leef het Evangelie’. Hij ging daarbij in op de vraag waarom wij soms zo weinig ervaren van Gods aanwezigheid. Hij wees de aanwezigen op een aantal teksten waar staat dat God liefde is en ons lief heeft; God wordt tastbaar in het liefhebben van elkaar.
Door hoe we zijn, beïnvloeden we ook anderen. Dit is al te zien aan de ontwikkeling van kinderen: er is onderzoek bekend waaruit zou blijken dat ze voor tachtig procent worden gevormd door het sociale klimaat waarin ze leven (socialisatie) en slechts voor twintig procent door onderwijs (onze woorden, onze lessen).
In Jezus’ optreden herkennen we iets dergelijks; zijn optreden was zoals hij Zelf was, zijn hele leven ademde God. Dát moet verder gaan in ons leven en in de gemeente. Ds.
Lakerveld illustreerde dit o.a. met de woorden van Paulus aan de Galaten: ons leven moet een leesbare brief van Christus zijn. Met andere woorden: Anderen zien in ons Christus. Ook Mattheüs 5 werd genoemd: wij zijn het licht der wereld; het zit niet in ons spreken, nee, wij zijn het.
Onze relatie met Christus
In héél ons leven (ons gezicht, onze houding, onze liefde) moet het Evangelie te proeven en te tasten zijn, aldus ds. Lakerveld. Door het Evangelie te leven wordt het een sfeer. Dit kan echter niet ’zomaar’ groeien; het kan pas dan wanneer we een relatie hebben met God. Hoe krijgen we een relatie met God? Ds. Lakerveld opperde hiervoor een aantal ideeën:
– de genoemde punten overdenken, mediteren;
– gebed (zonder ophouden!), waarbij als geheugensteuntje gerust pen en papier gebruikt mogen worden;
– leef met de gedachte: niet meer ik, maar Christus leeft in mij;
– wat Paulus ook schreef: train als een topsporter in de Godsvrucht. Train in liefde, in het afleren van boosheid, enz.
– versterken van eerbied en ontzag voor God, want dan zal ook de gehoorzaamheid groeien.
Dus: lééf het Evangelie en proef dat de Heer goed is!
Het verhaal van Henk Lenstra
Na de meditatie is het de beurt aan de groep Mazzeltov. Ze brengen jiddische muziek ten gehore. Van de hand van één van de muzikanten, Gottfrid van Eck, is trouwens onlangs ook een bundel met chassidische verhalen verschenen.
En dan is het tijd voor het eerste verhaal Het is van de Houtense wethouder Henk Lenstra. Hij vertelt dat er bij hem 10 jaar geleden in het hoofd een cyste werd ontdekt. Jarenlang waren er geen duidelijke klachten, maar in 1997 moest hij plotseling worden geopereerd. Dat gebeurde in een emotioneel zeer belastende tijd, vlak na het overlijden van zijn schoonvader.
Je gaat jezelf dan allerlei existentiële vragen stellen over de zin van het lijden. Toch was in dat verdriet zijn schoonvader een voorbeeld voor Lenstra.
En dan komt vlak na die tijd het bericht van zijn eigen ziekte. Henk Lenstra zegt over die verwarrende periode: “Emotioneel viel het nauwelijks bij te houden en tóch zagen we juist in dié tijd de hand van God. We hebben samen aan het kanaal gebeden. Hebben we daar God gevonden? Nee, daar heeft God óns gevonden. We hebben gebeden om rust en ik kreeg die rust.’’
Een knipoog van God
Leer je nu iets van zo’n periode? Dat valt moeilijk concreet aan te wijzen.
En toch: je merkt dat God dingen in je leven verandert. Geloven is niet iets voor thuis, het is er ook van 8 tot 5 op je werk. Er bestaat geen apart verhaal over Lenstra als wethouder, over Lenstra als lid van een kerk, over Henk Lenstra als lid van zijn gezin. Wat hij heeft ervaren is dat ieder mens kostbaar is in Gods ogen. En dat heeft hij ook door mogen geven in Houten. Het vertellen: in persoonlijke gesprekken, in een krant, het ging vanzelf. En de gesprekken die daar uit voort kwamen, die heeft hij mogen ervaren als een knipoog van God.
Misschien hebben we allemaal wel eens een nulpunt nodig, zegt Lenstra.
Niet dat het van dat nulpunt afhangt, God is al langer met ons bezig. Maar een punt waarop je opnieuw keuzes maakt, tijd voor een herstart, waarop je weer (opnieuw) op zoek gaat naar God. “Af en toe de boel gewoon de boel laten en naar God toe gaan’’ Is daarmee het verhaal af? Het is doodstil in de zaal als Henk Lenstra vertelt dat er enkele weken geleden opnieuw medische complicaties werden geconstateerd: de tumor in zijn hoofd speelt weer op. Daar sta je dan..... En toch: er is voor Henk Lenstra ’maar’ één antwoord: de boel de boel laten en naar God toe gaan!
Moslimvrouw in Nederland
Een indrukwekkend levensverhaal is ook de geschiedenis van Adraa Shamari uit Emmeloord, door haar verteld in samenspraak met een gemeentelid uit de kerk van Emmeloord, mevrouw Dineke Harwig. Haar verhaal wordt voor de Opbouw-lezers tot een levend getuigenis over de verandering die het leren kennen van Jezus met zich meebrengt.
Een verhaal over bergen en dalen.
Adraa Shamari komt oorspronkelijk uit Bagdad in Irak. Ze vertelt dat ze uit een goed gezin komt. Het islamitische geloof speelde aan de buitenkant, er werd thuis nooit over het geloof gepraat.
Nadat ze getrouwd is, gaat ze samen met haar man in het verzet tegen Saddam Hoessein. Nadat haar schoonvader vermoord is door Saddams’ geheime dienst, vlucht ze met haar man naar Noord-Irak, het gebied van de Koerden. Ook daar is ze niet veilig: bombardementen met gifgas maken dat ze opnieuw, samen met haar man, moet vluchten. Aan haar ogen wordt zichtbaar hoe geëmotioneerd ze is bij deze berichten: de verschrikkingen van een onmenselijke oorlog met onmenselijke middelen.
Na ook nog haar pasgeboren kindje verloren te hebben, komt het echtpaar in Nederland terecht, in Emmeloord.
Shamari vertelt dat ze na hun komst in Nederland met een gevoel van leegte zat; niet zomaar een leegte, nee, een leegte die je voelt als je alles verloren hebt, een nulpunt. Toch begon ze niet zolang daarna het leven weer wat positiever te zien. Haar man kreeg werk en ze kregen twee kinderen waardoor ze het gevoel kreeg toch nog alles
bereikt te hebben. “Ik was gelukkig in een land met vrede’’
Alleen in Nederland
Het leek zo mooi, tótdat.... haar man in maart 1995 een auto-ongeluk kreeg en aan de gevolgen hiervan overleed.
Adraa wordt opnieuw heel emotioneel en moet naar woorden zoeken. Omdat ze moslim waren werd haar man volgens de islamitische traditie begraven.
Hierbij was het haar zelf niet toegestaan om de begrafenis van nabij mee te maken. Ze heeft dit als een verschrikking ervaren: waarom mag je als echtgenote van een moslim geen afscheid nemen van je man? Waarom mocht ze als vrouw zelfs de moskee niet binnen? Wat is dat voor een God?
Is die God van de moslims dezelfde God als die van de christenen?
Via haar kinderen komt ze in contact met, wat ze toen nog niet wist, een predikant (Ds. Biewenga). Deze dominee bleef haar bezoeken en op een dag vroeg ze of ze een keer mee mocht naar de kerk. Ze was uiteraard welkom en werd door een gemeentelid opgehaald. (“Wel vroeg, kwart voor negen, ik wilde uitslapen“). Haar eerste gebed was voor een lid van de gemeente, die ook haar kindje dreigde te verliezen. Helaas is het kindje overleden, wat bij Adraa een gevoel van opstandigheid veroorzaakte: als God dit toestaat, wie is Hij dan? “God, ik heb Jou gezocht, waar bén
Je dan?’’
Vroeger en nu
De uiteindelijke omslag kwam voor Adraa Shamari toen ze op Tweede Kerstdag 1997 keek naar het programma ’God verandert mensen’.
Daarin werd gebeden om de harten te openen voor de Here Jezus. Ze bad mee waarbij ze ook bad om rust. Die rust kreeg ze, letterlijk, en de volgende dagen begon ze de bijbel te lezen en God te leren kennen.
Achteraf realiseert ze zich wel dat God al veel langer met haar bezig was.
“God heeft mij omringd met christelijke mensen, al heb ik mij dat eerder niet gerealiseerd’’ Wie was God vroeger voor jou, vraagt mevrouw Harwig aan Adraa. “Hij was heel hoog, heel ver, niet voor mij’’ En nu? “God is alles voor mij’’ En wie was Jezus voor jou? “Hij was voor zielige mensen, niet voor mij!’’ En nu? “Hij is mijn Verlosser!’’ Wie was de Heilige Geest voor jou? “Hij kwam niet in mijn woordenboek voor. En nu is Hij als 1 jaar bij mij.’’ Tot slot de vraag: ”Wat is het verschil tussen je leven van vroeger en je leven van nu?” Daarop antwoordt ze kernachtig: “Het verschil is de Liefde van God!”
(wordt vervolgd)