Overgave

1999-05-28
  • Jaargang 43
  • nummer 11
Toen Hij mij alles had ontnomen,
mijn broos geluk, mijn laatste dromen
en al mijn kleine vreugden, een voor een,

en in dat bitter uur ten leste
niets dan een handvol weemoed restte,
hief ik het hoofd en was met Hem alleen.

En zulk een nameloos meedogen
en liefde was er in Zijn ogen,
dat ik niet vragen kon of klagen dorst,

maar - alle bitterheid ontheven-
mij met mijn arm, gehavend leven
voor immer bergen wilde aan Zijn borst.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief