Weer bij nul beginnen?
1999-05-28
Het gaat goed met je. Persoonlijk, gezin, kerkelijk. En in je werk. ”Ik zit in de plus”. En dan opeens blijkt dat je jezelf geestelijk en financieel bijna bankroet hebt gewerkt.- Jaargang 43
- nummer 11
Dat vertelde Gert Jan Visser, ’makelaar in onroerend goed’ op de Opbouwdag in Utrecht. ”De Heer heeft mij gezien en onverwacht. Dat was dus een nulpunt.... Ik ben kleiner geworden, maar God is gegroeid. Ik ben anders tegen ’de zaak’ aan gaan kijken, minder als eigenaar en meer als rentmeester. Want de Bijbel heeft voor elke ondernemer heel erg veel te bieden”, aldus Visser, die o.a. veel heeft mogen leren van prof. dr. Bob Goudzwaard.
Christen en makelaar
Wat houdt dat dan in: christen-ondernemer zijn? Dat blijkt voor Visser niet in grote, spectaculaire dingen te zitten.
Het begint al met het mede-gebruik van je apparatuur. Mag een vereniging of de kerk jouw eigendommen (zoals bijv. je fotokopieerapparaat) gebruiken?
Het betekent ook dat je anders met je werknemers omgaat. In deze tijd is het heel gebruikelijk dat mensen een één-jarig contract aangeboden krijgen. Voor de Bilthovense makelaar geldt een ander principe: wees trouw aan je werknemers. Hij refereerde daarbij ook aan de gelijkenis van de arbeiders van ’het elfde uur’. Economisch gezien ’verknal je de markt’ als je iemand die als laatste komt evenveel uitbetaalt als aan degene die veel eerder is gekomen. Maar als die laatste nu eens in moeilijke gezinsomstandigheden verkeert? Je zou dus moeten uitkeren wat de werknemer nodig heeft.
Verdrietige omstandigheden
Als makelaar kom je in aanraking met verdrietige omstandigheden: de gevolgen van een faillissement, van een echtscheiding, van de WAO. En dan de allochtone Nederlanders, die vaak moeite hebben om hun verhaal te doen. In de visie van Visser gaat het bij het christen-zijn in dit werk niet om een christelijk praatje te verkopen maar om je werk goed te doen. En je weet snel genoeg wat voor klant je hebt: als je even voor de boekenkast staat weet je het.... Aan zijn klanten biedt Visser soms een cadeautje aan: Eindelijk thuis! Van Henri Nouwen.
Christen-ondernemer zijn is, aldus Gert Jan Visser, geen garantie voor winst. Het gaat niet beter, het loopt anders. Je doet je werk goed en draagt het over aan God. ”Soms,” aldus Visser, ”verlang ik terug naar dat nulpunt in mijn leven, toen ik geestelijk en zakelijk bijna failliet was. Tegelijk ben ik na dat nulpunt iets veel duidelijker gaan beseffen: ik wéét
hóe groot mijn Heiland is!”
Het verhaal van Marja
Marja groeide op in een harmonieus Rooms-Katholiek gezin. Ze ging tot haar 12e jaar trouw naar de mis.
Daarna was het afgelopen met de kerk. Op haar 15e kreeg ze verkering met Peter, uit een Nederlands Gereformeerd gezin. Ze spraken nauwelijks over de kerk en over het geloof. Pas toen ze trouwplannen hadden, besloten ze om maar eens op zoek te gaan naar een kerk. Ze wilden zich niet binden.
Je kon natuurlijk ook af en toe kerken. Een beetje niet en een beetje wel met de kerk.
Geen tussenweg
Op een zondag hoorden Peter en Marja een preek over ’kiezen’: voor of tegen Christus. Dat greep hen aan. Er was dus geen tussenweg! Ze zeiden tegen elkaar: deze preek is voor ons bedoeld. Ze besloten op catechisatie te gaan. Daar behandelde de dominee ’Het Kort Begrip’. Marja: ”Ik begreep er nog niet zoveel van”. Ze besloten ook een bijbelkring te bezoeken. Daar werd Openbaringen uitputtend behandeld.
Voor mensen die in de kerk zijn opgegroeid is dat een boeiend boek, maar als je nog maar kort bewust naar de kerk gaat een erg moeilijk bijbelboek.
Crisis
Op een gegeven ogenblik vroeg Marja zich af: waarom ga ik eigenlijk naar de kerk? Is dat om erbij te horen? Of is dat voor God? Marja: ”Ik miste iets. Ik durfde niet te zeggen dat God ook mijn Vader was, die mij vergeeft en met Wie ik een relatie mag hebben. Ik ontdekte dat ik God zag als Iemand die iedere dag fouten bij jou aanwijst.
Ik merkte ook dat ik daardoor afstand ging nemen van mijn geloof. Ik werd moedeloos, want ik haalde die eisen van
God tóch niet!”
Het hoofd omhoog
Op dat moment las Marja Jesaja 40.
Hef je hoofd omhoog! Dat werd een ’sleuteltekst’. Marja vertelde dat het inzien van die reikwijdte een volkomen omkeer in het denken werd. Het is niet jouw schuld, maar Mijn liefde die centraal moet staan! Wie de hele tijd bezig is met afstrepen wat goed en fout is, doet Christus tekort. Mijn zonden zijn iedere dag realiteit, maar Christus moet centraal staan.
Keerpunt
De omslag in het denken betekende ook een keerpunt in het leven van Peter en Marja. Ze werken nu full-time voor Agapè en zijn volledig afhankelijk van giften van vrienden. Natuurlijk zijn er ’hobbels’. Je bent blij met je geloof.
Maar waar zit die blijdschap in de christelijke gemeente? Op het voetbalveld mag je juichen, maar waarom mag je dan in de kerk de Here niet toejuichen?
Marja: ”En soms komt dat oude denken weer boven. Dan denk ik weer: wat doe ik goed? Wat doe ik fout? Dat volle boodschappenkarretje, mag dat wel als je van giften leeft? En dan opeens, als ik weer moe ben van die manier van christen zijn, ontdek ik weer dat het enige antwoord is: Jezus volgen!” Mensen lachen je daarom soms uit.
David werd door zijn eigen vrouw beschimpt toen hij danste voor de ark.
Maar David zei: Voor het aangezicht van de Here heb ik gedanst.....
Is dat ons verlangen? Leven voor Zijn aangezicht? Leven tot Zijn eer? Dan is het goed!
Canon en pauze
Na de persoonlijke verhalen is het weer tijd om muzikaal te oefenen. Er staat een Canon op het programma: Jehuda leolim teshev (Joël 3 vers 20).
Dat valt nog niet mee: muziek en een (voor Nederlanders) aantal tongbrekers.
Maar Joke de Vin weet er - in samenwerking met Mazzeltov - toch weer iets moois van te maken. ”En wie de woorden niet kan onthouden, die doet maar noenoenoenoe”.
Het programma is uitgelopen; hoogste tijd voor de middagpauze. Dat is altijd ook een moment voor gesprek en ontmoeting, vaak met oude bekenden.
Het kosters-echtpaar van de Jeruzalemkerk heeft zorg gedragen voor voldoende broodjes, thee, koffie en melk.
Reünie
’s Middags zijn er voor de volhouders gespreksgroepen. De meeste bezoekers aan de Opbouwdag zijn gebleven en onder 10 gespreksgroepen verdeeld.
Bij de eerste groep is men net met een rondje kennismaking bezig: Amersfoort, Alphen aan den Rijn, Amsterdam, Apeldoorn, Bunschoten, Emmeloord, Rijswijk, Zeist. Oude bekenden blijken elkaar hier te ontmoeten.
”Het lijkt wel een reünie”, zo merkt iemand op.
Het gesprek gaat eerst over de meditatie door ds. Bert Lakerveld. Je hebt een aantal kinderen, sommigen gaan wel naar de kerk, anderen niet. In de inleiding werd gezegd dat het Evangelie vóórleven heel belangrijk is. Maar hoe zit dat dan, je hebt aan alle kinderen geprobeerd het Evangelie voor te leven, sommigen gaan wel naar de kerk, anderen niet. Valt dat wel zo menselijk te verklaren (socialisatie)?
Of is geloven een wonder en ongeloof een raadsel?
Een sfeer van wantrouwen
In de tweede groep gaat het over veranderingen in de kerk en in het geloof.
Veel veranderingen worden als positief ervaren. ”Vroeger kon je het niet over je persoonlijk geloof hebben”, merkt iemand op. ”Ooit vroeg iemand op straat aan mij of ik bekeerd was. Ik klapte helemaal dicht. Ik was niet gewend om over mijn geloof te spreken.” Een andere deelnemer aan het gesprek merkt op dat er in de kerk vroeger heel veel vanuit wantrouwen gesproken en gedacht werd. ”Pas op, was het steeds. Die chassidische muziek van Mazzeltov, wat héb ik genoten! Maar daar hoefde je vroeger echt niet mee aan te komen....” ”Wat ik zo goed vind”, merkt een derde op, ”zijn die verhalen van Henk Lenstra en Gert Jan Visser. Ze kunnen het geloof niet buiten het gewone leven houden. Mannen zijn daar vaak niet zo sterk in geweest, maar zo ervaar ik dat tegenwoordig ook. Door er met elkaar over te praten merk je opeens veel duidelijker dat je leven helemaal één is: geloof, werk, thuis: het heeft alles met
elkaar te maken.”
Kleine en grote gemeenten
In een derde groep benadrukt iemand hoe plezierig het is om lid te zijn van een kleine gemeente: mensen kijken daar naar elkaar om. Een ander vindt dat dat in een grote gemeente ook kan , mits je het maar goed organiseert.
Wijkkringen kunnen ook voor dat onderlinge contact zorgdragen.
Dan grijpt de voorzitter in, want de voorbereidingscommissie had een aantal vragen op papier gezet. Is ons geloof veranderd? Nee, niet direct veranderd, wel gegroeid. ”Het zit goed, je hoeft je niet ongerust te maken, God zorgt voor
je.”
Identiteit
Is je geloof veranderd? Met die vraag houdt ook een vierde groep zich bezig. Een deelnemer merkt op dat het beeld dat hij van het geloof heeft veranderd is. Vroeger dacht hij dat het geloof was dat je verlost bent. Nu zegt hij: ”Natuurlijk is dat waar. Maar ik heb ook gemerkt dat het geloof veel meer een stuk van mijn eigen identiteit is geworden: ik ben persoon, dankzij Hém! Maar of dat met veranderingen bij mezelf, met het ouder worden, te maken
heeft of met veranderingen in de kerk, dát weet ik niet.”
Bijzondere ervaringen
”Je moet mensen met een bijzondere ervaring niet na willen doen. Ik voelde me wel eens tekort-schieten als ik geen verhaal had. Als ik dan Feike ter Velde zag, dan dacht ik: wat is er mis met mij?”, zo wordt in een volgende groep opgemerkt. Een ander reageert met: ”Ik heb me mijn hele leven nooit afgevraagd: hoe voel ik me daarbij?
Gelukkig zijn er mensen die door het programma van Feike ter Velde geholpen worden, zoals Adraa Shamari.
Zijn manier van vragen stellen spreekt me helemaal niet aan, maar kennelijk gebruikt God soms ook zo’n programma om mensen naar Hem toe te brengen. Zelf vind ik dat je je geloofservaringen heus niet zo nodig aan de grote klok hoeft te hangen.” Een derde zegt: ”De heilsfeiten zijn er. Goede Vrijdag heeft ook mijn leven wezenlijk veranderd. Maar wat er bij is gekomen is de vraag: hoe geef ik dat geloof handen en voeten? Dat we daarover nadenken in deze
tijd, dat is winst.”
Relatie
”Ik vroeg me af: wat moet ik met zo’n dag? Weer een zaterdag de deur uit?
Maar ik ben blij dat ik geweest ben.” Ik val kennelijk met mijn neus in de boter van de evaluatie van deze Opbouwdag.
Een ander merkt op: ”Ik ben vandaag niet bevestigd in mijn eigen gelijk. Daar waren we vroeger goed in.
Nee, ik ben bevestigd in de liefde van God. En dáár gaat het om. Dan ga je ook anders naar andere mensen kijken....” ”Die verhalen, dat hoeft van mij niet altijd. En toch deden ze me goed.
Vooral die mevrouw uit Irak: dat je heel boos op God kunt zijn en dat God je dan tóch vast pakt! Maar dit kringgesprek, dat was toch wel het hoogtepunt van de dag, dat krijgt van mij het hoogste cijfer”, zo merkt een derde op.
”Dat je elkaar nauwelijks kent en dat je toch zo open met elkaar kunt spreken.” Een vierde: ”De toespraken van vanmorgen waren heel waardevol. Vooral dat verhaal van Marja Hartkamp sprak me aan. Het gaat uiteindelijk om de relatie tot God. En dan kun je je best zorgen maken over de christelijke gemeente. Maar tegelijk kun je het dan aan God overlaten. ”Heer, het is Uw kerk. Ik ga slapen”.
Tot slot
Aan het eind van de dag komen de deelnemers aan de gespreksgroepen nog één maal samen in de Jeruzalemkerk.
Er worden enkele liederen gezongen, en een aantal opmerkingen uit de gespreksgroepen worden samengevat. ”Moet je nu dankbaar of teleurgesteld zijn als je geen nulpunt hebt gekend in je leven?” Dat is een intrigerende vraag....
Met het Lied ’God is getrouw, zijn plannen falen niet’ wordt deze tweede Opbouwdag afgesloten. Aan een nieuwe voorbereidingscommissie de taak om de Opbouwdag 2001 voor te bereiden. Als de Here het wil.....