Mevrouw mijn moeder

1999-05-28
  • Jaargang 43
  • nummer 11
,,Ik gaf al les op een lagere school toen ik begreep dat vieze lakens en theedoeken niet weggegooid hoefden te worden, zoals mijn moeder gewend was te doen.’’ Die kostelijke zin typeert voor mij het boek dat Yvonne Keuls over haar moeder schreef: Mevrouw mijn moeder. De titel heeft ze ontleend aan mevrouw Anthonijs die een tijd als gezelschapsdame fungeerde en regelmatig verslag uitbracht: Mevrouw uw moeder heeft goed geslapen vannacht. Mevrouw uw moeder laat zeggen dat ze u op de radio heeft gehoord, maar dat het haar opviel dat u weer niets over haar gezegd heeft. En ten slotte, toen de (zwaar gehandicapte) moeder het vertikte nog langer stil in haar stoel te zitten, voor de telefoon, in wanhoop: Mevrouw uw moeder is opgestaan. Wat moet ik doen? Wat moet ik doen?’’ Yvonne Keuls bewijst met dit boek dat ze een schrijfster van klasse is. Ze tekent haar moeder als een heel bijzondere vrouw, niet altijd even aardig, beslist niet, maar wel altijd anders dan anderen. Een moeder om respect voor te hebben, een moeder ook om heel veel van te houden. Haar achtergrond is voor het grootste deel Indisch; Yvonne is daar geboren en ze heeft er geleefd tot haar zevende. Kort voor de oorlog kwamen ze naar Nederland. Haar moeder heeft zich daar nooit thuis gevoeld, de band met haar man was verre van ideaal, maar ze heeft zich weten te handhaven en een eigen sfeer om zich heen te scheppen.
Eigenlijk zijn er twee vertellers in dit boek, in de eerste plaats de schrijfster zelf, maar zij laat ook haar moeder herhaaldelijk boeiend vertellen. En zo maken we kennis met niet alleen een heel bijzondere vrouw, maar ook met een land en een cultuur waarvan de meesten van ons toch eigenlijk geen idee hebben. Een boek om vaker dan één keer te lezen! Laat ik eindigen met een ontroerend stukje uit een van de laatste bladzijden. Yvonne heeft voor haar moeder een beetje eten klaar gemaakt., het moet de laatste kerstmaaltijd worden.
,,Ik eet van alles maar een hapje’’, zei ze. Ik knikte haar toe. Ik had niet anders verwacht. ,,En ik wil eerst bidden voor we gaan eten’’. Dat verbaasde me. ,,Straks ga ik dood en dan heb ik dat nog nooit gedaan, alleen vroeger, bij de zusters ursulinen. (Daar is ze als weeskind in huis geweest.) Ze vouwde devoot haar handen en sloot haar ogen. ,,Lieve Heer,’’ zei ze, ,,U heeft me hier op die stoel gezet en dat valt niet mee. Ik wil U vragen goed te zorgen voor mijn oudste zoon. Hij verdient het.
Hij is een goeie jongen. Hij moet alleen niet altijd te laat komen overal, want dat is vervelend. Hij is ook altijd verkouden en dan gaat hij onder de koude douche staan en ik geloof niet dat dat goed voor hem is. Ik wou dat U daar ook even op lette, want hij steekt mij aan. En mijn kind, mijn arme kind, mijn oudste dochter die al bij U is, U weet hoe het met haar gaat. Ach, zij lijdt tenminste niet meer, nu U haar onder Uw hoede hebt, maar ik mis haar wel... Wilt U dat tegen haar zeggen?’’

Omvang 264 blz. Prijs ƒ 29,90. Uitgever Ambo, Amsterdam

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief