Snippers uit Afrika

1999-06-25
  • Jaargang 43
  • nummer 13
’k Sluit mijn oogjes, ’k vouw mijn handjes, ’k buig mijn knietjes voor U neer ...

Zo heb ik het als kind van moeder geleerd. Het is toch typisch eigen aan het Christelijk geloof om zò tot de Here te gaan. Dat is toch Bijbels nietwaar?
Maar hebt u al in de Bijbel gelezen dat we onze ogen onder het gebed moeten sluiten? En dat vouwen van die handjes dan? Dat kom je in de Bijbel nergens tegen! Meestal wel naar de hemel toe opgeheven armen waarbij de ogen omhoog kijken.
Gerrit Noort vertelt ons in zijn ’Germaanse Cultuur en Christianisatie van Noordwest Europa’ dat de eerste zendelingen hier al gauw hadden opgemerkt hoe de Germaan van vroeger duidelijk maakte hoe hij zijn heer wilde dienen. Dat deed hij door de houding van een ondergeschikte aan te nemen: je knielt neer en je vouwt de handen op borst- of gezichtshoogte.
Prachtig, zo verstonden de Germaanse Christenen meteen wat het betekent de Here God te naderen. Zo bidden we vandaag nog, meestal zonder de knietjes dan. Ik zou niet kunnen bidden zonder de oogjes en de handjes.
Dit is als voorbeeld hoe het Christendom Europa binnenging en al gauw Germaanse trekken begon te krijgen.
Soms kwam het tot hevige botsingen zoals in de wat legendarische verhalen over het gewelddadig kappen van de heilige eik, de boom van Donar op de Gudensberg door het gezelschap van Bonifatius. Maar omdat dit een uitzondering was zoals de verbranding van de toverboeken in Efeze (Hand. 18:19) werd het ons overgeleverd.
Eerder was het regel dat er een Christus-beeld onder zo’n heilige boom werd geplaatst. Dat bracht wel misverstanden met zich mee en riep wel verzet op maar de boodschap van het Evangelie dat Christus Heer is en dat Donar tot het heidense verleden behoorde, was niet meer voor misverstand vatbaar. Zo kreeg het vreemde Christendom toch iets eigens. De prediking van het Evangelie bracht geweldige veranderingen teweeg maar het was eerder een langdurig proces en zeker geen revolutie. De zendingspaus Gregorius I liet al ca. 600 weten: „Het lijdt geen twijfel dat het voor mensen met een verhard gemoed onmogelijk is alles tegelijkertijd af te snijden, omdat ook hij die zich beijvert om tot de hoogste plaats op te klimmen, in kleine stapjes en niet in sprongen stijgt”. De verbinding met vroeger bleef bestaan, zij het antithetisch. Vrijwillig of onder druk, het Evangelie van de enige God die in Christus onze Vader werd, nam in een langzaam proces de plaats in van het oude heidendom.
Mensen willen niet graag achter blijven.
Maar ze willen en kunnen ook niet zomaar alles loslaten wat hen met de voorouders verbindt. Je kunt op een goede dag je godsdienst veranderen maar niemand kan van vandaag op morgen zijn cultuur veranderen.
Mijn onbekende voorvader uit de Achterhoek (twaalf eeuwen geleden?) heeft zich vast wel oprecht tot de Here Christus bekeerd maar hij kon dat alleen binnen zijn eigen cultuur, stikvol magische religiositeit. In de eeuwenlange en dikwijls felle wisselwerking tussen evangelie en de cultuur waarin het gebracht werd, kreeg langzamerhand het Christendom zijn eigen vertrouwde gezicht dat mij als kind leerde bidden: ’k sluit mijn oogjes, ’k vouw mijn handjes ... Dat er heel vroeger een Germaans luchtje aan zat, heb ik nooit als kind vermoed. Voor mij was – en is – dat gebedje echt Bijbels! Maar ik heb als zendeling ook geleerd dat echt Bijbels er ook wel anders kan uitzien.
In Afrika kun je best nog wat van de vroege Middeleeuwen in Europa leren!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief