Dakloos in Israël

1999-07-09
  • Jaargang 43
  • nummer 14
Hoe zaaide Jezus zijn levende woord,
trok door mijn zelfzucht zijn vore!
Hij bracht ons telkens weer buiten de poort,
zag daar de mensen als koren.
Zijn armen stuurde Hij biddend op pad.
Zo ging zijn vrede van stad tot stad.

“Ik zal U volgen waarheen U ook gaat.”
Die hand was gauw uitgestoken.
Maar Jezus bood hem de weg van het zaad:
Zijn tempel moest afgebroken.
Vossen en vogels zij nestelen wel,
maar Hij was dakloos in Israël.

“Volg mij” zei Jezus een toehoorder aan,
iemand die dacht aan zijn haven.
“Och laat mij eerst naar mijn vader toe gaan,
wie anders moet hem begraven!
” Hoor Jezus’ antwoord: “Laat doden het graf,
roep jij het rijk van de Koning af.

“Ik zal U volgen” klonk toen welbewust.
“Laat mij uw juk op mij nemen,
als ik de liefsten vaarwel heb gekust,
dat zal toch niemand bevreemdend
Hoor Jezus’ weerwoord: “Wie achterom ziet,
die leert in Gods rijk het ploegen niet.”

Dat Hij geen plaats vond bevreemdde hem niet.
Weerloos te midden van wolven
trok Hij als Lam door vijandig gebied,
waar Jacob’s put was gedolven.
Zie hoe Hij. daar een verworpene drenkt,
met levend water zijn toekomst schenkt.

Is dat zo? Was Jezus dakloos in Israël, zoals ik zeg in het bijgaande lied? (1 Als we sommige theologische spraakmakers mogen geloven, dan was Jezus juist wel helemaal thuis in Israël op en top een joodse rabbi en heel de rest, die wonderverhalen en zo, zou ‘onthemeling’ zijn, hellenistisch aanslibsel, creatieve gemeentetheologie. Hoe gaan wij hiermee om?

‘Wil de echte Jezus opstaan?’ zo vroeg iemand naar aanleiding van H.M. Kuitert’s jongste boek.2) Kuitert blijft daarin zijn methode trouw. Alles wat buiten het procrustusbed van zijn theologiseren valt mag afvallen. Wat voorgaande generaties, die nog open stonden voor openbaring, over Jezus beleden, wordt in zijn beeldengalerij het zwijgen opgelegd. Alles wat van boven komt weten wij immers van beneden?

Slechts beeldvorming?
Als er een ding duidelijk is dan is het dat de Christus der Schriften in zo’n klimaat dakloos is. Of was hij dat altijd al? Was dan alles wat de kerk door de eeuwen heen heeft beleden en bezongen en aanbeden slechts beeldvorming?
Zeker, beeldvorming kwam er aan te pas, vanaf de hymne in Kolossenzen tot aan het Jezusbeeld in kinderbijbels.
Kennelijk past de Here God zich aan en daalt Hij af in de taal van ons menselijke voorstellingsvermogen.
Maar dat sluit Zijn heiligheid en alles overtreffende majesteit toch niet uit?
De plaats waar Hij zich openbaart is heilig (Ex.
3:5). sub 1921 Is het niet typisch iets voor de natuurlijke mens om zich te stoten aan de verschillen in de godsbeelden,van voorgaande generaties en te concluderen dat zij het dus mis hadden? Deze conclusie verraadt de neiging - als ik het goed zieom, nadat men de inzichten uit voorgaande generaties als achterhaald heeft afgedaan, het eigen godsbeeld te verabsoluteren.
De neiging om de genade te willen inkapselen in eigen voorstellingen is een verzoeking van alle tijden.
Dat doet denken aan de reactie van Petrus op Jezus’ verheerlijking: “Meester, het is goed dat wij hier zijn, laten wij drie tenten opslaan.” Ook zijn reactie na de eerste lijdensaankondiging lijkt wel van toepassing. Kort nadat Petrus kleur had bekend met een goede Christusbelijdenis meende hij zijn Heer te moeten corrigeren: Dat verhoede God. Het lijden dat Jezus voor zich zag wuifde Petrus weg, als ’misplaatst defaitisme’ zouden wij zeggen. Het natuurlijke denken wil Jezus steeds weer naar zijn hand zetten.

Uitgefloten
Paulus moet het natuurlijk het meest van alle ontgelden.
Het is veelzeggend dat hij in een situatie waarin het hellenisme met het evangelie van de opstanding aan de haal ging niets anders wilde weten’dan Jezus en die gekruisigd’. (1 Kor. 2:2).
Maar dit is niet het hele verhaal. Ook vanuit Joodse kring kwamen er mensen die een andere, op hun leest geschoeide Jezus predikten. En de visionair begaafden onder hen vonden wonderwel aansluiting bij hellististische voorstellingen (vgl.
Kol. 2:8-17). Deze pogingen om Jezus in te kapselen in het natuurlijke den- ken - of dat nu oud en vertrouwd of modern was - brachten de apostel niet van zijn stuk, maar een worsteling zal het wel geweest zijn. Hij bleef eraan vasthouden dat Christus door hem sprak (1 Kor. 15; 11 Kor. 12:3-4).
In navolging van dezelfde Paulus mogen we erop vertrouwen dat de heerlijkheid van de gekruisigde en opgestane Heer zo groot is dat leerlingen uit uiteenlopende culturen en opeenvolgende generaties steeds weer verrast werden door aspecten van die heerlijkheid. Dit zijn dingen die het (systematiserende) theologenverstand te boven gaan. Dingen die getoetst en gelouterd moeten worden in het licht van Gods woord, dat zeker. Maar de breedte, lengte, hoogte en diepte van alle volken, generaties en tijden zijn daarvoor nog niet toereikend.
Pas samen met alle heiligen zullen wij instaat zijn om de grootheid van Gods liefde van Christus te vatten (Ef. 3:18). Deze aandacht voor de breedte en de diepte van de liefde van God in Christus hoeft niet tot relativisme te leiden.
Integendeel, zij zou ons juist met Job tot de uitroep moeten brengen: “Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen...
“ En als er dan een theoloog uit het enge neopositivistische verstandscultuurtje (“alles moet voorstelbaar zijn”) ons komt zeggen welke beelden allemaal niet “kloppen”?
Ik zou dan met een variant op Pascal willen zeggen: Tot aan het einde der eeuwen is Jezus dakloos, wordt Hij verstoten, uitgesloten, op maat gesneden.

Buiten de poort
Buiten de poort van fort Europa, in de sloppenwijken in derde wereldsteden is Hij verrassend nabij.
Daar waar Hij vanuit de diepte geloofd en geprezen wordt, in gemeenten die wij in Europa maar verdacht charismatisch zouden vinden. Daar waar Hij levend Brood en enige troost voor arme mensen is. Het lijkt soms wel dat de christenen in Nederland zich nog nauwelijks bewust zijn dat de kerk in Europa, met haar theologische luxevragen, een minderheid geworden is, zij het een vocaal en organisatorisch begaafde minderheid. Hoe moet ik in zo’n wereld weer inburgeren?
Mij troosten met de gedachte dat de Zoon des Mensen ’geen plaats had om zijn hoofd neer te leggen’? De letterlijke vertaling heeft zeker zijn charmes. In de verkondiging kan zo een link gelegd worden met de voorvluchtige David.
Opgejaagde asielzoekers zullen zich er zeker in herkennen.
De vraag was misschien verkeerd gesteld. Inburgeren? Het gaat om de vraag: Hoe blijf ik voluit burger van dat andere koninkrijk?
Mijn vertolking dat Jezus’dakloos’was in Israël zal tegenspraak oproepen.
Dat mag. “Dakloos in Israël ?? Maar Israël is toch onze oudste Broer?
De wortel die ons draagt?” 0 zeker, we kunnen toevoegen: Jezus ligt er ook buiten Israël uit. In het westerse theologische bedrijf bijvoorbeeld. Hij laat zich nergens annexeren of voor onze karretjes spannen. Evenmin als de Heilige van Israël, liet Jezus zich fixeren op een beeld of een partij binnen het Jodendom van zijn dagen.

Ontheemd
Leidt iemand die Jezus volgt per definitie een ontheemd bestaan? Ligt hij er altijd uit? De discipelen krijgen te horen dat ze naast afwijzing ook gastvrijheid zullen ontmoeten.
Wie huizen en familie opgeven, krijgen meervoudig terug, met vervolgingen. De realiteit van deze belofte heeft Jezus zelf ervaren. Juist omdat Hij afzag van aardse steunpunten en in nauwe gemeenschap met zijn Vader leefde, kon hij zeggen: In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen (Joh. 14). Die woningen hoeven we niet voor ons uit te schuiven tot in het hiernamaals.
Letterlijk staat er verblijfplaatsen (Gr. monè), waarbij we ook aan oasen kunnen denken, halteplaatsen, momenten van verkwikking.
Verkwikking, dat moet Jezus op tal van plaatsen toegeworpen zijn, omdat Hij zijn Vader in alles als Koning voorop stelde. Dat kan ook voor ons reële ervaring zijn, als we het - in zwakheidecht met hem wagen.
Verkwikking, in de gloed der benauwdheid.

Een nieuw paradigma
Juist vanwege zijn afzien van eigen haard stond hij haaks op het denken van zijn tijdgenoten. In het Israël dat de leiders krampachtig zochten te behoeden, werd Jezus als een bedreiging ervaren, daar werd hij een dakloze.
Zie het gebeuren in de synagoge te Nazareth. Hij hield de smaakmakers van zijn tijd een tegendraads paradigma voor. Toch bewoog hij zich als koning, als heer des huizes temidden van het zijne. “Alle dingen zijn mij overgegeven door Mijn Vader” (Lukas 10:22). De intieme gebedsgemeenschap met zijn Vader was zijn element, tot op het kruis. In de meest letterlijke zin had hij daar geen plaats om zijn hoofd neer te leggen. Zelfs daar sprak hij nog als heer des huizes: “Heden zult gij met mij in het paradijs zijn” (Lukas 23:43).
Kortom, Hij was niet dakloos in absolute zin, maar wel ‘dakloos in Israël’.

Ontdekkend
Daarom, gelet op de situatie van toen, maar ook op die van het hier en nu, gebruikte ik het idioom ‘dakloos’. Ik hoop dat het overkomt als een ontdekkende vertolking, een die recht doet zowel aan de bedoeling van het oorspronkelijk en als aan onze huidige cultuursituatie.
Een goede vertolking moet, om getrouw te zijn, vaak voor andere woorden kiezen. Je moet ervan op horen, juist om het profetische gehalte van het bijbelse spreken te handhaven. Iedere prediker weet daarvan.

Zwervers
Het woord’dakloos’lijkt me daarom zo geschikt, omdat het ons de vele vele dakloze zwervers in de miljoenensteden in de derde wereld voor de geest roept. Zeker, dat is een mondiaal probleem waar we ons niet aan moeten vertillen. Maar negeren kan ook niet. We zouden de outcasts allemaal op veilige afstand willen houden, maar zij kloppen aan de deur van ons rijke westen. De ork aan Mitch en andere gruwelen blijven ons eraan herinneren. Mattheüs 25:38 reikt me een vraag aan die me maar niet met rust laat: Zou Jezus vandaag niet juist met hen dakloos zijn?
1) Dit artikel mag u beschouwen als een uit de hand gelopen voetnoot. Het lied moet mij vooral van het hart.
2) Jaap Goedegebuure in Trouw van 12 sept. 1998.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief