Een eigen weg

1999-07-23
  • Jaargang 43
  • nummer 15
Onze Christelijke Gereformeerde broeders en zusters hebben van de Vrijgemaakte broeders en zusters die in Leusden in synode bijeen zijn (nee, er zitten op die synode geen vrouwen, maar ze zijn er wel vertegenwoordigd en 'kerk', dat zijn voor mij niet synode-afgevaardigden, maar mannen en vrouwen die langs de weg van Jezus Christus in God geloven, - waartoe ook wel synodeleden kunnen behoren) een schouderklopje gekregen omdat ze zo flink geweest zijn de officiële contacten met de Nederlands Gereformeerde broeders en zusters te verbreken. De Vrijgemaakten hadden dat al eerder gevraagd, maar nu was het er toch van gekomen en dat stelde die synode in Leusden tevreden vast. Een belangrijk obstakel voor de kerkelijke eenheid met de Christelijke Gereformeerden was nu uit de weg geruimd. Zelf hadden de Vrijgemaakten de boot van samenspreking met de Nederlands Gereformeerden al eerder afgehouden. En dat nu de Christelijke Gereformeerden hen daarin waren nagevolgd, stemde tot dankbaarheid, - stond in de krant.

Opvolger van Telder
Een van de redenen waarom de Vrijgemaakten niets zien in samenspreking met ons Nederlands Gerformeerden is dat bij ons de binding aan de belijdenis niet veilig is.
Het gebeurde nu geloof ik niet, maar anders wordt daar mijn naam nog wel eens bij genoemd als een duidelijk voorbeeld hoe slecht het in deze met ons is gesteld. Ds Telder was eerder het voorbeeld, maar dat werkt niet meer zo. De leer van ds Telder is immers helemaal niet overgenomen door de Nederlands Gereformeerden, dus moest gezocht worden naar iets dat meer aanspreekt. En daarvoor denkt men aan mij, want die De Jong komt niet alleen wat de belijdenis betreft punten te kort, maar die vergrijpt zich zelfs aan de Schrift als het Woord van God.
Kijk eens aan! Dat zijn twee vliegen in een klap!

Zelfonderzoek
Waarom breng ik hier mezelf ter sprake, wat toch mijn gewoonte niet is? Omdat ik vind dat mijn Nederlands Gereformeerde broeders en zusters recht hebben op een verantwoording van mijn kant. De voorstelling zou toch gegeven kunnen worden (en wordt ook gegeven) dat ik met mijn opvattingen de eenwording tussen christenen van eenzelfde geloof in de weg sta. Zou het goed zijn daar helemaal over te zwijgen en te doen of mijn neus bloedt?
Misschien kan iemand zich voorstellen dat ik mezelf echt wel eens de vraag stel of inderdaad de zaak vast zit op (opvattingen van) mij. En of ik niet instaat ben hindernissen weg te nemen.
Zo belangrijk is wat ik vind toch niet?
Zelfonderzoek dus, gepaard gaande met momenten van benauwdheid.
Je zult toch maar...

Vrijzinnig: ja/nee
Ik ga even naar ds Telder terug. Ik geloof niet dat men mij een aanhanger van zijn standpunt inzake het onmiddellijk of niet onmiddellijk intreden van het heil voor onze gestorvenen kan noemen. Maar wat sprak me in hem aan?
De vrijheid die hij nam om in een tijd van nieuw Schriftlezen hardop de vraag te stellen of het wel houdbaar was wat we altijd geloofd hadden.
Dat is precies wat ik zelf ook wilde en wil. In een bepaald opzicht heb ik mezelf altijd gezien als een vrijzinnige. Niet wat de inhoud van mijn geloof betreft, maar als je kijkt naar de houding. Wat betreft de inhoud van het geloof vind ik de vrijzinnigheid nog meer verkalkt dan de stramste orthodoxie, maar de vrijzinnige houding heeft mij altijd aangesproken. Het vrije onderzoek. Maar dan in verbinding met de Here God zelf, door gebed, en vanuit een intense betrokkenheid op de canon der waarheid (zoals men vroeger de hoofdinhoud van de bijbel wel aanduidde).
En dan goed luisteren naar wat je in de gemeente hoort en met die vragen naar de bijbel gaan.
En dan ook terug durven komen met de uitkomst dat je aan de opgeworpen moeilijkheden ook zo gauw geen mouw weet te passen en dat de bijbel, hoe duidelijk zijn stem ook klinkt, je wel eens gewoon in de steek laat.
En dat we dus inderdaad maar wat voorzichtig moeten zijn met het 'Zo zegt de Schrift' en 'Dit wil God'.

Afstand
De gemeente serieus nemen, daar zeg ik wat.
Wat mij zo bezorgd maakt over de Vrijgemaakten en ook de Christelijke Gereformeerden, dat is groeiende afstand daar tussen de kerkleiding die in hoogheid is gezeten en de mannen en vrouwen die er op de maandagmorgen voor staan het geloof in God langs die heel aparte weg van Jezus Christus te belijden en te beleven.
Temidden van andere geloven die zeggen: Godja, Christus - nee!, om van het ongeloof maar te zwijgen. Wat leggen we hun voor lasten op?
Lasten, inderdaad. De Heiland heeft gezegd dat er daaronder kunnen zijn die te zwaar zijn om te dragen. Zo'n woord alleen al verplicht je als voorganger, goede voeling te houden met de gemeente. Ik voor mij heb daar altijd naar gestreefd: niet boven of tegenover, maar samen met. Dat was bij het ziekenbezoek al zo. Ik wilde liever niet meer weten dan de zieke. Dus gesprekken met de dokter buiten de patiënt om, dat remde mij in mijn contact met hem of haar.
Ik wilde even onwetend, even onzeker zijn. En zo heb ik ook altijd de bijbel proberen te lezen, met de ogen van de gemeente en met de vragen van de broeders en zusters voor ogen, eigenlijk doodsbang voor vervreemdende deskundigheid. En de kerkleer, och, die zag ik als een hulpmiddel, meer niet. Een grammatica, een spraakkunst van het geloof. Maar de gelovigen moesten vooral hun eigen dialect spreken. Ze moesten kunnen zeggen: Daar heb ik in mijn situatie niets aan en dat andere, dat helpt me geweldig.

Mijn theologische wandtekst
Ik vind dat er in de kerken veel te weinig naar de mensen geluisterd wordt en het mooie van de Nederlands Gereformeerden vind ik dat we dat nu juist proberen. Het is de kerk met de kortste afstand tussen ambt en gemeente. Niet dat dat altijd gemakkelijk is. Er is beslist geen reden hier idealistisch over te doen, want je hebt er 'apostelen' onder waar de werkelijke apostelen snotneuzen bij zijn. Maar grootmondigheid is geen reden om de gemeente haar mondigheid te ontnemen.
Aan die mondigheid moet met geduld en liefde gewerkt worden. Als er nog wandtekstjes in de mode waren dan zou ik wel wat voelen voor dit woord van de apostel op mijn werkkamer: 'Beoordeelt dan zelf wat ik zeg' (I Kor. 10 : 15). En dat woord dan niet tot mij persoonlijk gericht, alsof ik vanuit de deskundigheid of de ambtelijkheid maar zou moeten uitmaken hoe of het zit, want Paulus heeft dit geschreven aan mensen van wie zeker synodes gemakkelijk zeggen dat ze lang niet los vertrouwd zijn. Korintische christenen immers op wie van alles aan te merken was.
En toch: Beoordeelt dan zelf wat ik zeg? Bloedlink toch? Niet voor wie gelooft in de Heilige Geest en in de klaarheid van de boodschap.

Kiezen
'Ja, ik heb jou wel door', zegt nu iemand, 'jij verschuilt je achter de gemeente om zo zelf uit de schijnwerpers te raken.' Tja, daar zit wat in. Ik geloof inderdaad dat het niet zo gemakkelijk is mij van de rest te isoleren. Dat de Nederlands Gereformeerden er dus weinig mee op zouden schieten als ze mij het zwijgen oplegden.
Dat wordt wel gevraagd, maar het zal niet werken.
De mensen zullen hun vragen blijven stellen en als ze daar geen antwoord op krijgen weggaan. En daarom blijf ik meedenken met bij-voorbeeld mijn catechisanten die moeite hebben met de bijbel wanneer die het uitroeien van de volken van Kanaän op een goddelijk gebod terugvoert (bijv. Dtr. 7 : 2). En ik wil kunnen terugzeggen: Ja, jongens, begrijp goed, men heeft dat toen zo gedacht. Dat moet je niet zomaar rechtstreeks God toeschrijven. Weet je wel dat de bijbel zelf daar een kritische noot bij plaatst?
Op het eind van Jozua 5 wordt verteld dat Jozua een goddelijke verschijning krijgt van een gestalte die zich de vorst van het 'heir des HEREN' noemt. God zelf is ermee bedoeld. Als Jozua Hem de vraag stelt: Behoort Gij tot ons of tot onze tegenstanders, dan krijgt hij nee te horen. Wat kan dit anders betekenen dan dat de Allerhoogste zich niet thuis voelt in de tegenstelling die Jozua maakt en dus niet volledig achter de krijgsverrichtingen van de Israëlieten staat? God is immers op weg naar de tijd dat zulke verschillen als tussen Israëlieten en Kanaänieten er niet meer toe doen en er voor alle mensen, van welke nationaliteit ze ook zijn, een weg tot behoud openligt?
Even verder, in Jozua 6 : 2, lees je: 'En de HERE sprak tot Jozua: Zie, Ik geef Jericho met zijn koning ...
in uw macht', een woord waarmee Hij zich wel vierkant achter Jozua schaart.
Aan ons de keus: In welk spreken herkennen we God nu het meest? In dat laatste waarin Hij zich aan de opvattingen van die tijd aanpast of in dat eerste spreken waarmee Hij zich tegenover Jozua stelt? Voor mij is het antwoord niet moeilijk, maar het betekent wel dat voor mij niet alles in de bijbel op even gelijke manier Gods Woord is. Dat er zelfs verwerpelijke standpunten in staan, ook al worden die God zelf in de mond gelegd. Je ontkomt niet aan onderscheiden en selecteren. En als dat hier moet, waar mag of moet dat dan nog meer? Dat er een ethische ontwikkeling in de bijbel zit, daar is ieder het wel over eens, maar waar stopt dat?
In de canon of mag je op gevonden hoofdlijnen ook voorbij de canon nog doordenken?
Voor het laatste pleit dat het begrip ontwikkeling (anders dan in de Islam) ook tot de canon behoort.
- Ik geef maar weer een voorbeeld van hoe ik te werk ga, want zomaar in het wilde weg en zonder voorbeelden bijbelkritisch zijn strijdt bij mij tegen de eerbied die ik aan de heilige Schrift verschuldigd ben. Altijd, in al mijn artikelen over dit onderwerp, heb ik met concrete voorbeelden gewerkt. Het heeft niet veel geholpen.
Ook nu zal er wel weer geen hond zijn die op dit concrete voorbeeld ingaat, dat ben ik gewend. Wedden dat als ik met dit artikel in de pers geciteerd word, er alleen maar inkomt dat ik me altijd vrijzinnig gevoeld heb? Zelfs zonder die onderscheiding die ik er bij maakte? Het zij zo, ik kan er niet echt van wakker liggen.

Domweg negeren
Ik kan me wel voorstellen dat de Vrijgemaakten en de Christelijke Gereformeerden beter met elkaar dan met ons kunnen opschieten.
Behalve dat het kerken van prelaten zijn, met veel meer status dan de onze, zien ze alleen maar gevaren in wat wij willen.
Laten we daar maar in berusten en onze weg vervolgen. Mogelijk dat wij de functie hebben van bezemwagen voor sommige uitvallers daar. Niet om die gretig naar ons toe te trekken, maar wel om ze na een eerlijk gesprek over de voors en tegens van onze opzet hartelijk welkom te heten. Wij moeten onze kracht niet zoeken in de confrontatie, noch ook in de dilemma's stappen die men ons voorhoudt.
Zij erkennen ons niet? Wij hen wel. Zij hebben vele goede dingen, zowel de Vrijgemaakten (die mij altijd nog nader staan) als de Christelijke Gereformeerden. De laatsten herinneren ons aan de waarheid dat we ook in het verbond de bekering van node hebben (de bekende 'toeëigening des heils'), een ware bekering, wel te verstaan, en niet een die via het woordje 'dagelijks' verdund wordt tot een oppervlakkig bijschaven.
En de eersten hebben een voortreffelijke theologie, om het hierbij nu even te laten. Toen ik in Kampen voor de studenten sprak heb ik ze in de pauze gezegd dat als ze in hun eigen kerk niet aan het werk kunnen komen, ze erop kunnen rekenen dat ze bij ons een warm onthaal zullen vinden, goed opgeleid als ze zijn. Ik wil maar zeggen dat ik hun afwijzing domweg negeer. Ze is niet reëel. Zij denken van wel maar het is niet zo. Ten aanzien van onze kerken niet en ten aanzien van mijn persoon niet. Dat zal op de duur wel blijken, om niet te zeggen dat dat hier en daar al bezig is te gebeuren. Wat mijzelf betreft, ik wil er gewoon mee doende blijven, ons en hen tot een wat soepeler en minder krampachtig omgaan met de bijbel te brengen. Hij is behalve dat we er de stem van onze God in beluisteren ook een oud document.
Dat laatste vraagt om verwerking en dat is in het verleden te weinig gedaan. Blijven we dit tekort in stand houden, dan treedt ook bij ons de vervreemding in. Dan slaan we de weg in naar een kerk met een ambtelijke bovenbouw, die niet weet waar de mensen in de kerkbank met hun geloofsgedachten zitten.
Hun opvattingen zijn zeker niet canoniek en zij moeten ook bepaald niet naar de mond gepraat worden, maar zij hebben er wel recht op dat hun vragen worden gehoord en dat er een eerlijk meedenken is met hun moeiten.
Daar mogen wij ons niet van af laten brengen.
Langs een omweg konden wij dan wel eens meer voor de eenheid van Gods volk doen dan wanneer wij ons in allerlei bochten gaan wringen om onze keurmeesters te behagen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief