De Goede Herder

1999-07-23
  • Jaargang 43
  • nummer 15
Het is midden in de nacht.
Floortje ligt te huilen in bed. Met mijn slaperige hoofd ga ik kijken wat er aan de hand is. “Mama, er zitten allemaal spinnen in mijn bed. Ik wil niet meer slapen, ik ben bang“. Ik kruip even bij haar in bed.
Ik stel haar gerust en vertel dat de Here God bij haar is. Ook als het donker is en als mama in een andere kamer slaapt. Als ze gekalmeerd is, vertrek ik weer richting mijn eigen bed. Dit ritueel herhaalt zich de komende twee nachten. De spinnen zijn hardnekkig. En Floor is bang, heel bang. Ook de geruststelling dat de Here God bij haar is, mag niet helpen. Ze zegt: “De Here God is helemaal niet bij mij. Ik zie Hem niet.“ Die opmerking houdt mij bezig. De volgende dag vraag ik haar wat ze ervan vindt om een mooie poster van de Here Jezus te kopen om boven haar bed te hangen.
Maar ze heeft een beter idee: “Mam, in de knutseldoos zit de kleurplaat van de Herder Jezus met de schaapjes. Die wil ik zelf verven.“ Ik vind het een prima plan. Ze gaat ijverig aan de slag.
Zorgvuldig kiest ze de kleuren uit haar doos met waterverf. Het wordt een vrolijke plaat.

Als de kleurplaat droog is, doe ik er een mooie lijst om. Zo is het een echt schilderij. Als ik recht tegenover haar bed een spijker in de muur wil slaan, houdt ze mij tegen.
“Nee mama, niet daar ophangen. Ik wil hem bij mijn bed, vlak naast mijn hoofd.“ Zo gezegd, zo gedaan. Bij het slapen gaan, kijkt ze met voldoening naar haar kunstwerk aan de muur. “Mooi hé, ...
die twee grote schapen dat zijn papa en jij, en daarachter zijn nog meer schaapjes... dat ben ik met Olivier, Jetske en Babs en met al mijn vriendjes.“ We bidden of God voor haar wil zorgen, dat ze lekker mag slapen en niet bang hoeft te zijn voor de spinnen...

Zoals gewoonlijk kijk ik voordat ik ga slapen nog even bij haar om een hoekje. Ik glimlach als ik haar zo zie liggen. Ze heeft de kleurplaat van de muur gehaald en is er mee in slaap gevallen.
Stevig omarmt ze het schilderij. Die nacht hoor ik haar niet huilen. De volgende ochtend vraag ik of ze mij nog geroepen heeft. “Nee, ik was helemaal niet bang, want de Here Jezus zorgt toch voor mij!“

Volwassenen dromen in de regel niet meer over spinnen. Maar dat wil niet zeggen dat we geen angsten kennen. We zijn bang voor andere dingen.
Ik denk aan de angst om te falen, de angst om gekwetst te worden, de angst voor de toekomst en ga zo maar door.
Waren we maar meer als de kinderen. Waar heb ik dat eigenlijk eerder gehoord?

Annemarie Rietkerk- Kamsteeg Amersfoort

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief