Koptelefoon

1999-09-03
  • Jaargang 43
  • nummer 18
De christenen in Jeruzalem waren voortdurend elke dag eendrachtig in de tempel.
Voortdurend. Elke dag. Daar moet je nu eens om komen.
Waar vind je dat nog? Nergens.
Nu komt men één dag in de week bijeen, en dan nog niet eens voortdurend.
Eén uur, hooguit twee uur op die ene dag vinden we welletjes.
En de rest van die dag is lekker voor onszelf.Wat blijft er zo nog van gemeenschap over? We koesteren ons privé-leven, ons privé-bezit en onze privé- tijd. Eén uur, hooguit twee, offeren we op aan Christus om bijeen te zijn. En hoe doen we dat dan? Hoe zitten we in de kerk? Ik denk dat velen dat alleen doen om voor zichzelf een graantje mee te pikken.
Voor velen is de kerkdienst niets meer dan een religieuze zelfbedieningszaak, die ze uitsluitend bezoeken voor de bevrediging van hun persoonlijke behoeften. Als je in een muziekwinkel een CD wilt kopen, ga je op een kruk aan een lange toonbank met koptelefoons zitten. Misschien zitten er nog wel vijf of zes anderen aan die toonbank, met een koptelefoon op, naar muziek te luisteren. Maar je hebt geen last van elkaar.
Ieder hoort alleen zijn eigen CD. Daar is geen sprake van gemeenschap. Ieder komt alleen voor zichzelf en luistert alleen voor zichzelf. Zo zitten we ook vaak in de kerk. Dan hebben we allemaal onze koptelefoon op.
We isoleren ons van de anderen, want we komen alleen voor onszelf. En zo maken we een caricatuur van de gemeenschap der heiligen.

M.R. van den Berg

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief