Wreek jezelf niet
1999-09-17
De vorige keer hebben we iets gezegd over de struktuur en de inhoud van de psalm. Nu willen we de psalm lezen tegen de achtergrond van ons eigen leven en van onze tijd.- Jaargang 43
- nummer 19
Kosovo
Wanneer een mens zichzelf wreekt, dan is al heel gauw het hek van de dam. Dan kent een mens zijn eigen grenzen niet meer. U hebt de beelden gezien uit Kosovo. Wat de Serven de Albanezen hebben aangedaan. Dat is verschrikkelijk. Dat is met geen pen te beschrijven.
Terwijl ze voorheen vreedzaam met elkaar als buren samenleefden. In één en hetzelfde dorp. Voordat de oorlog uitbrak, dronken ze nog samen koffie en leenden ze elkaars spullen. Gingen ze heel vriendschappelijk met elkaar om. Maar toen Milosevic zich er mee ging bemoeien, toen hebben die Serviërs hun Albanese buren de meest verschrikkelijke dingen aangedaan.
Plotseling waren het tegenstanders geworden.
Beschimpten ze hun buren en hielpen ze de soldaten van Milosevic.
Wraak
En dan komt het moment dat Milosevic moet capituleren en z'n troepen moet terug trekken uit Kosovo en de Albanezen keren terug naar huis en komen daar hun oude buren tegen. En wat doen zij?
Ze wreken zich op de Serviërs voor wat zij hen hebben aangedaan. Dat is misschien heel goed te begrijpen, maar het valt niet goed te praten.
Wraak lost helemaal niets op. En als je jezelf wreekt, dan kom je terecht in die verschrikkelijk vicieuze cirkel van het kwaad, waar geen eind aan lijkt te komen.
Het is zo begrijpelijk.
Wanneer je iets kwaads wordt aangedaan, wanneer mensen je kwetsen, je vernederen, dan is het heel begrijpelijk dat je het recht in eigen hand neemt? Dat je boos wordt, en voor je zelf opkomt, en de ander op een flink pak slaag geeft.
In Gods hand
Paulus zegt, in zijn brief aan de romeinen (hfdst 12:19): "Wreekt u zelf niet, broeders, maar laat plaats voor de toorn".
En daar bedoelt hij mee: Geef plaats, geef ruimte aan de toorn van God.
Neem niet het recht in eigen hand, maar laat God oordelen, laat Hij het voor je uit vechten. En vergis je niet, God toont ook zijn boosheid. Zijn boosheid over mensen, die onrecht plegen, die het leven van hun naaste tot een hel maken. Maar, en daarin is God groter dan mensen, in zijn oordeel blijft de Here rechtvaardig en zelfs ook barmhartig. Hij weet grenzen te trekken, waar wij dat niet meer kunnen, omdat wij onze woede niet kunnen beheersen.
Geen ordinaire wraakpsalm
En wanneer je deze psalm zo leest, dan gaat hij ook voor je leven. Het is geen ordinaire wraakpsalm, maar een psalm van een man, die zich in zijn hart laat kijken. Een man die intens boos is, omdat hij gekwetst en gewond is door wat mensen zeggen en doen. Alles in hem schreeuwt om wraak, om vergelding, maar hij laat dat over aan de Here. Hij legt het in de handen van God. En omdat deze man het overgeeft aan God, in het vertrouwen dat de Here hem zal helpen, valt er ook een last van zijn schouders. Ook dat is iets moois in deze psalm.
Want mensen die zichzelf willen wreken, die kwaad met kwaad vergelden, die met wraak- en onlustgevoelens blijven rondlopen, dat worden op den duur verbitterde en wrokkige mensen. Hun leven wordt door de haat die zij koesteren, vergald en verteerd.
Wanneer je je boosheid, je verdriet, je pijn over wat mensen je aandoen in de handen van God legt, komt er in je leven weer ruimte voor vrede, geluk en blijdschap.
Dan kun je weer met mensen omgaan, zonder te denken, aan wat ze je hebben aangedaan.
Ook in de kerk
Ik weet dat dat soms heel erg moeilijk is. Want wij worden nog het meest gewond, het diepst gekwetst en pijn gedaan door hen die ons het meest na staan. Voor wie wij goed zijn geweest.
Mensen die ons lief zijn.
Onze broeders en zusters in de kerk. De dichter van de psalm zegt, en u leest dat in de vss 13 en 14: "Toen zij ziek waren, was ik verschrikkelijk verdrietig, ik heb gevast en ik heb voortdurend voor hen gebeden. Ze waren als een broer en een zus voor mij". Er was sprake van een heel intense band.
“Maar toen ik in de problemen kwam, toen hebben ze me verschrikkelijk in de kou laten staan. Ze hebben lelijke dingen over mij verteld.
Belastende verhalen, leugenachtige roddels. Het goede dat ik voor hen heb betekend, hebben zij vergolden met kwaad.
Dat was voor mij net zo erg als een kind moeten verliezen”. Wat moet dat een verschrikkelijke teleurstelling zijn geweest, een bittere ontgoocheling, dat mensen van wie je houdt, je dit kunnen aandoen.
Wat kun je daar gekwetst door zijn. Uit het lood worden geslagen.
Verbijsterd over het onrecht dat je wordt aangedaan.
Zou je dan niet verschrikkelijk boos worden?
Kwaad met kwaad vergelden? Er op slaan?
Ja, die boosheid zit er en die boosheid laat zich niet zomaar wegmasseren, want onder die boosheid zit een heleboel verdriet en pijn. Maar de dichter van deze psalm laat ons zien dat je er mee naar God moet gaan. Dat je het oordeel over mensen aan Hem moet overlaten.
En niet voor eigen rechter moet gaan spelen.
Het kruis
Die weg vraagt de Here ons te gaan. We mogen volle ruimte geven aan onze boosheid en ons verdriet, maar ga er alsjeblieft mee naar Hem toe, die rechtvaardig is in zijn oordeel. En kijk dan ook naar de Here Jezus. Hij deed zoveel goeds voor de mensen, Hij hield van mensen, Hij genas hen, Hij verloste hen uit de macht van de boze en zij.. zij hebben Hem gekruisigd en waren blij met zijn dood. Zij haatten Hem terwijl Hij voor hen bad.
Maar die weg van het kruis is voor ons de weg van de vrede geworden.
De weg van de verzoening.
En wanneer je gelooft in die Heer, dan wil je toch geen kwaad met kwaad vergelden, dan leg je het neer in de handen van God. En dan valt er een last van je schouders, en komt er weer ruimte voor vrede, geluk en blijdschap. Dan zit je weer rustig in de kerk en kun je van harte de Here loven en prijzen.
En wie u of jou heeft pijn gedaan, die zal zelf met de Here in het reine moeten komen, wil het hem of haar niet voor altijd worden aangerekend.
Ook dat ligt dan in de handen van God.