Waar en wat is de Kerk?
1999-09-17
Zij verloor haar man, die ook haar maatje was. Heel plotseling, door een hersenbloeding die fataal bleek te zijn. Hij zat op zijn studeerkamer, van harte bezig met de voorbereiding van de eredienst op zondag. Blijkbaar stond bij op en liep even naar de kast om een boek te pakken.- Jaargang 43
- nummer 19
Tijdens die paar stappen gebeurde er iets in het super-computer-centrum dat onze hersenen zijn. Hij viel met een zware bons op de vloer. Zij hoorde het beneden en ging ijlings, met vrees en beven, naar boven. Daar vond zij hem, met wie ze alles deelde.
In de verbijsterende chaos van de momenten, waarin zijn leven uitdoofde - en het hare ook in zekere zin - wist ze nog
hulp in te roepen. De huisarts kwam spoorslags, maar kon niets anders dan de dood constateren.
Het slechte, schokkende nieuws verspreidde zich als een lopend vuur in steeds bredere kringen. Eerst naar de beide jongens die een formidabele vader. een vent uit één stuk, moesten missen, toen naar de naaste familie, de vele vrienden en bekenden, niet in de laatste plaats naar de grote kring van de gemeente, waar hij voorganger was. Een man die indringend kon preken omdat hij zelf diep geraakt was door het Evangelie. In het pastoraat had bij vooral oog, oor en hart voor mensen aan de marge, verkreukeld en verfomfaaid, aan wie hij de groeten van God mocht doen en zelf weer veel ontving, zonder dat die anderen het beseften.
De belangstelling tijdens de begrafenis was overweldigend. Ook de onwezenlijke dagen daarvóór waren gevuld met hartelijk meeleven, op welke wijze dan ook getoond.
Daarna werd alles geleidelijk aan stil. Er werd nog even gesproken over deze unieke man, opgebrand in de dienst des Heren, maar al gauw raakte hij op de achtergrond en in de vergetelheid.
Het leven gaat immers verder! Welk leven overigens'? Zijn vrouw kreeg nog een aantal brieven en telefoontjes, ze werd af en toe aangesproken onderweg, maar toen moest zij zichzelf zien te redden. Uit de kring van de collega's liet vrijwel ieder het afweten, behalve één die als vrijzinnig te boek staat. Hij toonde oprechte belangstelling en vroeg regelmatig: 'Red je het wel?'. Verder was er eigenlijk een doodse stilte.
Ik vroeg haar onlangs: 'Ben je bitter geworden?'.
Prompt antwoordde ze: 'Niet bitter, wèl teleurgesteld!'.
We hadden ook een gesprek over onze kinderen. Zij vertelde over de beide jongens, inmiddels volwassen mannen geworden, met wie ze heel vertrouwelijk omgaat. 'Het doet me wel zeer dat ze nauwelijks meer in de kerk komen', zei ze. Ik herken die pijn van binnen uit. Ik vroeg haar: 'Wat heeft de kerk eigenlijk voor jou betekend in deze tunnelperiode van je leven en wat hebben de jongens daarvan gezien?'. Haar ogen vulden zich met tranen en ze moest bekennen dat de kerkelijke gemeenschap, ondanks alle grote woorden die gezegd en gezongen worden, nauwelijks iets heeft gedaan om haar op deze moeizame weg enigszins te vergezellen.
Met het oog op jongeren en ouderen die afhaken, kun e deftige woorden hanteren zoals secularisatie en post-modemisme.
en diepzinnige theorieën ontwikkelen om'de teloorgang van de kerkelijke betrokkenheid te verklaren.
Ik zal het belang van deze denkarbeid. dit spoorzoeken in de wirwar van wegen en wederwaardigheden, niet ontkennen, maar ik denk dat de eigenlijke kwaal, het echte kwaad veel dichterbij is. Van Ons wordt verwacht dat we, in alle eenvoud en zonder enige ophef, doen wat onze hand vindt om te doen en wat ons hart ons ingeeft. De kerk is daar, waar mensen naar elkaar omzien, elkaar tot een hand en een voet zijn, vanwege die Ene, Jezus de Christus, die trouw is aan de mensen, zelfs door de dood heen. Ook in de kerk vergapen we ons zo vaak aan (schijnbaar) grote dingen, dat we hetvoor-de-hand-liggende over het hoofd zien. Dan blijkt er gebakken lucht te zijn in plaats van de herscheppende adem van de Heilige Geest. Eenvoud is ook hier het kenmerk van het ware. De kerk gaat kapot aan krachtpatsers die, als het echt gaat spannen, loos lawaai, leeg vertoon blijkt te zijn.
Dit artkel is van de hand van Dr.W.G.Marchal, ned. herv. predikant te Beekbergen. We lazen het in het bekende blad: CONFESSIONEEL.
Dit artikel onderstreept de ernst van het falen van de kerk t.a.v. de communicatie van de gelovigen. Natuurlijkdaarvoor zijn wij confessioneel genoeg- hechten wij eraan te poneren, dat de zuivere prediking van het evangelie het beheersende kenmerk van de kerk is. Maar dat die prediking handen en voeten moet krijgen in onze levenspraktijk is iets, dat vaak niet voldoende wordt gehonoreerd. Maar wij moeten ons wel bewust zijn, dat de mensen van buiten de kerk de gemeente niet binnenkomen via de poort van de leer, maar via de poort van het leven. Ter illustratie diene daartoe het volgende: Ergens werd een eenvoudig kerkje in gebruik genomen. Er waren drie gebrandschilderde ramen in waardoor het zonlicht kleurig en vrolijk naar binnen scheen. Deze drie ramen stelden aan één van de kanten van de kerk de drie grote christelijke deugden voor:geloof, hoop en liefde. Ze waren alle drie prachtig uitgebeeld via resp. het kruis, het anker en het hart. In een openingstoespraak werd deze opzet geprezen.
"Maar", zo werd eraan toegevoegd,"vergeet u niet, dat als u hier "s avonds bijeen bent en de lampen hier branden en een toevallige voorbijganger buiten naar deze ramen opkijkt, hij de drie in een omgekeerde volgorde ziet. Voor hem is het eerste zichtbaar de liefde en daarna pas ziet hij de hoop en het geloof". Ja, Jezus heeft het Zelf reeds tot ons gezegd:"Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander". (joh.13:35).
O. Mooiweer Enschede