Impressie van een kerkdienst bij 'La Fondation John Bost'
1999-09-17
Afgelopen februari en maart liep Arjen Treurniet stage bij de organisatie 'La Fondation John Bost' in La Force, Frankrijk in het kader van zijn opleiding 'Zending en Evangelisatie' aan de Wittenberg te Zeist. Deze organisatie die in 1848 door de franse dominee John Bost werd opgericht biedt onderdak aan zo'n 1100 mensen die vanwege hun verstandelijke handicap (al of niet met lichamelijke handicap) niet voor zichzelf kunnen zorgen.- Jaargang 43
- nummer 19
Ondanks het feit dat de organisatie tegenwoordig een minder duidelijke protestantse identiteit heeft dan vroegerlleen al door het tegenwoordig zeer geringe aantal protestanten in de regio, zijn er zeker nog prachtige voorbeelden te geven die een afspiegeling zijn van de barmhartigheid die John Bost had zo'n 150 jaar geleden; een barmhartigheid die gevoed werd door een diep geloof in Jezus, die ook altijd klaar stond voor de zieken en verdrukten tijdens zijn leven op aarde.
| ’Ceux que tous repoussent, je les accueillerai au nom de mon Maitre’ (John Bost) |
Als ik bij het kerkje aan kom lopen staat het eerste busje er al, en een oud mannetje staat bewegingloos te kijken of hij uit het busje durft te stappen.
Iets verderop komt al een ander busje aangereden, en ook zie ik van links enkele mensen in rolstoelen aankomen, voortgeduwd door vrijwilligers en personeel van de Fondation. Aan de leeftijd te zien zullen ze van La Misericorde (de barmhartigheid/ ontferming) komen; het tehuis waar alle ouderen komen te wonen die ook vroeger al zwaar verstandelijk (plus eventueel lichamelijk) gehandicapt waren en veelal in een van de andere paviljoens van de Fondation zaten. Ik groet Jean-Claude (een bewoner van L'Esperance (de hoop), die nog even van het zonnetje staat te genieten.
Als ik de kerk binnen ben gelopen zie ik Simone Bonneau in haar rolstoel.
Simone is een oud vrouwtje die zwaar meervoudig gehandicapt is en waar ik zes jaar geleden in La Misericorde mee gewerkt heb. Enthousiast steekt ze haar misvormde handje op als begroeting, terwijl ze wat klanken uitstoot als begroeting. Toen ik de vorige zomer bij de Fondation werkte kende ze me niet meer, maar omdat ik nu elke week met de dominee ook in La Misericorde een kerkdienst verzorg, is ze mijn gezicht weer gaan kennen en is ze altijd weer enthousiast om me te zien. Ik hurk neer bij haar rolstoel en zeg dat ik blij ben om haar weer te zien.
Zoals elke week vertel ik haar dat ze goed op moet letten wat de dominee zal zeggen, want hij zal woorden van God spreken, en dat is toch wel de moeite waard! Driftig knikt ze met haar hoofd.
Uiteraard is dit zo, dat hoef ik haar niet uit te leggen. Ik wens haar een gezegende dienst, en ga aan de zijkant op een bank zitten. Links en rechts zitten al wat mensen, voornamelijk van het paviljoen L'Esperance en Eben Hezer (1 Sam. 7:12). Enkelen van hen ontmoeten hier hun vriend of vriendin die in een ander paviljoen woont, en zitten nu innig naast elkaar. Anderen kijken strak voor zich uit, opgesloten als ze zijn in hun eigen psyche, misschien nauwelijks in staat om veel van de sfeer van gemeenschap te voelen die in het
kerkje hangt, maar toch blij dat ze in de kerk zitten.
Langzaam stroomt de kerk vol. Daar komen de bewoners van Penuel (Gen.32:30-31) aan in hun rolstoelen. Voorin de kerk zijn alle banken uit de kerk verwijderd zodat hier zij hier, samen met de bewoners van La Misericorde, kunnen zitten.
Het is een -bijna- zielig, misschien zelfs wel schokkend gezicht om naar te kijken, en het geeft me tranen in m'n ogen van verdriet. Daar is een bewoonster in een rolstoel, een jaar of 19, eruitziend als een meisje van een jaar of 14, in een speciaal voor haar aangepaste rolstoel die helemaal voorgevormd is naar haar kleine misvormde lichaam. Op de rolstoel is een tafeltje bevestigd waar ze wat kan spelen met wat blokken of zo.
Nu heeft ze daar de Arc en Ciel (de franse liederenbundel van de Eglise Reforméé) op liggen waar ze met ongecontroleerde bewegingen van haar hand wat in bladert. Ik zag haar twee jaar geleden wat vaker omdat ik toen zelf in Penuel werkte, maar vanwege haar jonge uiterlijk is zij een bewoonster die mij elke keer doet beseffen dat alle bewoners een verleden hebben, jong zijn geweest. Als ik dan denk aan al die bewoners van Penuel die niets kunnen, en die jaar in jaar uit in hun rolstoel zitten met hun -soms verschrikkelijke-
misvormde lichaam en geest, maakt het me verdrietig, en bid ik tot God dat ze alstublieft geen besef van tijd, van hun situatie hebben. Het maakt me ook bang omdat het ook mij kan overkomen dat ik later zo'n kind krijg en ik niet na durf te denken over wat mijn mening wat betreft abortus of euthanasie dan zou kunnen zijn.
Zo langzamerhand is de kerk vol met mensen die allemaal -meer of minder bewust- hier zijn om iets van de Blijde Boodschap van Jezus Christus te horen. Er is wat meer rumoer, en wat meer beweging onder de mensen dan in een gewone kerkdienst, maar op het moment dat de dominee de welkomstwoorden spreekt word het stiller en lijkt het net een gewone kerkdienst. Er wordt gezongen, waarbij de melodie en tekst voornamelijk door het orgel en personeel gedragen wordt, zodat het wat meer ongecoördineerde 'gezang' van de meeste bewoners enigszins overstemd wordt.
Een klein mannetje met z'n tong zo ongeveer op de kin staat achterstevoren in de bank tot irritatie van de bewoonster die achter 'm zit. Een begeleidster zit met een zwaar gestoorde bewoonster van Bellevue gearmd in de kerkbanken, en probeert haar op deze manier enigszins in bedwang te houden. Tegenover ons zitten twee stelletjes innig gearmd in de kerkbanken, terwijl verderop in een hoekje, meters van de anderen vandaan, een bewoner zit die absoluut geen behoefte heeft aan mensen om zich heen, maar die op het moment dat ik naar 'm kijk wel enthousiast begint te zwaaien. Beneden op de voorste rij zit een netjes geklede man -keurig in 't pak- uit Arc en Ciel mee te zingen; alleen z'n speciaal aangepaste schoenen, en het feit dat z'n ene knoopje van z'n colbert in het verkeerde knoopsgat zit, wijzen erop dat het hier waarschijnlijk om een bewoner gaat.
Dominee Charly houdt een kort preekje waarbij hij alleen al met zijn hele houding, maar zeker ook met de inhoud van de preek de Liefde van Christus uitstraalt naar deze mensen. Hij praat over Kolossenzen 3:12-17 waarbij hij uitlegt dat we op allerlei manieren God mogen loven (hierbij zing ik als voorbeeld Abba Père in het Nederlands en Frans). Dan gaat de dominee weer verder. Uit zijn houding spreekt medeleven, betrokkenheid en liefde, iets wat hij wel van de Heilige Geest zelf gekregen moet hebben, en wat de bewoners (maar zeker ook ikzelf) zeker voelen.
We treffen het deze kerkdienst, want omdat het de eerste zondag van de maand is, wordt het Heilig Avondmaal (Sainte Cène) gevierd. Dit vind ik altijd een van de meest ontroerende momenten bij La Fondation John Bost.
Nadat de uitnodiging is uitgesproken om deel te nemen aan het brood en de wijn, als tekens van het vlees en bloed van Christus die voor ons gestorven is, gaan de schalen en vervolgens de bekers rond. Ondanks het feit dat het hier gaat om mensen met veelal zware verstandelijke handicaps, is het deelnemen aan het Heilig Avondmaal een bewuste aangelegenheid.
Sommigen kunnen nauwelijks wachten om te eten en te drinken, terwijl anderen de schaal en de beker aan zich voorbij laten gaan. Terwijl ik samen met enkele vrijwilligers met brood en wijn rond gaan in de rest van de kerk, gaat de dominee met een klein schaaltje met stukjes brood en een beker wijn bij de bewoners van La Misericorde en Penuel langs die in hun rolstoelen geduldig wachten.
Zelfs bij deze bewoners zijn er mensen die niet deel willen nemen, terwijl anderen krampachtig hun misvormde lichamen uitstrekken om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal. Voorzichtig doopt dominee Charly een stukje brood in de beker met wijn en stopt het bij ieder die wil voorzichtig in de mond.
Ondertussen kijken de verzorgers van deze mensen nauwlettend toe, om meteen in te kunnen grijpen als er wat fout zou gaan omdat deze bewoners vanwege hun handi cap normaal gesproken alleen maar een soort Olvarit gegeven kan worden.
Volgens dominee Charly is het overigens nog nooit voorgekomen dat iemand problemen kreeg tijdens het geven van het brood en de wijn; iets wat een klein wonder genoemd mag worden, en wat naar mijn idee komt door de beschermende engelen die op zo'n moment bij de bewoners zijn.
Als iedereen gehad heeft, spreekt de dominee de zegen uit over de mensen in de kerk (officieel is het geen gemeente).
Vervolgens wordt een laatste psalm gezongen, en wijst de dominee de mensen erop dat ze 'nos amis de Penuel et La Misericorde' in hun rolstoelen voor moeten laten gaan als ze weg gaan.
Ook ik sta op. Ik ga weer naar Simone Bonneau en vraag of ze een goede dienst heeft gehad. Met een stralend gezicht knikt ze 'ja'. Ik duw haar de kerk uit, waar ze in de schaduw even kan wachten tot ze meegenomen wordt naar haar paviljoen.
Zoals elke zondag drommen er allerlei mensen om mij heen die me een hand geven en enthousiast vertellen dat ik Abba Père ook bij hun in het paviljoen heb gezongen, en dat ze het herkennen. Ik weet het, het is een van de weinige opwekkingsliederen die ik in het frans kan zingen en kan begeleiden op gitaar. Zoals elke zondag heeft dominee Charly aandacht en een vriendelijk woord voor al die bewoners die hem een hand willen geven en staat ook hij nog zeker een kwartier bij de uitgang met bewoners te praten. Ikzelf ga ik een stukje verderop staan om het beeld op m'n netvlies vast te leggen. De busjes worden weer volgeladen en vertrekken, het legertje rolstoelen vertrekt weer. De personeelschef van La Misericorde duwt de rolstoel van Simone Bonneau en vertrekt naar het paviljoen.
Tot ziens Simone Bonneau, tot volgende week. Ik zal trouw elke keer als ik je zie in de kerk je een hand komen geven en je een fijne dienst toewensen. Ook al zal ik uit jouw geheugen verdwenen zijn na deze stage, jij staat voor eeuwig in het mijne gegrift.
Ik hoop dat ik je de komende zomer weer zal zien.