Help... genade? De theorie van ons geloof in praktijk gebracht
1999-10-29
- Jaargang 43
- nummer 22
Genade een probleem door de tijdgeest
In een maatschappij waarin alles draait om prestatie en kwaliteit is de mens steeds op zoek naar ervaring.
Het liefst zo extreem mogelijk. Extreme (seks)party's, extreme sporten, extreme huisdieren (Enkhuizer gifslang), extreme auto's, extreme vakanties. Zo ver weg mogelijk en zo gek mogelijk.
En deze typische postmoderne tendens, ervaringen, steeds wat anders, weg met de grote verhalen, beïnvloedt ons meer dan we denk ik vaak beseffen.
We krijgen allemaal een beste zwieper van de mallemolen van het leven, van deze tijdgeest mee. Laten we ons eens concentreren op het begrip ervaring. Deze tijd schreeuwt om ervaring.
Dat is toch de vraag van deze tijd. Hoe zie je God in je leven? Hoe ervaar je Hem? Een typische postmoderne vraag, die al snel het antwoord uitlokt: "God is er, en Hij houdt van jou, Hij staat altijd klaar voor jou, ga naar Hem toe, Hij kan jouw problemen oplossen". Hoe waar deze uitspraken ook zijn, ze zijn ook zeer gevaarlijk. Dergelijke antwoorden die God afschilderen als een therapeut, als een soort zoete suikeroom die onze diepste eenzaamheid oplost, hebben weinig uit te staan met de bijbelse boodschap. Ze bewerken een ondiepe bekering en strijden met onze ervaring dat het lijden diepe kloven trekt in ons leven. Misschien wel juist als je gelooft. Want hoe beter je God kent hoe meer je geraakt wordt door de nood van de mens.
We kunnen nooit over God de Vader spreken buiten Christus om. Hij is de enige echte weg naar God. Heel exclusief. De vraag die de maatschappij ons opdringt, hoe ervaar je God, is niet de juiste vraag volgens de bijbel.
Niet de vraag die we het eerste moeten stellen. Als je die vraag alleen stelt en steeds maar zoekt naar gevoel en ervaring kun je hopeloos in de knoei raken, zoals mensen in deze tijd soms hopeloos in de knoei raken omdat ze moe zijn van het zoeken naar ervaringen.
In het geloof gaat het niet allereerst om zien maar om weten dat je gezien wordt. Het geloof is juist het bewijs van de dingen die je niet ziet.
Het gaat niet allereerst om kennen, maar weten dat er iemand is die je werkelijk kent. Aan ervaring gaat altijd een feit vooraf. Je kunt toch pas blij zijn als je een leuke gebeurtenis hebt meegemaakt.
Zo kun je pas je geloof ervaren als je weet wat je gelooft. Als je weet dat God er is, en wie Hij is.
Tegen de postmoderne tijdgeest in zullen wij weer de vraag van Luther moeten stellen: Hoe komt het goed tussen mij en God? Van hoe zie je God naar hoe komt het goed tussen mij en God? Van wat heb je aan je geloof naar wat geloof je. Van waar is God naar daar is God; in Christus. In ons geloof is het steeds weer hetzelfde liedje, steeds weer hetzelfde refrein.
Jezus Christus en die gekruisigd.
Maar er zit wel muziek in. Het klinkt als muziek in de oren. Pas als wij die genade steeds weer en steeds meer ontdekken, als we steeds beter Christus leren kennen ontstaat er ruimte voor ervaring en ruimte voor gevoel. Eerst een relatie met Christus en God en dan ervaring. Het zou gek zijn om dat te ontkennen. De muziek van de genade kan als alle goede muziek heel wat in je los maken. Trouwens een relatie zonder gevoel, zonder liefde, zonder ervaring, dat kan toch niet.
Je houdt toch ook niet van je man of je vrouw omdat hij of zij gepresteerd heeft, de afwas heeft gedaan en het huis op orde heeft gemaakt of weer geld in het laatje heeft gebracht. En je houdt toch ook niet van je kind omdat je kind zijn zwemdiploma heeft gehaald. Liefde gaat uit boven prestatie.
Dit is een gedeelte van een tweede artikel, dat ds. G.H. Hutten, vrijgemaakt gereformeerd predikant te Franeker, aan het bovengenoemde onderwerp wijdde. Hij publiceerde het in de: "Gereformeerde Kerkbode Groningen.
Friesland.Drenthe". Wij zijn het met onze jonge collega van harte eens, dat er een enorme verschuiving heeft plaatsgevonden in de vraagstelling t.a.v. de religie. De vraag van Luther, die door ds. Hutten wordt gememoreerd, achten velen volledig uit de tijd. Het wordt beschouwd als een uiting van heilsegoïsme. Men worstelt met het probleem of God er wel is, of Hij überhaupt wel bestaat. De visie van de mens op God is beslissend en de kijk van God op de mens is niet belangrijk.
Men gaat van het standpunt uit, dat de ervaring los van de openbaring verkrijgbaar is. Maar dan worden de Persoon en het werk van de Heiland der wereld geëlimineerd. De mens meent het zèlf wel te kunnen uitzoeken terwijl je alleen via Jezus terechtkomt bij de Vader der lichten door de werkzaamheid van de Heilige Geest. Dàn pas versta je ook, dat je op genade bent aangewezen nu en in het uur van je dood. Ja, er is wel genade voor nodig om genade aan te nemen. Maar God wil die genade graag schenken aan mensen in hun zondenood als zij het van Hem verwachten. Hij draagt zijn genade in de prediking van het evangelie naar de mensen toe!
Enschede, O.Mooiweer