Gereformeerd op z'n evangelisch? 1)

1999-11-12
  • Jaargang 43
  • nummer 23
Tijdens mijn verlof vorig jaar maakte ik in een van onze kerken een kerkdienst mee, waar uit de evangelische Opwekkingsbundel gezongen werd . Dat had vijf jaar geleden niet gekund, dacht ik. Het bleek symptomatisch te zijn voor een nieuwere trend in ons kerkelijk leven. Voor mijzelf typeerde ik dat destijds als gereformeerd op z'n evangelisch.
Deze ontwikkeling lijkt me belangrijk genoeg om er in een paar artikelen wat kanttekeningen bij te plaatsen. Hoe komt het, zo vraag ik me af, dat het evangelische vandaag de dag zo aanslaat bij veel mensen, terwijl de aantrekkingskracht van het gereformeerde juist sterk daalt? Bij het eigentijdse karakter van de evangelische geloofsbeleving wil ik een paar kritische vragen stellen. Om het gereformeerde in rapport met de eigen tijd te brengen, zou ik dan ook niet in eerste instantie naar de evangelische beweging willen kijken.
Pas via een omweg kom ik daar weer uit.

Uiteraard spreek ik geen laatste woorden over de ontmoeting tussen gereformeerd en evangelisch in onze kerken. Al ga ik kritisch in op achtergronden van het verschijnsel 'evangelisch', ik pas ervoor die ontmoeting te veroordelen. Maar in ons publieke gesprek over deze nieuwere ontwikkeling in onze kerken moeten we wel helderheid krijgen over wat hier eigenlijk aan de hand is.

Een impressie
Laat ik nu niet proberen met waterdichte definities te komen van wat evangelisch is. Naar aanleiding van de kerkdienst die ik meemaakte, geef ik een impressie. We zongen een mooi loflied uit de Opwekkingsbundel, eenvoudig van wijs en teer van inhoud. De hele sfeer in de kerk veranderde ervan. Toch even anders dan de sfeer die Psalmen en gezangen uit de schat der eeuwen oproepen. De hedendaagse evangelische gezangen behoren dan ook bij een meer informele eredienst van een vrijer kerktype dan het onze.
Daarbij komt dat ze over het algemeen gevoeliger getoonzet zijn dan Psalmen en Liedboekgezangen.
Hier komt een geloofsbeleving aan het woord die de gevoelige snaren van het hart raakt.
Ze wordt gekenmerkt door de persoonlijke ontmoeting met Jezus als Heer, waarin de geloofsblijdschap de boventoon voert. Een bijbels geïnspireerde vroomheid komt hier op ons toe. Het leidt tot een, wat ik zou willen noemen, vrij 'laagdrempelige' spiritualiteit, die een breed publiek ook van buiten de kerk aanspreekt.
De vorm is duidelijk eigentijds herkenbaar.
Psalmen en Liedboekgezangen vereisen toch een langere weg van toeeigening en de spiritualiteit die erin meekomt, is toch van een 'hoogkerkelijker' karakter en is minder gebonden aan de eigen tijd. Dat vind ik overigens niet tegen Psalmen en gezangen pleiten; het heeft zelfs zijn duidelijke voordelen. Maar ik denk toch dat de Opwekkingsbundel het makkelijk wint van Psalmen en gezangen in eigentijdsheid.

Kerkgeschiedenis
Het evangelische ontmoet het gereformeerde in onze kerken natuurlijk niet in een historisch vacuum. Onze kerken hebben een eigen geschiedenis doorlopen ook op het punt van de spiritualiteit.
Het evangelische, dat een andere historische achtergrond heeft, sluit dan ook niet naadloos bij de gereformeerde geloofsbeleving aan. Laten we bedenken dat onze kerken hun directe bakermat hebben in de Schriftbeweging van de 1930er jaren in de gereformeerde kerken. Een van de strijdpunten uit die tijd was juist het verzet tegen religieus subjectivisme. De opkomst van de heilshistorische prediking staat daar in onlosmakelijk verband mee. Met deze preekmethode tekende men protest aan tegen allerlei vormen van individualisme en verinnerlijking, die welig tierden in prediking en pastoraat.
Vergeestelijking van de heilsgeschiedenis; verpsychologisering van de heilsfeiten; moralisme en wetticisme in de prediking: het werd scherp aan de kaak gesteld. Ook bij voorbeeld zelfonderzoek aan de hand van gerubriceerde kenmerken, overgenomen uit de bevindelijk-
gereformeerde traditie van de Nadere Reformatie, vond geen genade in de ogen van woordvoerders van deze vernieuwingsbeweging.
Daartegenover werd de vastheid van Gods verbond beklemtoond; de beloften van God, die zeker waren, werden gepredikt; opgeroepen werd tot verbondsgehoorzaamheid als regel der dankbaarheid. Kortom, niet de mens maar Christus werd centraal gesteld. Dit levert natuurlijk niet een gevoelig geloofstype op, eerder een flink. Flinke gelovigen, die wel hun geloof diep beleven maar er niet mee te koop willen lopen.
Nu is er genoeg terechte kritiek geuit op deze gereformeerde spiritualiteit.
De neiging tot intellectualisme is er in aan te wijzen; het verwijt van verbondsautomatisme is niet helemaal uit de lucht gegrepen; aandacht voor het werk van de Heilige Geest is er ook gekomen in de loop der jaren: er was een eenzijdige aandacht voor de christologie.
Er is oog gekomen voor de noodzaak van beleving van het geloof, ook al was de 'bevinding' dan de deur gewezen. Er kwam behoefte aan een eigentijdse vormgeving en beleving van het ons overgeleverde geloof. En hier krijgt het evangelische haar kans in onze kerken.
Maar deze historische achtergrond werkt nog wel volop door in ons kerkelijke leven. De meeste gemeenten, ook al hebben ze een veel meer gemengde samenstelling gekregen de afgelopen 25 jaar, leven toch nog sterk van deze vrijgemaakte traditie. Dat kan niet anders betekenen dan dat de ontmoeting tussen gereformeerd en evangelisch niet spanningloos zal verlopen.

Ontmoeting
Het evangelische en gereformeerde ontmoeten elkaar in onze kerken in een historisch gegroeide situatie. We moeten van de historische achtergronden van beide partners ons bewust zijn. Vandaag kennen we vooral de zwakke kanten van onze eigen geschiedenis en minder de sterke kanten.
In een tijd waarin het gereformeerde onder druk staat en aan relevantie lijkt te verliezen, is het makkelijk hulp te zoeken bij het evangelische, dat de wind van de tijd lijkt mee te hebben. Bovendien, het is toch een gegeven dat we elkaar als gereformeerden en evangelischen herkennen op het diepe niveau van ons geloof in de ene Heer, en dat in een tijdsgewricht waarin dat geloof steeds meer gemarginaliseerd en geprivatiseerd wordt. We hebben elkaar veel te hard nodig om elkaar kritisch op een afstand te kunnen houden. Toch heb ik mijn vragen aan het evangelische juist op het punt van het eigentijdse karakter van haar geloofsbeleving.
We moeten toch wat meer zicht krijgen op de historische wortels van het evangelische om haar geloofsbeleving beter op haar waarde voor onze kerken te kunnen schatten.
Een volgende keer wil ik daar op in gaan.

1) Ds. W. Smouter's artikel Opwekkingsliederen in Opbouw, 43/12, vormde de aanleiding tot het schrijven van mijn bijdrage.
Het onderwerp is be-langrijk genoeg voor een voortgezette discussie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief