Eeuwig leven door de Zoon van God

1999-11-26
  • Jaargang 43
  • nummer 24
Het onderwijzend stuk dat we in deze verzen vinden is eigenlijk nogal schokkend.
De kring van hen die delen in het heil wordt duidelijk beperkt: wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem. Dat is een beperking die ons in ons leven vaak pijn doet.We kennen hen die door deze beperking het heil mislopen al te goed, vaak zelfs is het ons eigen vlees en bloed. Toch staan deze woorden onder een heel breed woord van genade en liefde.

Hij moet wassen, ik moet minder worden.
Ook hier, in dit moeilijke gedeelte, staan de genade en liefde voorop. We worden daarin door Johannes de Doper op het spoor gezet. Johannes heeft een gesprek met zijn leerlingen.
Die leerlingen zijn min of meer beledigd als zijn zien dat Jezus veel meer invloed heeft dan de Doper zelf. Zij gaan naar de Doper om daarover te praten. Misschien ook wel om hun gelijk te halen.
Maar Johannes is heel ruimhartig. Hij wijst met al zijn liefde en aandacht op de Here Jezus. "Ik ben de Christus niet", zegt hij.
Daarover hoeft geen misverstand te bestaan. En, legt Johannes uit, ik heb ook een andere plaats dan Jezus. We krijgen onze gaven van boven, uit de hemel, en Jezus heeft heel andere gaven gekregen dan ik. Zo wijst de Doper van zichzelf af. Dit loopt uit in die geweldig grote uitspraak: "Hij moet wassen, ik moet minder worden." Johannes laat zien hoe het werk in het Koninkrijk gaat. Gaven die je van boven hebt ontvangen, kun je, zonder dat je persoon daaronder lijdt, ook weer uit handen geven.

De bruidegom is gekomen.
Johannes kan ook uitleggen waarom hij een stapje terug kan doen. Hij was de vriend van de bruidegom, nu is de bruidegom zelf gekomen. Door het op deze manier uit te drukken legt de Doper een geweldige werkelijkheid open. God ziet naar ons om, zoals een bruidegom zijn bruid bemint.
Hij sluit hierbij aan bij het beeld zoals dat ook vanuit het Oude Testament bekend was. Het is de taal die in veel profeten naar voren komt. Een beeld dat we ook mogen herkennen in het Hooglied; prachtige erotiek, waarbij we op de achtergrond toch ook de liefde van God mogen herkennen, Hij die zijn volk bemint. Het is een lijn die ook in het Nieuwe Testament wordt doorgetrokken, en door Paulus in Efeze 5 wordt uitgewerkt.
Dat is de manier waarop Johannes ons in de ruimte zet, als hij naar Jezus wijst. Gods beloften worden waar. Zoals Hij altijd al met liefde en genegenheid, en met een onmetelijk geduld, telkens opnieuw naar de mensen omzag, zo heeft Hij het nu op een ultieme manier gedaan door Zijn Zoon te sturen. Daarom kan de Doper ook een stap terug doen. Zijn verkondiging van boete en berouw is voorbij, het feest kan beginnen.

De bruidegom vraagt liefde.
Maar als de bruidegom niet met liefde wordt ontvangen, dan kan het feest ook niet tot ontplooiing komen. Dat is het scherpe van het beeld van de bruidegom.
Daardoor begrijpen we ook wat de afwijzing van de bruidegom betekent. Het gaat om liefde. En echte liefde is bijzonder kwetsbaar.
Echte liefde en trouw kan het niet hebben dat het wordt afgewezen. Dat herkennen we ook in onze wereld. Waar diepe liefde wordt afgewezen onstaat intense pijn. Als werkelijke trouw wordt beantwoord met ontrouw, heeft dat een grote boosheid tot gevolg. Boosheid kan de keerzijde zijn van liefde. Het kan met dezelfde intentie uit hetzelfde hart voortkomen: je moet maar bedrogen worden! De keerzijde van de geweldige liefde van God is dat Hij niet wil worden afgewezen.

Johannes de Doper als voorbeeld.
Wat moeten wij nou als we in onze nabijheid zien dat de liefde wordt afgewezen?
Wat moeten we met de pijn die het ons kan doen, bijvoorbeeld omdat we dat in onze omgeving zien gebeuren?
Let op Johannes de Doper.
"Hij moet groter worden, ik minder". Uiteindelijk is dat de enige manier om het feest te laten zien.
Laat het een vast gebed zijn dat Jezus Christus groot mag zijn in ons leven. Dat we geen ergernis opwerpen, dat we niet proberen ons gelijk te halen, hoe stevig we theologisch ook in onze schoenen staan. Een discussie heeft nog nooit het feest op een bruiloft tot zijn recht laten komen. We moeten bidden dat wij nooit op een of andere manier in de weg zullen staan, maar telkens opnieuw getuigen zijn van de liefde van onze Heiland. Dan mogen wij zelf vol vertrouwen op weg gaan naar het feest.
Dan zal Hij in zijn grootheid, ons geweldig laten groeien.

Predikanttekening
Het verhaal gaat dat de predikantsvrouwe Betje Wolff, ongeveer tweehonderd jaar geleden, iemand te woord stond die haar man wilde spreken op een zaterdag, met de volgende woorden: "Mijn man is zaterdags onzichtbaar om zondags onverstaanbaar te zijn."
Overigens was deze gevatte dame elders zeer te spreken over haar man en zijn preken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief