De gemeente en het uitzenden van mensen

1999-11-26
  • Jaargang 43
  • nummer 24
Op een goede dag melden Hans en Roelie in de kerk dat ze graag in het buitenland willen gaan werken.
Ze nemen contact op met hun wijkouderling. Na met hen gesproken te hebben over alle ellende in deze wereld en de noodzaak om er wat aan te doen, laat hij hen uit. "Fijn dat jullie zo positief staan in deze maatschappij. Je ziet zoveel feestneuzen tegenwoordig, het is in de kerk al niet veel anders dan buiten de kerk. Hebben jullie eigenlijk je gaven al laten testen?
Dan weet je ook of dat werk bij jullie past.We zitten trouwens ook nog te springen om goede leiding bij de club van tieners.
Jullie zijn zo enthousiast, zou dat niet wat voor jullie zijn? Zolang jullie nog niets hebben, zouden jullie ons daar een grote dienst mee bewijzen."

Verlegenheid
Bij alle activiteiten in de gemeente is er vaak weinig aandacht om wat voor mensen te betekenen die in "de zending"*) willen gaan. Zoals een bedrijf kerntaken en bijzaken kent, zo zijn in de kerk er een aantal zaken die meer in het hart zijn dan anderen. Niemand zal willen beweren dat het maken van keuzes verkeerd is als er verschillende taken zijn. Ons hart heeft maar beperkte ruimte. Tegelijk is het jammer als mensen met een wens om in de zending te gaan, dit alleen moeten uitdokteren. Zij hebben heel veel uit te zoeken: wat voor opleiding, welk soort beroep, hoe weet je wat nodig is in een bepaald land, met wat voor organisatie ga ik enz. De gemeente hoeft dit niet allemaal zelf te weten, maar een bemoedigend meedenken kan mensen erg helpen. Of is de gemeente te verlegen omdat men er niet goed raad mee weet?

Opbouw
Gemeente-opbouw is een belangrijk thema omdat veel om ons heen verandert en ook de gemeente zich moet blijven bezinnen op haar functie.
Binnen gemeenteopbouw is er ook de opbouw van elkaar op verschillende manieren.
Zo kunnen eetkringen helpen om het geloof in het dagelijks leven handen en voeten te geven.
Bijbelkringen kunnen helpen om kennis van de Bijbel en de toepassing voor je eigen leven te versterken.
Pastoraat opent de weg om in een vertrouwde omgeving geloofsproblemen te bespreken en verdere groei te mogen ervaren. Maar wat is er voor de mensen die, soms al vanaf jongere leeftijd, het verlangen hebben om in de "zen- ding" of het ontwikkelingswerk te gaan? Het viel mij onlangs op tijdens een bijeenkomst van mensen op verlof, dat er diversen waren die hun motivatie om overzee te gaan werken al vanuit hun jeugd hadden. Zijn er in de gemeenten ook de Barnabassen, die een Paulus verder kunnen helpen? Of de meer ervaren mensen, die goed opgeleide studenten verder willen helpen, zoals ook de begaafde Apollos verder werd geholpen?
Anders lopen we het risico dat het goede verlangen, wat de Here God mogelijk in hun hart heeft gezaaid, door allerlei tegenslag wordt verstikt.

Behoeften
Ik hoop dat u al een beetje warm loopt voor het idee om aandacht voor mensen te hebben die in het buitenland willen gaan werken vanuit hun geloof. Als u bang bent voor allerlei extra werk, terwijl het al zo druk is, wil ik u vast vertellen, dat het vaak heel boeiend is om hier wel bij betrokken te zijn. Op welk gebied liggen er behoeften: • Laten blijken dat de gemeente zending belangrijk vindt, waarbij mensen weten dat ze ook met hun verlangens op dit gebied ergens terecht kunnen • Bespreken met mensen van hun motivatie om in de zending te gaan en dit aanmoedigen; het kan soms jaren duren voordat de voorbereiding klaar is • Meedenken over de praktische kant wat betreft opleiding, specifieke vaardigheden, werkmogelijkheden, organisaties, contacten met mensen met ervaring in de zending enz.
• Voorbede voor werkers.
Jezus gebiedt om te bidden voor werkers voor de oogst. Die oogst hoeft niet persé in het buitenland te zijn, maar er mag best een verlangen zijn als gemeente om via een lid uit de eigen kring met Gods werk elders verbonden te zijn. Het gebed in de gemeente en met mensen persoonlijk kan heel bemoedigend zijn en een manier worden om nieuwe wegen in te slaan.
• Financiële steun voor mensen. Dat kan zijn voor een lid dat zich oriënteert op zending door een deel van een bepaalde stage of opleiding mee te betalen.
Het is goed als een gemeente in het kader van toerusting voor zending mensen kan ondersteunen die hier warm voor lopen en een korte studie of stage willen doen. Ook een symbolische bijdrage is in dat opzicht belangrijk. Verder kan de gemeente haar betrokkenheid met vertrokken werkers laten blijken door financiële steun.
Daarbij is vrees voor budgetoverschrijding niet gegrond. De gemeente wordt niet beoordeeld op wat ze niet heeft, maar kan met weinig toch aangeven dat ze iemand wil helpen en het als een deel van haar werk ziet. Wel is het goed dat de gemeente mee beoordeelt of de werker die in geloof overzee wil gaan werken, ook een voldoende financiële basis heeft.

Praktijk
Enkele jaren geleden was ik lid van een studiegroep van de kerk in Ede, waarbij werd nagedacht over een nieuwe opzet voor zending en evangelisatie.
De kerk van Ede was in de luxe positie dat er diverse leden waren die zich in Nederland of elders inzetten vanuit hun geloof en met een vriendenkring ondersteund werden. De vraag kwam op wat de rol van de kerk nu was en hoeveel verantwoordelijkheid de kerk moest nemen.
Ik voelde soms wel huiver om er als gemeente te veel betrokken bij te zijn.
De mensen kiezen er toch zelf voor, komen ze nu bij ons om hulp? Kunnen we de ondersteuning aan zendelingen wel waarmaken, zowel financieel als inhoudelijk?

Vanuit mijn werk met TEAR fund heb ik ook regelmatig te maken met gemeenten, waaruit iemand wordt uitgezonden.
Ik benadruk altijd de grotere mogelijkheid om als gemeente te bidden voor de mensen. Op kantoor hebben wij een weekopening met voorbedetijd, maar daarin is geen gelegenheid om iedere werker elke week te noemen.
Als organisatie willen wij professioneel werken en uitgezondenen ook op werkgebied goed begeleiden. De gemeente kan op persoonlijk, geestelijk/ pastoraal gebied veel voor de werkers betekenen.
En een betrokken gemeente ontvangt zelf ook veel terug door verbonden te zijn met een heel ander land. Mijns inziens kan de samenwerking tussen een gemeente en een organisatie erg vruchtbaar zijn bij het uitzenden van mensen.
Waarbij van beide kanten er inzet is en er verantwoordelijkheid gedragen wordt.

Tot slot
In het bovenstaande heb ik slechts kort kunnen schrijven over de vele aspecten van het uitzenden van werkers vanuit de gemeente. Ik bega niet opnieuw de fout om hierbij een nieuw stukje aan te kondigen. Ik hoop wel op warme harten in de gemeenten voor mensen met een "roeping" voor zendingswerk. Om deze roeping mee te helpen ontwikkelen én om er te zijn als het toch niet tot een uitzending komt.
Als er mensen zijn die vinden dat wij als gezamenlijke Nederlands Gereformeerde kerken wat moeten doen voor mensen die uit onze kring worden uitgezonden, dan ben ik benieuwd om de ideeën te ontvangen.

* Zending wordt in dit artikel gebruikt als verzamelterm voor allerlei mensen die zich vanuit hun geloof willen inzetten in gebieden buiten Nederland. Het gaat niet alleen om predikanten of gemeentewerkers, maar ook om mensen die in hun beroep en vanuit hun geloof met een (christelijke) organisatie overzee werken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief