Pastoraat en kinderloosheid

1999-12-10
  • Jaargang 43
  • nummer 25
Kinderloosheid is in het pastoraat een veld dat niet gemakkelijk betreden wordt. Bij een bezoek en in een kerkdienst gaat men er gemakkelijk aan voorbij.
Woorden kunnen pijnlijk zijn. Maar ook zwijgen en verzwijgen.

Wat voel je, wat doorworstel je als je ongewild kinderloos blijft? Wat beleef je als je erg naar een kind, kinderen verlangt? Als je hunkert naar een volledig gezin? Zo trouwden we 25 jaar geleden: 'We willen graag kinderen om onze tafel' Met dat verlangen zijn we samen begonnen. Maar het liep anders. Iedere maand vloeide er weer bloed en stelde het lichaam weer teleur. De cyclus is nooit verbroken met de hoop op een nieuw leven.
Tenslotte de uitspraak: 'Meer kunnen we niet voor u doen' en dan is ook de hoop op kinderen verdwenen en dan ga je je zo langzamerhand 'kinderloos' voelen. Zijdelingse opmerkingen van familie en gemeenteleven maken het nog erger.
'Wat je niet hebt kun je ook niet missen' of 'Kinderen zijn ook niet alles.....' 'Er zijn toch nog andere dingen in het leven', 'Jullie zijn tenminste lekker vrij in je doen en laten' of 'Hebben jullie daarom een hond genomen?'.
Omdat het pijn doet van binnen en je nog aan het verwerken bent, heb je geen verweer. Het lijkt wel of de mensen alleen nog maar van 'kinderen hebben' leven. Wat praten ze toch veel over hun kinderen, hun kleinkinderen, denk je. Zelfs mensen die je zeer nabij zouden moeten zijn, kunnen een enorme afstand scheppen!. Nee, dit is geen jaloezie, je voelt je zo buitengesloten.
Gelukkig zijn er ook vrienden en vriendinnen, èchte vrienden en vriendinnen, die je in je verdriet serieus nemen, mensen die zich liefdevol verplaatsen in jouw situatie en je verwarmen met een blik, een woord of een gebaar waar duidelijk het hart in klopt. Ook zwijgen kan pijnlijk zijn, bij voorbeeld omdat de omgeving het heel normaal vindt en anderen probleemloos accepteren wat jij niet accepteert. Woorden kunnen dan steken. Maar stilte niet minder. Waarom zijn mensen vaak toch zo weinig fijngevoelig en invoelend? Wat te zeggen van de jonge moeder, die bij de wieg van haar kind zei "We wilden het al eerder'.
Dan zeg jij maar niets meer. Dan ben je met stomheid geslagen.

Troost
Hoe kun je troost vinden in dit verdriet? Het moet toch mogelijk zijn dat je dit gemis te boven komt?
Een mens is toch altijd meer dan zijn verdriet?
Hoe vind ik houvast in de bijbel, want pastoraat is toch ook dat je in het licht van de Schrift een helpende relatie probeert op te bouwen? Vanuit het Oude Testament bekeken: er is alle reden om een kind als een zegen te ervaren, maar hoe ervaar je dan het niet-krijgen van een kind? Is een kinderloos huwelijk een huwelijk waar geen zegen op rust?
Kinderen zijn een geschenk en een vruchtbaar huwelijk is een gezegend huwelijk. Heel sterk speelt dit besef in het Oude Testament. Ik denk aan Psalm 127: 'Zie, zonen zijn een erfdeel des Heren, een beloning is de vrucht van de schoot'. In Israël betekent iedere zoon een stap in een spannende geschiedenis, die uitloopt op de entree van de grote Zoon die de Messias heet.
Wat hebben Abram en Sara, en velen na hen, geworsteld om een kind te krijgen. Kinderen en toekomst zijn in het Oude Testament synoniem. Dat was alles! Kinderen hebben.
Maar de tijden zijn veranderd. Sinds de verschijning van Jezus valt de zegen op een huwelijk niet meer samen met de kinderzegen. Christus is geboren niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees of die van de man.
Dat zet het ouderschap principieel in een ander licht. De bestemming van een man en een vrouw worden niet meer bepaald door het ouderschap.
Gods bedoelingen met de mens reiken verder dan vader of moeder worden.
Trouwen en kinderen krijgen is een groot goed, maar het is niet het geheim van een gelukkig huwelijk. De komst van de Messias zet het ouderschap principieel in een heel ander licht. In het Nieuwe Testament worden we met veel meer nadruk opgeroepen om niet in de eerste plaats kinderen te hebben, maar om kinderen te zijn van die ene Vader. 'Ziet welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden en wij zijn het ook.'

Nieuwe manier
Ik vraag me wel eens af of de gemeente in dit vaak zo moeilijk te verwerken leed niet wat meer Nieuw-
Testamentisch moet gaan denken en zich wat meer moet gaan afvragen of ze wel kinderen zijn van de Ene Vader, die ook dit leed met elkaar delen. En zijn we met ons zware accent op het gezin als de kern van de samenleving niet bezig alleenstaanden te discrimineren en nog meer te isoleren? Moeten we de vragen van het alleen zijn en de kinderloosheid niet op een nieuwe manier benaderen?
Wij zijn door de Here aan elkaar gegeven en dat moet toch ook perspectief geven aan echtparen zonder kinderen en mensen die alleen zijn. Het Nieuwe Testament hang van het woordje 'elkaar' aan elkaar. Als gemeente vormen we ÈÈn groot gezin, dat oog voor elkaar heeft. Het woord 'elkaar' mag niet alleen een woord blijven, maar moet ook een daad zijn zodat mensen door de tranen van het gemis heen toch weer kunnen lachen.
Altijd zijn wij meer dan ons verdriet. Je mag mens zijn. En wat is een vader die alleen maar vader is, wat is een moeder die alleen maar moeder is.
Je hebt geen kinderen. En toch: wat kun je gezegend zijn. In Spr. 10:22 lees ik: 'De zegen des Heren, die maakt rijk; je mag er zijn, je plaats weten in het leven om je te ontplooien en op te bloeien. Dat geeft perspectief.
Je geeft het verdriet een plaats zodat het je niet meer achtervolgt.
Wie leed en verdriet niet aanvaardt en verwerkt, verzuurt. Maar wie het durft te accepteren met alle machteloosheid zal nieuwe openingen zien.
Ik denk aan de woorden van Hans Bouma: Wat wij zo behoeven: licht, duurzaamheid, vriendschap, liefde.
Wat wij zo behoeven: dat wij van betekenis zijn voor de komst van Uw Rijk.
(ds K. Meijer is predikant van de Gereformeerde Kerk (syn.) in Grootegas

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief