Mannenbroeders en hun gevoel

1999-12-10
  • Jaargang 43
  • nummer 25
Buiten de Utrechtse Jeruzalemkerk klinken de zaterdagse geluiden van rinkelende flessen en rammelende winkelwagentjes.
Binnen zijn ouderlingen uit Groningen, Maastricht, Hoorn, Lisse, Zeist en Zwartsluis en talrijke andere Nederlands Gereformeerde kerken met elkaar in gesprek.Wat is er allemaal veranderd in onze kerken en hoe gaan we daar als ambtsdragers mee om?

Dat deze ouderlingenconferentie kon worden gehouden, is te danken aan het feit dat het voorbereidingscomité dat de conferentie moest organiseren inmiddels weer voltallig is. Dit comité heeft veel werk verzet. Niet alleen de dag moest worden voorbereid en georganiseerd.
Ook werd er een enquête aan de kerken toegezonden en de uitkomsten moesten ook weer worden bewerkt.
Uit de opkomst op deze dag valt af te leiden dat het initiatief werd gewaardeerd.
Ook waren veel ambtsdragers benieuwd naar de uitwisseling van ervaringen. "Hoe gaan jullie om met verschillen binnen je gemeente?"
Centraal bij de beantwoording van die vraag staat, aldus broeder J. Stolte uit Eindhoven in zijn openingswoord de vraag naar het fundament van de Kerk. Daar is maar één antwoord op mogelijk: Jezus Christus (1 Corinthe 3 : 10 - 23).

De kool en de geit
De inleider van de dag was ds Willem Smouter uit Ede. Aan de hand van een uitgebreid referaat, aangevuld met veel voorbeelden uit de praktijk, liet hij zien hoe drastisch de wereld in de afgelopen jaren is veranderd. Die veranderingen gaan aan de kerken - en óók aan de orthodoxe kerken - niet voorbij. "Als het stormt in de wereld, waait het in de kerk." Iedere kerkenraad voelt die veranderingen 'aan den lijve'. Sommige kerkenraden houden alles zoveel mogelijk bij het oude. Het gevolg is dat er mensen de kerk verlaten omdat ze in die gemeente niet meer geestelijk adem kunnen halen. In andere kerken verandert veel.
Het gevolg daarvan is dat er gemeenteleden gaan 'mokken': ze kunnen de veranderingen niet bijhouden en raken verontrust.
De meeste kerkenraden proberen een tussenweg te vinden. Je zou kunnen zeggen: ze proberen de kool en de geit te sparen. Dat komt vaak tot uiting in het toedekken van spanningen binnen de gemeente. En het gevolg daarvan is dat er op den duur niemand meer tevreden is. Een groep mensen vindt dat de veranderingen veel te langzaam gaan. Maar in diezelfde gemeente zijn ook mensen die de voet dwars zetten bij iedere verandering.
"Sinds we hardop 'Amen!' zeggen in d kerkdienst kom ik niet meer met plezier in de kerk."

Stoere Gereformeerden
Een foto van een partijbijeenkomst van de ARP in 1963. Bijna alleen mannen, bijna allemaal in zwart pak, velen met hoed, sommigen met de sigaar in de aanslag. "Dit is geen bijeenkomst van de SGP" meldt het onderschrift in het Nederlands Dagblad anno november 1999. Wie om zich heen kijkt in de Jeruzalemkerk ziet bijna geen donkere pakken, wel veel truien en sweaters. Hoeden en sigaren lijken al helemaal taboe. De mannen zijn nog wel verre in de meerderheid, maar er zijn duidelijk meer zusters dan in voorgaande jaren. En je vraagt je af: als die stoere mannenbroeders in 1963 vooruit hadden kunnen kijken, zouden ze dan kunnen geloven dat dit een ouderlingenconferentie van een loot van die 'strenge artikel-31-ers' is?
Ds Smouter typeerde het klassieke Gereformeerde geloof als een diep beleefd geloof waar je verder niet mee te koop liep. Dat paste ook bij de cultuur: hard werken met de tanden op elkaar. Maar als een ambtsdrager dan aan een gemeentelid vroeg: "Hoe is het met uw persoonlijk geloof?" kon hij als antwoord verwachten: "Net wat u zegt! Dat is persoonlijk!" En daarmee stokte meteen het gesprek. Er zijn mensen die terugverlangen naar de duidelijke wereld van de flinke Gereformeerden die nooit over hun gevoel durfden te spreken. Ds Smouter: "Laten we niet denken dat zo'n boodschap zondermeer gedekt wordt door de inhoud van de Bijbel."

Ervaring
Ds Smouter herinnerde aan een toespraak die hij een aantal jaar geleden hield tijdens een bijeenkomst van het NGJ.
Arnold van Heusden voerde toen een pleidooi voor 'geloven met ervaring', terwijl ds Smouter zijn tegenspeler was: niet de ervaring, maar de heilsfeiten.
Die heilsfeiten blijven essentieel, maar: het geloof kan niet zonder de ervaring. De mens bestaat voor 90% uit gevoel: hoe zou je dan zonder gevoel kunnen geloven?
Geloof is ervaring!
Aan de hand van tal van voorbeelden liet ds Smouter zien welke rol de ervaring heeft in ons leven.
Jongeren leren in onze tijd ervaringsgericht.
Dat merken predikanten en catecheten: de klassieke catechisatiemethoden slaan zelden meer aan: er zijn andere vormen nodig. Een opdracht als: "Ga eens aan je ouders vragen waarom ze geloven" laat vaak diepe indruk bij jongeren achter. Het zoeken naar 'ervaring' zien we ook in de kerkdiensten.
We spelen 'leentjebuur' bij andere tradities (EO, Alphacursus, Opwekking).
Bij de vormen die we op die manier tegenkomen in onze kerkdiensten speelt opnieuw de ervaring een belangrijke rol.
En de kerkenraad?
Ouders merken dat het doorgeven van de vertrouwde Bijbelse boodschap stokt. Aan de ene kant verlaten jongeren de kerk en trekken de wereld in, aan de andere kant worden jongeren aangetrokken door evangelische kerken en groepen. Die verandering van klimaat merken we ook in de kerk. Er komen vragen vanuit de gemeente. Kan het niet eens wat anders?
Maar als er veel verandert in de kerkdienst leidt dat ook weer tot onrust bij gemeenteleden. Was het oude vertrouwde opeens niet goed? In het tweede deel van zijn referaat ging ds Smouter in op een aantal aspecten van het geven van leiding aan de gemeente. Leiding geven is vooral een zaak van gebed. "Je kunt het pas als je het niet kunt." In 'Opbouw' zal ds Smouter zelf nader ingaan op de inhoud van zijn lezing.

Psalmen
's Morgens was er de mogelijkheid om op de inhoud van het referaat van Ds Smouter in te gaan. Een ambtsdrager wilde graag weten wat de visie van de inleider was op het zingen van Psalmen in de eredienst.
Ds Smouter is geen tegenstander van het zingen uit Opwekking. Maar: "Juist in de Psalmen vind je de geloofservaring en de strijd van Gods kinderen terug. Psalm 88 bijvoorbeeld, dat vind je niet in Opwekking." Met andere woorden: het zingen van Psalmen past heel goed in onze tijd! Ds Smouter gaf als suggestie mee om bijvoorbeeld eens een Oude Berijmingsdienst te houden.
Niet als nostalgie, maar om daarmee juist het geloof te laten delen.
"Laat oudere gemeenteleden eens aan jongeren vertellen wat zo'n Psalm voor hen betekent!"

Consumeren
Een tweede vraag betrof het gevaar van het consumentisme.
Ga je alleen maar naar de kerk om daar plezierige ervaringen op te doen? Ds Smouter had op deze vraag geen pasklaar antwoord. Wel zei hij teleurgesteld te zijn over de houding van (een aantal) gemeenteleden.
Ze lijken in de kerk te zitten met een houding van: "Zo, eens kijken wat hij presteert." Het is dus niet terecht dat ouderen jongeren 'verdenken' van consumentisme. Ook oudere gemeenteleden zitten nogal eens met een heel verkeerde houding in de kerk. Wat is er aan de hand als je steeds uit de kerk komt met verhalen over wat er allemaal niet deugt: het gebruik van de overheadprojector, de aandacht voor de kinderen, het aansteken van een kaars, het zingen van een opwekkingslied. Als je op die manier de kerk uit komt is er in je houding niets merkbaar van de ootmoedige bede 'Uw Naam worde geheiligd'.
En daarmee geef je als oudere zelf het slechte voorbeeld aan jongeren.
Hoe sluit je aan bij het gevoel van mensen die zoveel moeite hebben met veranderingen in de kerk?
Ds Smouter vond het van belang dat we ons realiseren dat ook dat gevoel niet verkeerd is. Er zijn mensen oprecht bezorgd over veranderingen, ze uiten dat gevoel in klaagzangen.
En daar zou je als ambtsdrager bij aan kunnen sluiten. "Ik heb ook wel eens mijn zorgen."
Het gaat erom dat we de ander bereiken in het binnenste van zijn of haar geloof. Het gaat in wezen niet om de vraag of alles hetzelfde moet blijven ("ik wil niets veranderen").
Het gaat er in de kerk evenmin om dat alles moet veranderen ("ik wil alleen maar leuke dingen").
Beide houdingen zijn symptomen van consumentisme.
De kern van ons geloof is echter de dienst aan Jezus. "Wat is er aan de hand," zo vroeg ds Smouter zich af, "als de dominee tijdens een bezoek vraagt: 'Waar kunnen we de Here samen voor bidden of danken?' en dat gemeentelid kan niets noemen? Niets waarvoor je zou kunnen danken?
Niets om voor te bidden?
Dan lijkt er iets grondig mis te zijn met het geloof."

Huur Jethro in!
De kerkenraad loopt soms vast. Je wilt vaak als ambtsdrager met iedereen rekening houden. Als het goed is ken je ook iedereen.
Die persoonlijke relatie kan echter verlammend werken op het maken van plannen.
Daarom is het goed om iemand 'van buiten' te vragen om de kerkenraad bij te staan. Iemand die onafhankelijk kijkt wordt niet gehinderd door allerlei overwegingen over persoonlijke voorkeuren van gemeenteleden. Hij kan dingen zeggen die de eigen predikant niet naar voren kan of durft te brengen; de eigen predikant is immers zelf onderdeel van 'het proces'? Bij dat 'van buiten inhuren' verwees ds Smouter naar het Oude Testament.
Mozes liep vast met het volk Israël. Toen kwam de wijze schoonvader Jethro met goede adviezen. Je kunt mensen gebruiken, van binnen de gemeente, maar ook van buiten.

Gevaarlijke gevoelens?
Moeten we toch niet voorzichtig zijn met ons gevoel? zo vroeg een ambtsdrager zich af. Hij vertelde van een meisje dat (bijna) was aangerand.
Door haar bidden ging de potentiële aanrander op de vlucht. Maar dan dat meisje dat wél werd aangerand: heeft zij niet goed gebeden?
Iemand die niet geneest van een boze ziekte, was zijn geloof niet groot genoeg? Ds Smouter: "Ons bestaan stáát met de belofte van God, Die onwankelbaar is. Of we goed geloven is dus niet afhankelijk van de 'uitkomst' van ons gebed. De vraag waarom je wel of niet geneest is een zeer wezenlijke vraag die iedere gelovige zieke bezig houdt. Maar we moeten niet de kracht van het gebed onderschatten omdat we bang zijn dat de 'uitkomst' wel eens tegen zou kunnen vallen.
De Psalmen staan vol met ervaring. Onze tijd is ervaring.
In onze tijd leggen we nieuwe accenten die vroeger misschien minder nodig waren. Ervaring maakt een wezenlijk deel van ons geloof uit, als we maar weten dat de kracht van Gods belofte nóg groter is."

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief