De eeuw van mijn vader is bijna voorbij
1999-12-24
Van de hand van Henk Algra kunt u in Opbouw al veel lezen over de ouderlingen-- Jaargang 43
- nummer 26
conferentie. Ik ga dan ook niet meer uitvoerig mijn eigen verhaal wergeven.
In dit nummer hoop ik enkele lijnen neer te zetten, om in het komend nummer af te sluiten met één uitstapje.
Op de dag vóór de conferentie verscheen in Opbouw de eerste aflevering van de bijdragen van ds.
Wielenga vanuit Richmond (dat ligt in Zuid Afrika). Eens in de zoveel jaar komt ds. Wielenga in Nederland kijken en het is heel verhelderend om eens door zijn bril naar de veranderingen in het kerkelijk leven te kijken. Hij begint met de opmerking: "Tijdens mijn verlof vorig jaar maakte ik in een van onze kerken een kerkdienst mee, waar uit de evangelische Opwekkingsbundel gezongen werd". Die opmerking was voor mij een eye-opener.
Hier is een meelevend kerklid, die als een bijzonderheid vermeldt, dat er ergens, in een kerk, een keertje uit de bundel Opwekking gezongen werd! Ik kan u veilig zeggen, op basis van eigen indruk en de uitslag van de gehouden enquête (in die volgorde gaat dat meestal...), dat dit intussen in onze kerken schering en inslag is. De nieuwswaarde van het geciteerde schuilt op dit moment meer in het feit, dat iemand er van opkijkt, dan in de gebeurtenis zelf. En toch heeft de auteur gelijk: vroeger kon je je dat niet voorstellen, al is dat wel langer geleden dan de genoemde vijf jaar. Mijn collega uit de zending bespreekt deze ontwikkeling vervolgens: het is wel mooi en zo, die liedjes, maar anderzijds: "Laten we bedenken, dat onze kerken hun directe bakermat hebben in Schriftbeweging van de 1930er jaren in de gereformeerde kerken. Een van de strijdpunten uit die tijd was juist het verzet tegen religieus subjectivisme".
Er werd toen opgeroepen tot verbondsgehoorzaamheid en "dit levert natuurlijk niet een gevoelig geloofstype op, eerder een flink. Flinke gelovigen, die wel hun geloof diep beleven, maar er niet mee te koop willen lopen". Ik lees dit verhaal aan de ene kant met instemming: zo was het inderdaad. Deze traditie ken ik van binnenuit. De traditie van flinke gelovigen, die er niet over praten.
In de wandelgangen van de conferentie hoorde ik een collega van vroeger citeren, die placht te zeggen: "het is met geloven net als met je tanden en kiezen. Als je er iets van voelt, dan is er wat mis".
Ja, ik herken de beschrijving.
En aan de andere kant klinkt het me als een verhaal uit het verste buitenland.
Het gaat volkomen langs me heen als iemand me toespreekt, dat daar en daar toch onze bakermat ligt. Ja, echt: de eeuw van mijn vader (aldus Geert Mak) is bijna voorbij. Hoe komt dat? Wat is er met ons gebeurd? Wat is er gebeurd met die flinke gelovigen, die het allemaal zo diep beleefden maar er niet mee te koop liepen?
De tijden zijn ingekort
Het is een indruk die wij allemaal hebben aan het eind van deze eeuw.
Allerlei vaste kaders lijken weg gevallen te zijn. Je kunt de voorbije decennia makkelijk indelen in de jaren vóór de oorlog en de na-oorlogse tijd, de tijd van wederopbouw en zo meer. Maar het lijkt of dat nu allemaal achter de rug is en of we tijden meemaken waarvan de Schrift zei: de tijden zijn ingekort.
Zelf heb ik die indruk vooral sinds de val van de Muur en die buiteling naar beneden van de communistische wereld.
Dat was toch niet een normaal historisch verloop?
Dat was toch ingekorte tijd, waarin de dingen overhaast gebeuren?
Ik wil maar zeggen: het idee van 'alles verandert' is breder dan ons kerkelijk leven. Wat onze eigen kerken betreft speelt mee, dat wij een vluchtfunctie hebben; mensen uit allerlei richting sluiten zich aan. Omdat ze het hier te zwaar of daar te licht vinden, om onderling heel tegenstrijdige redenen. En ieder brengt eigen achtergrond mee, weinig geïnteresseerd in onze 'bakermat'.
Maar het ligt heus niet alleen aan die buitenstaanders of nieuwelingen.
We spelen zelf leentjebuur bij andere tradities en tanken geestelijk bij in de oecumene van het hart. Ooit heb ik zelf nog jeugddagen en wekenden georganiseerd. Nu gaan er veel meer van onze jongeren naar dit soort dagen, maar ze zijn niet door onze eigen club georganiseerd. En ouderen maken die veranderingen net zo goed mee. De tijden, dat een ordentelijke NGK bijbelkring in het voorjaar een boekje van ds. Van den Berg besprak en in het najaar eentje van ds. Van den Brink, die zijn voorbij. We ademen alle denkbare geuren in: van Kuitert en Ter Linden tot Larry Crabb en Yancey. Het is allemaal boeiend en gevaarlijk tegelijk, maar er is ècht een eeuw voorbij.
Definitie van Nederlands Gereformeerd
Er vallen allerlei verklaringen te geven voor deze veranderingen: cultureel, spiritueel of wat dan ook.
Zulk soort bespiegelingen heb ik ook wel geschreven.
Maar op dit moment, vlak voor Kerstmis, wil ik alleen maar kwijt hoe het bij mezelf gegaan is, existentieel. Als ik nu eens inzet bij de definitie van Nederlands Gereformeerd zijn, zoals ds. Wielenga die gaf. Dat is dus: niet zo gevoelig, wel een flinke gelovige, met diep doorleefd geloof, maar je loopt er niet mee te koop.
Misschien is het ermee begonnen, dat ik helemaal niet zo flink ben.
Mijn omgeving dacht van wel; iemand bekende me eens dat hij voor andere dominees vroeger veel vaker gebeden had, maar dat 't leek of ik dat niet zo nodig had. Maar dat was dus wel zo. En als je in een crisis komt, dan merk je "ik ben eigenlijk niet zo'n flinke gelovige".
Dat is punt één, en het tweede was dat ik eigenlijk wèl gevoelig bleek.
Dat geldt niet alleen voor mij, maar voor iedereen: 90% van een mens is gevoel en de ratio is maar een klein stukje. Ook iemand die fulmineert tegen de nadruk op gevoel, die staat daar in zijn woede en bezorgdheid 'gevoel' te zijn. Dat heb ik bijvoorbeeld gelerd in de omgang met klagers over de vernieuwingen in de kerk. Vaak komen ze met zulke simpele bezwaren, dat je het rationeel zò kunt weerleggen.
Maar dat helpt niks, want er zitten gevoelens achter van angst en zorg en waar blijven we, en daar kun je niet tegen argumenteren.
Maar goed, mijn tweede punt was dus, dat ik ook aan dat tweede signalement van Wielenga niet voldoe. En vandaag ken ik veel teveel mensen, die bij de therapeut lopen of in depressies zitten, omdat ze de verplichting voelen van dÏt geloofstype: niet gevoelig, wel een flinke gelovige zijn, alles diep doorleven en er vooral niet over praten. Ik kan alleen maar zeggen: mensen, vergeet die verplichting toch, werp het af!
Deze combinatie kom je in heel de Bijbel nergens tegen. Paulus liep er wèl mee te koop, Petrus was niet zo flink. David was wèl gevoelig en Thomas was af en toe niet zo heel diep gelovig. Dat laatste heb ik soms ook, dat ik niet zo diep gelovig ben, en ik ben in die situatie het meest geholpen door mensen die er wèl mee te koop liepen...
Was dat dan allemaal fout, van onze ouders?
Welnee, dat denk ik helemaal niet. In veel opzichten waren ze een voorbeeld voor ons en we moeten dat nog maar zien te evenaren. Maar ik bedoel: het was veel meer cultuur dan ze zelf dachten en veel minder een goddelijke ordening. Het hoorde veel meer bij de cultuur van na de oorlog, waarin er maar één manier was om alles weer op te bouwen en dat was: tanden op elkaar en doorzetten.
Die eeuw is bijna voorbij.
Andere eenzijdigheden zullen we spoedig gaan herkennen in onze eigen benadering van vandaag, dat is niet anders. Er is geen vast plateautje vanwaar wij de wereld kunnen beschouwen. Geen bakermatje om rustig op te blijven zitten. Wij hebben maar ÈÈn ding. Er is een Kind ons geboren, een Zoon ons gegeven.
Wat God door Hem gegeven heeft, dat stond toen al haaks op het denken van de wereld. Het was een aanstoot voor Joden en een dwaasheid voor Grieken. En toch is het verhaal zo sterk, dat het blijft klinken. Omdat de God die het verhaal openbaarde, sterker is dan al onze wijsheid en ideeën.
Omdat het evangelie van Jezus Christus groter is dan de culturele beperkingen van toen en van nu.
Ik hoop en bid, dat de Here ons de weg wil wijzen, ook straks in de nieuwe eeuw. Dat we mogen zijn als schapen, die dicht bij elkaar en dicht bij de Herder blijven - hoe verschillend ze verder ook zijn.