Kinderen en de kerkdienst (2)
1997-08-22
In het vorige nummer van Opbouw werd ingegaan op een bijdrage van de heer A.C. Breen in het Nederlands Dagblad (10 juli 1997). De heer Breen maakte bezwaar tegen (aparte) kindernevendiensten. Hij toonde zich optimistisch ten opzichte van de vraag of de Gereformeerde kerkdiensten geschikt zijn voor kinderen. De vraag werd gesteld of ‘onze’ kerkdiensten inderdaad zo geschikt zijn voor kinderen.- Jaargang 41
- nummer 17
Op dat punt ben ik minder optimistisch dan de heer Breen. Predikanten zijn niet opgeleid om speciaal aandacht te besteden aan de kinderen (dat valt hen ook niet te verwijten; we moeten predikanten op dit punt ook niet overvragen).
Ook de vorm van de eredienst en de bouw van het kerkgebouw maken het didactisch gezien moeilijk om kinderen te bereiken.
Kijken en doen
Het voorgaande wil niet zeggen dat de situatie hopeloos is. Kinderen en jongeren kunnen wel degelijk bereikt worden.
Wel moet er gezocht worden naar goede vormen om ook die jonge gemeenteleden te bereiken. De tijdens zijn immers veranderd. Kinderen ontmoeten weinig 'gelijkgezinden' meer. Daarnaast leven we minder dan vroeger in een luistercultuur. Jongeren in deze tijd zijn ingesteld op het kijken en op het doen. Luisteren lukt vaak maar gedurende korte tijd en voorzover het van belang is voor het persoonlijk leven. Vanwege deze omslag in de cultuur is een bezinning op de vorm van de kerkdienst op zijn plaats.
In de kerkdienst of daarbuiten'?
Horen de kinderen nu in de kerkdienst, of mogen ze ook 'elders de kerkdienst voortzetten'? Felle discussies tijdens gemeente-avonden, massieve argumentaties, emotionele reacties. Mogelijk ook verspilde tijd en energie. Want: waar gaat het nu eigenlijk om? De heer Breen is duidelijk in zijn antwoord. Op grond van principiële argumenten zegt hij: kinderen horen erbij.
Hij begint met een principiële stellingname en kleurt daarna de praktijk in. Het valt allemaal wel mee; kleine potjes hebben ook oren. Bij die praktijk stel ik mijn vragen. Valt het allemaal wel mee? Het is in onze kerken niet ongebruikelijk dat de predikant tijdens de kerkdiensten gericht aandacht geeft aan de kinderen. Ik ben daar dankbaar voor. Ook verstandelijk gehandicapten kunnen daardoor gemakkelijker een plaatsje krijgen binnen de dienst. Bovendien: soms begrijpen de ouderen de preek ook beter dankzij die voorbeelden voor de kinderen .... En tenslotte: deze kerkdiensten zijn ook laagdrempeliger 'voor hen die buiten staan'. Is de kindernevendienst dan nog wel nodig? Die vraag kan niet met een eenduidig 'ja' of 'nee' worden beantwoord.
Aan de ene kant vind ik het jammer als kinderen de kerkdienst verlaten; ik zie het als een verarming van de kerkdienst. Aan de andere kant blijkt toch vaak dat kinderen meer opsteken van het Evangelie tijdens de bijbelklas dan tijdens de kerkdienst.
De groep is daar kleiner, de afstand eveneens, de bijbelvertelling is aangepast. Tegengestelde gevoelens dus. Maar wat is de kernvraag in deze discussie? Het gaat erom: hoe betrekken we onze jonge kinderen bij datgene wat we zelf als belangrijkste zien in ons leven?
Dan duurt het niet zo lang De predikant stelde tijdens de preek vragen aan kinderen. Hij liep heen en weer, voor in de kerkzaal. Ook gebruikte hij levendige voorbeelden om zijn preek te illustreren. Na afloop van de kerkdienst was er koffie drinken. Een moeder die als gast met haar gezin aanwezig was zei: "Ik dacht dat ik in een verkeerde kerk terecht was gekomen. Ik herkende het helemaal niet. Wat gaat dat hier anders dan in onze kerk. De liederen waren ook anders; u zingt hier uit het Liedboek, wij hebben een eigen bundel. " Een gemeentelid vroeg haar: "Maar de preek, kon u zich daar in vinden?" "Ja, dat was echt goed, dat horen we ook in onze kerk. Alleen gaat het hier wel heel anders. " Eén van haar kinderen sprong daar op in. "Ja, dit is nog eens een leuke kerk. Die dominee vraagt tenminste wat. Dan duurt het niet zo lang!" "Ja", zei de moeder, "voor de kinderen is het toch wel erg goed als het zo kan. Jammer dat dat in onze kerk niet kan. Daar heb je een hoop herrie als je zoiets voor zou stellen. " |
Nooit meer in de kerk?
De heer Breen is bang dat kinderen die kindernevendiensten bezoeken op termijn geruisloos de kerk zullen verlaten.
Ze wennen immers niet meer aan de gewone kerkdienst? Dit is niet helemaal ondenkbaar. Er zijn kerken waar kinderen en jongeren tot (minstens) 16 jaar al na 5 minuten de kerkdienst verlaten. Op die manier wennen ze inderdaad niet aan de 'gewone' kerkdienst. Die kant moeten we dus niet uit. Kindernevendiensten moeten mijns inziens beperkt worden tot de jonge kinderen (tot 8 jaar?). Voor oudere kinderen is de kinderclub na de kerkdienst of aangepaste catechese een vorm van aanvulling op de kerkdienst. Het is ook van belang dat kinderen van alle leeftijden een deel van de kerkdienst meemaken. De bijbelklas moet beperkt worden tot een zo kort mogelijk gedeelte van de dienst (de preek). Op die manier wennen de kinderen toch aan het ritme van de dienst en de iets oudere kinderen gaan naar de goede gewoonte van de ouders gewoon mee naar de kerk.
Sluiten we de kinderen uit?
In de visie van de heer Breen worden kinderen door het houden van een kindernevendienst uitgesloten. Spreekt hij hier uit ervaring? Heeft hij een aantal kerkdiensten bijgewoond waarop hij zijn conclusie baseert? Voelen de kinderen zich buitengesloten? Dat laatste is zeer de vraag. Door hun vertrek uit de kerkzaal en later de binnenkomst zijn ze in ieder geval nadrukkelijker aanwezig: ze worden gezien en gehoord (al wordt dat niet altijd door iedereen gewaardeerd ....). Als ze daarnaast de ruimte krijgen om iets te vertellen, om iets te laten zien, om een lied te zingen: dan horen ze er echt bij. En ook als de predikant of een ander gemeentelid tijdens de kerkdienst aansluit op datgene wat de kinderen gehoord hebben voelen ze zich juist zeer betrokken bij de kerkdienst.
Bezinning
Past de kerkdienst nog wel in deze tijd? Past de dienst wel bij de jonge leden van de gemeente? De vorm die we sinds de Reformatie kennen is niet heilig; een kerkdienst moet passen in de tijd en de situatie. Een bijbelgetrouwe kerkdienst in Rusland ziet er anders uit dan een dienst in het Nqutu-district, een kerkdienst van De Hoeksteen kent andere gebruiken dan de 'gemiddelde' kerkdienst in onze kerken. Vreemd is dat niet. Ook Paulus sloot in de vorm van zijn verkondiging aan op de situatie die hij aantrof. Onze tijd dringt ons tot die bezinning. Nederland wordt weer zendingsland. Misschien moeten onze kerkdiensten ook wel meer gaan lijken op de diensten in de zendingsgebieden .... Eén van de vragen zal daarbij moeten zijn: hoe kunnen we er zorg voor dragen dat onze jonge gemeenteleden zich thuis voelen in de dienst? (dat is ook een vraag die de heer Breen terecht aan de orde stelt). Het kan toch niet zo zijn dat de kinderen in onze samenleving door de onderwijzer, in de krant, via de kinderboeken, op de televisie en in computerspelletjes op hun niveau worden aangesproken, maar dat we uitgerekend in de kerkdienst aan hen voorbij gaan? Dat wat we als het allerbelangrijkste zien in ons leven ....
Relaties
Hoe het betrekken van kinderen er concreet uit kan zien? Dat is voldoende stof voor een heel nummer van Opbouw; ik ga er hier niet op in. Maar: verwachten we dan niet teveel van de vorm van de kerkdienst? Dat risico is inderdaad niet denkbeeldig.
De vorm is slechts een middel. Daarnaast zijn er ook andere aspecten rond de dienst die een grote invloed hebben op het gedrag van kinderen.Denk bijvoorbeeld aan de houding van de ouders. "Daar waar de ouders zich thuis voelen, voelen kinderen zich ook gemakkelijker thuis. "
Hoe gaan we zelf naar de kerk? Hoe sluiten we thuis aan op de kerkdienst? Hoe besteden we de zondag?
Is het een rustdag waar we van genieten of gaat het gewone leven met alles stress op die dag ook gewoon door?
In dit verband kan ook het relationele aspect genoemd worden. Ooit schreef Ds. G. Visee dat het voor een kind veel belangrijker is dat hij op straat door de dominee bij zijn naam gegroet wordt dan dat hij alles van de preek begrijpt. Kennen we als volwassenen de jonge gemeenteleden? Spreken we hen even aan na de dienst? Vragen we hoe het met ze gaat op school? Of hangen ze er maar een beetje bij?
Vorm en inhoud
Eerder in deze bijdragen werd genoemd dat het in de traditioneel-Gereformeerde kerkdiensten niet zo vanzelfsprekend is om gericht aandacht aan de kinderen te besteden. De wijze waarop we de diensten inrichten maakt het in didactisch moeilijk om kinderen effectief te benaderen. Mogelijk komt dat verhaal wat al te pessimistisch over. Zo is het niet bedoeld. De verkondiging is niet (nooit!) hopeloos. Naast ons 'werk' is het immers de Heilige Geest die het geloof in ons en in de kinderen werkt?
Zoals al werd opgemerkt: de vorm van de kerkdienst moeten we niet overvragen. Daar hangt niet alles van af. Een preek is niet goed omdát er aandacht wordt besteed aan de kinderen. Helaas gebeurt het wel eens dat gemeenteleden wegblijven omdat de dominee apart aandacht besteedt aan de kinderen, terwijl anderen weer de dienst verzuimen omdat de predikant geen aandacht besteedt aan de kinderen. Waar zijn we dan mee bezig? Hebben we dan nog wel door waar het werkelijk om gaat in ons geloof? Het gaat er in de allereerste plaats om dat het Evangelie wordt verkondigd! In sommige kerken wordt af en toe speciaal aandacht besteed aan de kinderen. Is dat dan de goede vorm? Vier keer per jaar een speciale dienst; zijn kinderen in de andere 100 kerkdiensten van het jaar dan niet belangrijk?
De wezenlijke vraag
Nogmaals: blijven de kinderen dan in de kerkdienst, of gaan ze tijdens de preek naar de bijbelklas? Naar mijn mening zijn er onvoldoende zwaarwegende argumenten te noemen om hier met een absoluut 'ja' of met een absoluut 'nee' op te beantwoorden. We mogen dankbaar zijn voor iedere vorm die de Here ons geeft om alle gemeenteleden naar vermogen te bereiken met het Evangelie. Misschien gebeurt dat tijdens de kerkdienst, misschien moeten we voor jonge kinderen voor een andere vorm kiezen. Waar het om gaat is: hoe kunnen jong en oud groeien in het geloof in de levende Heer? (Of dan iedereen de hele kerkdienst bij moet wonen is dus een afgeleide vraag). Wie met de groei van het geloof in onze Here Jezus bezig is, is met wezenlijke vragen bezig. De vorm is wel van belang, maar uiteindelijk gaat het om de Inhoud..