Hoe gaan wij met de bijbel om?

1997-09-05
  • Jaargang 41
  • nummer 18
Niet nieuw, wêl actueel
Dit is geen nieuwe vraag. Ik ben mij dat terdege bewust. Het hoeft ook geen nieuwe vraag te zijn. Maar niemand kan ontkennen, dat het wél een actuele vraag is. Wij hebben die vraag nl. steeds weer aan onszelf en aan elkaar te stellen. Permanente bezinning op onze omgang met Gods Woord is immers geboden. De gemeente te Filadelfia wordt door de Here geprezen, omdat zij het Woord van Hem bewaard heeft. (Openb. 3: 7-13). Bewaren betekent hier uiteraard niet conserveren. Want dan houd je alleen maar iets in stand. Maar de gemeente van Filadelfia behoefde het Woord niet in stand te houden. Het Woord houdt immers zichzelf in stand! Nee, die gemeente is daar met het Woord van God intens bezig geweest. De gelovigen daar hadden de verwachting van Christus laten versterken door de aansluiting op de krachtbron van het evangelie van Christus' kruis en opstanding. Daarom belooft de Heiland zijn kerk daar, dat Hij haar zal bewaren voor het uur van de verzoeking, die over de hele wereld komen zal. De kerk leeft nu reeds met het Woord te midden van een vijandige wereld. Van alle kanten wordt de aanval van satan ondernomen om die gemeente van Christus dat kostbare bezit te ontfutselen.
Want je kunt dat Woord metterdaad kwijtraken! Dan heb je de Bijbel nog wel, maar hij heeft geen betekenis meer voor je. Je leven wordt door de inhoud daarvan niet meer beheerst. Het is dood kapitaal geworden.

Geschenk en opdracht
De HERE heeft aan zijn kerk zijn Woord toevertrouwd. Minder hebben wij dus niet. Maar meer hebben wij ook niet.
"Christus heeft op aarde niets achtergelaten dan zijn Woord alleen", aldus Luther. En daarom zegt hij ervan: "Het Woord - DAT zult gij laten staan!" Het lijkt er vandaag verdacht veel op alsof Luther in gelatenheid zou hebben gezegd: Het Woord - DAT zult gij laten liggen! Want hoeveel mensen hebben wel een Bijbel-exemplaar thuis, maar gebruiken dat niet.
Zo is hun leven niet tot Gods eer en berokkenen zij zichzelf onberekenbare schade. Zo kan men ook niet de vereiste naastenliefde betrachten. Want dat Woord is de unieke bron waardoor het verkeer met de HERE en de christelijke communicatie met de medemensen gevoed wordt. Als ik mij verwijder van die unieke bron sterft het leven af. En dat zie je rondom je gebeuren. Trouwens, dat is niet het enige, dat valt te signaleren. Je ontdekt in je omgeving hoe vervolgens het leven wordt volgepropt met allerlei ideologieën, die haaks staan op het getuigenis van de Heilige Schrift.
De mens MOET een oriëntatiepunt hebben! Als hij dan de norm van God veracht, schept hij zichzelf een andere norm, die naar het vlees is. Maar zo wordt de doortocht van de Pinkstergeest afgeremd. Dat is de harde werkelijkheid waarmee wij in deze wereld worden geconfronteerd. HET WOORD BEWAREN IS DUS NIET, DAT WIJ DE BOODSCHAP VAN HET EVANGELIE VAN CHRISTUS CONSERVEREN, MAAR DAT WIJ IN HET GELOOF ERMEE OPEREREN. Dan zullen wij ontwaren welk effect dat Woord heeft ook in de fase van de wereldgeschiedenis waarin wij ons thans bevinden.
Laten wij nooit gering denken over de actieradius van het Woord van de HERE, onze God. Zijn kracht is niet te meten. Want het is het Woord van de Geest, die levend maakt. Hij verlost de mensen van zichzelf. Dat is de meest indrukwekkende bevrijding, die er in de samenleving bestaat!

Exegese, exegese ...
Het Woord wil uitgelegd worden. Want de Geest wil via de exegese van zijn getuigenis zoveel mogelijk mensen in deze wereld bereiken. Daarom moet men nimmer smadelijk spreken over de theologie. De uitleg van het O. en N.T. is uitermate belangrijk. De student moet leren omgaan met de inhoud van Gods Woord. Het gevaar van gewiekste inlegkunde is levensgroot aanwezig.
Vandaar, dat er bepaalde regels zijn voor de Schriftuitleg. Wij zullen recht moeten doen aan de tekst, vanuit de grondtekst gelezen. Wij dienen het tekstverband in rekening te brengen.
En verder is het een vereiste Schrift met Schrift te vergelijken. En dat allemaal om de werkelijke boodschap van dat Bijbelwoord te leren verstaan en vervolgens door te geven aan het volk van Gods Verbond. Daarnaar zal de gemeente ook moeten vragen. Daarop heeft zij volledig recht. Wij voegen er overigens wel aan toe, dat de uitleg van de Bijbel niet alleen is voorbehouden aan de theoloog. Het gemeentelid, dat geen theologie gestudeerd heeft, heeft evenzeer de dure roeping zich met de Schriften op een eigen manier bezig te houden. Zo kan men iets voor elkaar betekenen binnen de kring van de gemeente.
Ik denk hierbij aan mensen als Priscilla en Aquila, die aan Apollos, een geleerd man, een nauwkeuriger uitleg gaven van de weg van God. De weg van God d.i. de leer van Christus, het evangelie. In aanvullend onderwijs kreeg de geleerde Apollos nader onderricht over de waarde van Jezus' dood en opstanding zoals die door Paulus werd gepredikt. En dat terwijl Priscilla en Aquila maar eenvoudige mensen waren (zie hiervoor Hand. 18 vs 24 e.v.). Toen Apollos overgestoken was naar Acháje was hij daar van veel nut voor hen, die geloofden. "Want onvermoeid bestreed hij de Joden in het openbaar en bewees uit de Schriften, dat Jezus de Christus is." (vs. 28)

De betekenis hiervan voor ons
Nu de Bijbel af is mogen wij dit op ons toepassen door te constateren, dat de trouwe exegetische arbeid onder Gods zegen vrucht draagt. In de goede zin van het woord wordt de christen dan agressief.
Hij was voorheen een agressieve vijand van God. Hij is via wedergeboorte een agressieve vriend van God geworden.
Hij gaat tot de aanval over en staat zijn mannetje. Hij komt er openlijk voor uit, dat hij gekozen heeft voor de Kurios Christus. En hij ontvangt steeds nieuwe kracht van de Heilige Geest. Hij raakt niet achter adem. Hij legt het bijltje er niet bij neer. Hij kent uithoudingsvermogen. Want het gaat om zijn Zaligmaker, die DE CHRISTUS is. Jezus is niet op eigen houtje Zaligmaker. Nee, de Vader heeft Hem officieel daartoe aangesteld. Wat is het mooi om zó met de Bijbel voortdurend in gesprek te zijn in de wetenschap, dat ten diepste de Bijbel zichzelf uitlegt. Dat komt, omdat de Heilige Geest de Auteur is van dat grote Boek!
Eén ding wil ik nog opmerken. Wij moeten de Bijbel wél uitleggen, maar niet verdedigen! C.H. Spurgeon, destijds de Engelse prins der predikers, heeft hierover o.a. het volgende geschreven: "Wij kunnen het thans dus wel aan de Bijbel overlaten zichzelf te verdedigen. Daar zie ik mensen om een leeuwenkooi staan en overleggen hoe men de leeuw zou kunnen verdedigen. Mijn advies is kort en goed: "Laat hem er maar uit, hij zal zichzelf wel verdedigen!" Hoe zouden zijn verdedigers uit elkaar worden gejaagd en alle vijanden bovendien!" Niet de verdediging, maar de VERKONDIGING ligt in het verlengde van de uitleg van de Heilige Schrift. Dát is onze werkelijke opdracht!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief