Troostwoorden

1997-09-05
  • Jaargang 41
  • nummer 18
Iemand heeft eens uitgezocht welke troostmotieven er bij de heidense Grieken en Romeinen uit de tijd van het Nieuwe Testament voorkwamen als de dood toesloeg. Het leverde een onthullend resultaat op.

Allereerst noemt hij platvloerse opmerkingen zoals: kop op; het leven gaat verder; ga niet bij de pakken neerzitten.
Anderen zeiden: zo is het leven nu eenmaal. Of: wat kun je eraan doen? Of: je kon het verwachten; niemand is onsterfelijk. Dat zijn allemaal gemeenplaatsen. Ze bevatten geen van alle werkelijke troost. Er is ook een categorie opmerkingen die iets meer bedoelen te zeggen. Daartoe behoren: je moet dankbaar zijn voor wat jullie samen hebben genoten en voor het vele goede dat nog gebleven is; daarop moet je je concentreren. Of: je hebt nu wel verdriet, maar er zijn anderen die een nog groter leed moeten dragen; spiegel je aan hen. Of: velen leven met je mee; je staat niet alleen in je verdriet.
Een veel voorkomende opmerking was: door zijn dood is de overledene veel lijden bespaard gebleven. Ook een fatalistische opmerking kwam veel voor: het was zijn/haar tijd.

Een derde categorie werd gevormd door religieuze motieven zoals: deze aarde is maar een jammerdal waaruit de dood hem/haar verlost heeft. Of: de dode heeft goed geleefd. Of: je mag de dode niet terugwensen, want hij heeft het nu beter. Anderen zeiden: de dood is eigenlijk een geboortedag, want toen begon de ziel een nieuw leven. Of: de dode ontvangt nu een hemelse beloning en verkeert nu in de hemel temidden van de goden.

We moeten goed beseffen dat deze troostmotieven afkomstig zijn van heidense Grieken en Romeinen die de bijbel niet kenden. En dat is onthullend. Want zijn het niet dezelfde motieven die je vandaag ook bij christenen kunt horen? Ook christenen troosten elkaar met deze argumenten. Ook zij zeggen: het was zijn tijd. Alsof het leven een geponst muziekstuk voor een draaiorgel was! Ook christenen zeggen: de dode heeft het nu beter, want zijn ziel is in de hemel.
Het is onthutsend te zien dat heidenen elkaar met precies dezelfde bewoordingen troostten. Dat mag ons wel eens aan het denken zetten. Mag dit wel christelijke troost genoemd worden? Welke troost bij de dood vinden we in de bijbel?

Ik denk dat het voor velen een ongedachte ontdekking zal zijn, dat de bijbel dergelijke troostmotieven niet kent.
Nergens wordt daar 'getroost' met de opmerking: het was de zijn/haar tijd. Nergens wordt gezegd: huil maar niet, want de ziel van de dode heeft het nu beter. De troost van de Schrift richt zich op de toekomst: op de opstanding van de doden. Als er geen opstanding was, zouden allen die in Christus ontslapen zijn, verloren zijn, zegt Paulus in 1 Kor. 15. Daar ligt het werkelijke troostmotief. En omdat die opstanding in het verschiet ligt, kan nu al van onze doden gezegd worden dat ze met Christus zijn. Maar de Schrift geeft ons geen uitsluitsel over de vraag wat we ons daarbij voor moeten stellen. Christenen behoren elkaar dan ook te troosten met de opstanding, zegt Paulus in 1 Thess. 4:15-18.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief